Who en whom betekenen allebei meestal wie, maar ze hebben van oorsprong een andere grammaticale functie: who is de onderwerpsvorm en whom de objectsvorm. Die tegenstelling bestaat nog steeds, alleen bepaalt het register hoe zichtbaar zij is. In hedendaagse informele spreektaal gebruikt men vaak who waar de traditionele regel whom voorschrijft; na een vooropgeplaatst voorzetsel blijft whom daarentegen de normale formele vorm.
Onderwerp: altijd who
Gebruik who wanneer de onbekende persoon zelf het onderwerp van het werkwoord is. De vraag heeft dan geen afzonderlijk onderwerp achter who. Vergelijk dit met Nederlands Wie belde?: ook daar verricht wie de handeling.
Who called while I was out?
Wie belde er toen ik weg was?
Who wants the last slice of pizza?
Wie wil het laatste stuk pizza?
Who has already seen the new schedule?
Wie heeft het nieuwe rooster al gezien?
Een onderwerpsvraag heeft normaal geen do, does of did om de vraag te vormen: Who called?, niet Who did call? In een neutrale vraag staat het werkwoord dus meteen na who. Who did call? is alleen mogelijk met nadruk, bijvoorbeeld wanneer eerdere antwoorden onjuist bleken: het betekent dan ongeveer Wie belde er dan wΓ©l? Zie ook onderwerps- en objectvragen.
Object: formeel whom, meestal who in gesprekken
Wanneer een ander zinsdeel het onderwerp is en de onbekende persoon het object, schrijft de traditionele naamvalsregel whom voor. In Whom did you call? is you het onderwerp en is de onbekende persoon degene die werd gebeld.
Whom did the committee invite to the final interview?
Wie nodigde de commissie uit voor het laatste sollicitatiegesprek?
Whom should we contact if the parcel does not arrive?
Met wie moeten we contact opnemen als het pakket niet aankomt?
In alledaagse spreektaal (informal) klinkt who in zulke objectvragen meestal natuurlijker. Who did you call? is geen slordig of ongrammaticaal Engels: het is de gewone moderne gespreksvorm. Whom did you call? is correct, maar klinkt (formal) of nadrukkelijk verzorgd.
Who did you call after the meeting?
Wie heb je na de vergadering gebeld?
Who are they going to hire?
Wie gaan ze aannemen?
Whom will the board appoint as its next chair?
Wie zal het bestuur als nieuwe voorzitter benoemen?
Nederlands helpt hier maar beperkt: wie verandert niet van vorm als het object wordt. Daardoor kan een Nederlandstalige leerder enerzijds vergeten dat formeel Engels whom heeft, en anderzijds na het leren van de regel whom juist te vaak inzetten. De moderne werkelijkheid is asymmetrisch: who is verplicht als onderwerp, terwijl who en whom als object naast elkaar bestaan met een registerverschil.
De he/him-test
Een nuttige controletest is het antwoord bedenken. Past he, she of they als antwoordvorm, dan is who onderwerp. Past him, her of them, dan is whom volgens de formele regel object.
Who approved the revised budget? β She did.
Wie keurde de herziene begroting goed? β Zij.
Whom did the director thank? β He thanked them.
Wie bedankte de directeur? β Hij bedankte hen.
Let erop dat Engelse woordvolgorde deze test soms verstopt. In Who do you think will win? is who niet het object van think. De lege plek hoort bij will win: you think [who will win]. Omdat who het onderwerp van will win is, zou whom hier ook in zeer formeel Engels onjuist zijn.
Who do you think will lead the negotiations?
Wie denk je dat de onderhandelingen zal leiden?
In Whom do you think they will choose? heeft de ingebedde bijzin al het onderwerp they; de onbekende persoon is het object van choose. Whom is daarom mogelijk (formal), al gebruikt een spreker meestal who (informal).
Whom do you expect they will nominate?
Wie verwacht je dat ze zullen nomineren?
Voorzetsels: register wordt hoorbaar
Bij een voorzetsel zijn twee patronen mogelijk. In formele stijl staat het voorzetsel vaak vΓ³Γ³r het vraagwoord; dan is whom de standaardvorm: to whom, with whom, for whom, about whom. Een vooropgeplaatst voorzetsel plus who wordt in zorgvuldig standaardengels doorgaans vermeden.
To whom did you speak about the complaint?
Met wie sprak u over de klacht?
For whom is this confidential report intended?
Voor wie is dit vertrouwelijke rapport bestemd?
With whom will the research team collaborate?
Met wie zal het onderzoeksteam samenwerken?
