Voorzetsels in relatieve bijzinnen

Wanneer het betrekkelijk element na een voorzetsel hoort, heeft Engels twee belangrijke patronen. In natuurlijk gesprek blijft het voorzetsel meestal achteraan: the person I spoke to. In formele stijl kan het voorzetsel met whom of which naar voren: the person *to whom I spoke. De registerkeuze verandert daarmee ook welke relatieve vormen grammaticaal beschikbaar zijn: na een vooropgeplaatst voorzetsel kan geen *that en geen zero-vorm staan.

Twee plaatsen voor hetzelfde voorzetsel

Vergelijk de plaats van to in deze twee zinnen. De betekenis is vrijwel gelijk, maar het register verschilt duidelijk.

The person I spoke to was very helpful.

De persoon met wie ik sprak, was erg behulpzaam. (neutraal)

The person to whom I spoke was very helpful.

De persoon met wie ik sprak, was erg behulpzaam. (formeel)

In het eerste patroon staat het voorzetsel los van de lege objectpositie aan het begin van de relatieve bijzin. Dit heet preposition stranding. Het is volkomen standaard en meestal de natuurlijkste keuze (informal) tot neutraal. In het tweede patroon verhuist de hele voorzetselgroep naar voren. Dit heet pied-piping en klinkt vaak (formal), vooral met whom.

That's the issue we need to talk about.

Dat is de kwestie waarover we moeten praten.

That is the issue about which we need to speak.

Dat is de kwestie waarover we moeten spreken. (formeel)

Het verschil is niet “correct tegenover incorrect”. Beide constructies behoren tot het standaardengels. Een sollicitatiebrief, juridisch document of academisch artikel kan de vooropgeplaatste vorm verkiezen; in een spontaan gesprek klinkt stranding doorgaans minder plechtig. De algemene constructie wordt ook vanuit het voorzetsel behandeld bij stranding en pied-piping.

💡
Gebruik in gewone communicatie gerust voorzetselstranding. Zet het voorzetsel alleen vooraan wanneer de tekst bewust formeel is of wanneer de zinsbouw daardoor werkelijk duidelijker wordt.

De mogelijkheden bij stranding

Bij een restrictieve relatieve bijzin met een achtergebleven voorzetsel kun je voor mensen who, whom of that gebruiken, en voor zaken which of that. Als het betrekkelijk element object van het voorzetsel is, mag het bovendien vaak helemaal weg. In hedendaags Engels is whom in dit patroon duidelijk (formal) en klinkt who meestal natuurlijker (neutraal).

PatroonVoorbeeldRegister
who ... tothe person who I spoke toneutraal
that ... tothe person that I spoke toinformeel tot neutraal
zero ... tothe person I spoke toinformeel tot neutraal
whom ... tothe person whom I spoke toformeel, minder gebruikelijk

Is that the client you prepared the estimate for?

Is dat de klant voor wie je de offerte hebt opgesteld?

I found the cable that you were looking for.

Ik heb de kabel gevonden waar je naar zocht.

She's the colleague who I share an office with.

Zij is de collega met wie ik een kantoor deel.

In een niet-restrictieve bijzin zijn that en zero niet mogelijk, maar stranding zelf blijft wel mogelijk: Maya, who I share an office with, ... (neutraal). De komma verandert dus de inventaris van relatieve elementen, niet automatisch de plaats van het voorzetsel.

Na een vooropgeplaatst voorzetsel: whom of which

Staat het voorzetsel vóór het betrekkelijk element, dan gebruik je whom voor personen en which voor zaken. Who na zo'n voorzetsel wordt in zorgvuldig standaardengels vermeden; that en zero zijn grammaticaal uitgesloten. De constructie is (formal) en komt vaak voor in contracten, beleidsstukken en academisch proza (academic).

The candidates from whom we requested references will be interviewed Friday.

De kandidaten van wie we referenties hebben gevraagd, worden vrijdag geïnterviewd. (formeel)

The agreement under which the payments were made has expired.

De overeenkomst op grond waarvan de betalingen zijn gedaan, is verlopen. (formeel)

The neighborhood in which she grew up has changed dramatically.

De wijk waarin ze is opgegroeid, is sterk veranderd. (formeel)

Whom is hier levendiger dan in veel andere posities, omdat het voorzetsel de objectsvorm zichtbaar selecteert: to whom, from whom, with whom. Toch zou een spreker in een alledaags gesprek eerder zeggen the candidates we requested references from of the neighborhood she grew up in.

Een vooropgeplaatste voorzetselgroep kan complex zijn: the conditions under which, the extent to which, the period during which. Zulke vaste kaders zijn bijzonder gangbaar (academic) en klinken niet per se overdreven plechtig binnen hun genre.

The study examined the extent to which sleep affects memory.

Het onderzoek bekeek in hoeverre slaap het geheugen beïnvloedt. (academisch)

Waarom to that onmogelijk is

That is geen gewoon voornaamwoord dat als complement van een vooropgeplaatst voorzetsel kan optreden. Het is hier een relativiseerder die alleen aan de rand van de relatieve bijzin staat. Daarom zijn the person that I spoke to en the person to whom I spoke correct, maar is the person to that I spoke onmogelijk.

💡
Zie je preposition + that aan het begin van een relatieve bijzin, kies dan één compleet patroon: zet het voorzetsel achteraan met that, of houd het vooraan en verander that in whom of which.

The person that I spoke to confirmed the reservation.

De persoon met wie ik sprak, bevestigde de reservering.

The person to whom I spoke confirmed the reservation.

De persoon met wie ik sprak, bevestigde de reservering. (formeel)

Die beperking laat zien dat register geen oppervlakkige woordkeuze is. Zodra je het formele patroon met een vooropgeplaatst voorzetsel kiest, dwingt de syntaxis whom of which af. Je kunt de vormen uit beide patronen niet willekeurig mengen.

Het juiste voorzetsel komt van het Engelse woordverband

Nederlands en Engels koppelen niet altijd hetzelfde voorzetsel aan een werkwoord, bijvoeglijk naamwoord of zelfstandig naamwoord. Kies daarom eerst het Engelse verband en beslis pas daarna waar het voorzetsel staat. Engels heeft bijvoorbeeld listen to, depend on, apply for, be interested in en a solution to.

That's the position she applied for last month.

Dat is de functie waarop ze vorige maand heeft gesolliciteerd.

We need a solution that everyone can agree on.

We hebben een oplossing nodig waar iedereen mee kan instemmen.

The project in which she is interested starts in June.

Het project waarin ze geïnteresseerd is, begint in juni. (formeel)

Een Nederlandse vertaling met met wie bewijst dus niet dat de Engelse zin with nodig heeft. The person I spoke to vertaalt natuurlijk als de persoon met wie ik sprak, maar het Engelse werkwoordverband is speak to someone. Letterlijk voorzetsels omzetten is onbetrouwbaar.

Wanneer vooropplaatsing niet werkt

Bij echte partikelwerkwoorden en sommige vaste werkwoordcombinaties hoort het laatste woord zo nauw bij het werkwoord dat het niet zelfstandig naar voren kan. Look after betekent “zorgen voor”; formeel after whom she looks is wel grammaticaal in de letterlijke betekenis “achter wie zij kijkt”, maar niet de gewone manier om “voor wie zij zorgt” uit te drukken. Put up with en come up with laten nog sterker zien dat mechanische vooropplaatsing onnatuurlijk of onmogelijk wordt.

The children she looks after are already asleep.

De kinderen voor wie ze zorgt, slapen al.

That's the best solution we could come up with.

Dat is de beste oplossing die we konden bedenken.

Hier is stranding de natuurlijke standaard (neutraal). Wil een formele schrijver de zin vermijden, dan is herschrijven beter dan geforceerde vooropplaatsing: the children in her care of the best solution we could devise (formal).

Where en when als alternatieven

Na een plaatsnaam kan where vaak afwisselen met in/at which; na een tijdsaanduiding kan when afwisselen met in/on/during which. Where en when zijn doorgaans (neutraal), de vormen met which vaker (formal).

This is the room where the interviews will take place.

Dit is de kamer waar de gesprekken zullen plaatsvinden.

This is the room in which the interviews will take place.

Dit is de kamer waarin de gesprekken zullen plaatsvinden. (formeel)

Gebruik niet tegelijk beide markeringen: niet the room in where. Kies where zonder vooropgeplaatst voorzetsel, of kies in which.

Veelgemaakte fouten

That na een vooropgeplaatst voorzetsel gebruiken

❌ The person to that I spoke was helpful.

Onjuist: na to moet in dit formele patroon whom staan.

✅ The person to whom I spoke was helpful.

De persoon met wie ik sprak, was behulpzaam. (formeel)

Een Nederlandse voorzetselkeuze letterlijk overnemen

❌ The person with whom I spoke to confirmed it.

Onjuist: speak to krijgt hier niet tegelijk with en to.

✅ The person I spoke to confirmed it.

De persoon met wie ik sprak, bevestigde het.

Who direct na een vooropgeplaatst voorzetsel zetten

❌ The colleague with who I traveled has retired.

Onjuist in zorgvuldig standaardengels: na with is whom de objectsvorm.

✅ The colleague with whom I traveled has retired.

De collega met wie ik reisde, is met pensioen. (formeel)

Where met een tweede vooropgeplaatst voorzetsel combineren

❌ The apartment in where they lived was tiny.

Onjuist: kies where of in which, niet beide.

✅ The apartment where they lived was tiny.

Het appartement waar ze woonden, was piepklein.

Kernpunten

  • Stranding is de natuurlijke standaard: the person I spoke to.
  • Voorzetsel plus whom/which is formeel: the person to whom I spoke.
  • Na een vooropgeplaatst voorzetsel zijn that, zero en in zorgvuldig Engels ook who uitgesloten.
  • Kies het voorzetsel op basis van het Engelse woordverband, niet de Nederlandse vertaling.
  • Bij vaste partikelwerkwoorden is herschrijven vaak beter dan geforceerde vooropplaatsing.

Related Topics

  • Restrictieve relatieve bijzinnenA2Identificeer personen en zaken met noodzakelijke relatieve informatie zonder komma's.
  • Niet-restrictieve relatieve bijzinnenB1Voeg extra informatie over een al geïdentificeerde referent toe met komma's en zonder that of weglating.
  • Who en whomC1Leer wanneer Engels who of whom gebruikt en waarom voorzetselplaatsing en register vaak belangrijker zijn dan de oude naamvalsregel.
  • Who, which en that in relatieve bijzinnenB1Leer hoe who, which en that een antecedent verbinden en waarom persoon, restrictiviteit en komma's samen de juiste vorm bepalen.
  • NulrelatiefB1Leer wanneer het Engelse relatieve voornaamwoord als object mag verdwijnen en waarom een relatief onderwerp of niet-restrictieve vorm nooit nul kan zijn.
  • VoorzetselstrandingB2Leer waarom Engelse voorzetsels natuurlijk achteraan kunnen blijven in vragen, betrekkelijke bijzinnen en passieve zinnen.