Deze constructie is (formal) en past goed in officiΓ«le brieven, academische teksten en plechtige vragen. In gewone gesprekken blijft het voorzetsel meestal achteraan staan, oftewel preposition stranding. Dan is who de gebruikelijke vorm.
Who did you speak to about the complaint?
Met wie heb je over de klacht gesproken?
Who are you staying with this weekend?
Bij wie logeer je dit weekend?
Whom did you speak to? is eveneens correct, maar combineert de formele objectsvorm met informelere voorzetselplaatsing. Dat gemengde patroon komt voor, vooral in verzorgde geschreven taal, maar Who did you speak to? is in een gesprek veel gewoner. Voor de bredere structuur zie voorzetsels in relatieve bijzinnen.
Relatieve bijzinnen
Hetzelfde naamvalsonderscheid verschijnt in relatieve bijzinnen. Who is onderwerp in the colleague who called. Als object is whom formeel mogelijk, maar who of een weggelaten relatief voornaamwoord is vaak natuurlijker.
The consultant who called this morning has sent the figures.
De adviseur die vanochtend belde, heeft de cijfers gestuurd.
The candidate whom we interviewed yesterday accepted the offer.
De kandidaat die we gisteren interviewden, heeft het aanbod aangenomen.
The candidate who we interviewed yesterday accepted the offer.
De kandidaat die we gisteren interviewden, heeft het aanbod aangenomen.
Na een vooropgeplaatst voorzetsel blijft whom opnieuw sterk: the person to whom I wrote (formal). Het gespreksalternatief is the person who I wrote to of the person I wrote to (informal). De keuze van betrekkelijk voornaamwoord zelf wordt verder behandeld bij who, which en that.
Vaste en bijzonder formele toepassingen
Whom it may concern is een vaste briefaanhef (formal). Juist omdat de uitdrukking gefixeerd is, blijft whom hier veel stabieler dan in gewone objectvragen. Ook by whom, bijvoorbeeld in juridische of administratieve vragen, klinkt vaak formeel.
To whom it may concern: I am writing to confirm Maya's employment.
Geachte heer/mevrouw, hierbij bevestig ik Maya's dienstverband.
Na be kiezen sprekers vrijwel altijd who: Who is it? en Who was that? Traditioneel hypercorrect Whom is it? klinkt onnatuurlijk, omdat hedendaags Engels het naamvalsonderscheid hier niet productief toepast.
Who was that at the door?
Wie stond daar voor de deur?
Veelgemaakte fouten
1. Whom als onderwerp gebruiken
β Whom called during lunch?
Onjuist: de onbekende persoon is het onderwerp van called.
β Who called during lunch?
Wie belde er tijdens de lunch?
2. Whom in iedere objectvraag verplicht maken
β οΈ Whom did you invite to the barbecue?
Grammaticaal, maar onnodig formeel in een ontspannen gesprek: whom is hier niet verplicht.
β Who did you invite to the barbecue?
Wie heb je voor de barbecue uitgenodigd?
3. Who na een vooropgeplaatst voorzetsel in formele tekst
β To who should the completed form be sent?
Onjuist in verzorgde formele stijl: na het vooropgeplaatste voorzetsel hoort whom.
β To whom should the completed form be sent?
Aan wie moet het ingevulde formulier worden gestuurd?
4. De verkeerde bijzin analyseren
β Whom do you think is responsible for the delay?
Onjuist: het vraagwoord is onderwerp van is responsible.
β Who do you think is responsible for the delay?
Wie denk je dat verantwoordelijk is voor de vertraging?
Kernpunten
Who is de onderwerpsvorm. Whom is de formele objectsvorm, maar in informele objectvragen en relatieve bijzinnen heeft who haar grotendeels verdrongen. Het duidelijkste levende domein van whom is een formele constructie met een vooropgeplaatst voorzetsel: to whom, with whom, for whom. Analyseer bij complexe vragen altijd de bijzin waarin de lege plek staat; zo voorkom je hypercorrecte vormen als Whom do you think will win?
Related Topics
- Wh-vragenA1 β Bouw Engelse informatievragen met een vraagwoord, inversie en waar nodig do-support.
- Onderwerpsvraag of objectvraagA2 β Bepaal of who of what onderwerp of object is en kies zo de juiste Engelse vraagvolgorde.
- Who, which en that in relatieve bijzinnenB1 β Leer hoe who, which en that een antecedent verbinden en waarom persoon, restrictiviteit en komma's samen de juiste vorm bepalen.
- Voorzetsels in relatieve bijzinnenB2 β Kies tussen natuurlijk voorzetselstranding en formeel voorzetsel plus whom of which.