Het Engelse it heeft twee hoofdtaken. Het kan naar een concreet ding, dier, idee of situatie verwijzen: I found the key; it was under the sofa. Maar it kan ook een grammaticale plaats vullen zonder zelf iets te benoemen: It is raining. Dat tweede, zogenoemde dummy it, is essentieel bij weer, tijd, afstand en zinnen waarin een lange inhoud naar achteren wordt geplaatst.
Verwijzend it: een bekend ding of idee
Als it verwijzend is, kan de luisteraar vaststellen wat ermee bedoeld wordt. Het antecedent is vaak een eerder genoemd enkelvoudig ding. It kan zowel onderwerp als object zijn; anders dan he/him en she/her verandert de vorm niet.
I charged the battery, but it is already empty again.
Ik heb de batterij opgeladen, maar hij is alweer leeg.
Where is my phone? I left it on the desk.
Waar is mijn telefoon? Ik heb hem op het bureau laten liggen.
The proposal sounds risky, but we should discuss it.
Het voorstel klinkt riskant, maar we moeten het bespreken.
De Nederlandse vertaling kan hij, zij, die, dat of het zijn. Het Engelse voornaamwoord volgt niet het Nederlandse woordgeslacht: de batterij wordt niet automatisch she en de telefoon niet automatisch he. Voor zaken is it de normale, registerneutrale keuze. De relatie tussen natuurlijke sekse en voornaamwoorden wordt uitgebreider behandeld bij he, she en it.
It kan ook naar een hele gebeurtenis of mededeling verwijzen. In They cancelled the concert. It was disappointing staat it voor het feit dat het concert werd afgelast, niet alleen voor the concert.
They offered me the job, and I still cannot believe it.
Ze boden me de baan aan en ik kan het nog steeds niet geloven.
Dummy it: grammatica zonder concreet ding
Een gewone Engelse mededelende zin heeft vrijwel altijd een uitgesproken onderwerp. Soms is er inhoudelijk geen persoon of zaak die de handeling verricht. Dan vult it de onderwerpspositie. Dit dummy it of leeg it heeft wel een grammaticale functie, maar geen concrete referent.
It is raining, so take an umbrella.
Het regent, dus neem een paraplu mee.
Je kunt hier niet vragen: ‘Wat is it?’ Er is geen ding dat regent. Nederlands gebruikt in het regent eveneens een vormelijk onderwerp, maar de overeenkomsten zijn niet overal woordelijk. In het is koud past it is cold; in andere Nederlandse zinnen kan het Engelse it juist geen apart vertaald woord krijgen. De kern is daarom niet ‘vertaal het met it’, maar ‘geef de Engelse zin een onderwerp als het patroon dat vereist’.
Weer en algemene omstandigheden
Bij weer en omgevingsomstandigheden gebruikt het Engels it + werkwoord of it + be + bijvoeglijk naamwoord. De constructies zijn registerneutraal.
It snowed all night, but the roads are clear now.
Het sneeuwde de hele nacht, maar de wegen zijn nu vrij.
It is getting dark; we should head back.
Het wordt donker; we kunnen beter teruggaan.
It was unusually warm for October.
Het was ongewoon warm voor oktober.
Ook in vragen en ontkenningen blijft het onderwerp staan: Is it raining? It isn't raining anymore. Alleen in zeer korte uitroepen en berichten kan informeel materiaal worden weggelaten, bijvoorbeeld Looks like rain (informal). Dat is geen vrijbrief om in een normale zin Is raining te schrijven.
Tijd en datum
Voor kloktijd, dag en datum is it eveneens dummy onderwerp. De precieze tijdsaanduiding staat na be.
It is five o'clock, and the shop is closing.
Het is vijf uur en de winkel gaat dicht.
It is Friday tomorrow, isn't it?
Morgen is het vrijdag, toch?
It was the first of May when they moved in.
Het was 1 mei toen ze er introkken.
In het Nederlands kan de woordvolgorde beginnen met morgen: Morgen is het vrijdag. Engels kan ook Tomorrow is Friday zeggen; dan is tomorrow het onderwerp en is er geen dummy it nodig. In It is Friday tomorrow bezet it die plaats en staat tomorrow later als tijdsbepaling. Beide zijn natuurlijk, maar de zinsbouw verschilt.
Afstand en duur
Met it kan het Engels een afstand tussen het relevante vertrekpunt en een bestemming uitdrukken. De context levert het vertrekpunt: bij It is two kilometres to the station betekent dat doorgaans ‘vanaf hier’.
It is only ten minutes from here to the airport.
Vanaf hier is het maar tien minuten naar de luchthaven.
How far is it to the nearest petrol station?
Hoe ver is het naar het dichtstbijzijnde tankstation?
It is a three-hour drive if the traffic is light.
Het is drie uur rijden als het rustig is op de weg.
Bij tijdsduur komt ook een inhoudelijker onderwerp voor: The journey takes three hours. It takes three hours to get there gebruikt dummy it en plaatst de eigenlijke activiteit to get there achteraan. Dat leidt naar extrapositie.
Een lange inhoud achteraan: extrapositie
Een infinitiefzin of that-bijzin kan grammaticaal onderwerp zijn: To learn a language takes time; That she resigned surprised everyone. Zulke zware onderwerpen zijn mogelijk (formal), maar in gewoon Engels staat korte, bekende informatie graag vroeg en lange, nieuwe informatie later. It vult dan vooraan de onderwerpplaats; de inhoudelijke infinitief- of that-zin schuift naar achteren. Dat heet extrapositie.
It is easy to learn the rules but harder to use them automatically.
Het is gemakkelijk om de regels te leren, maar moeilijker om ze automatisch toe te passen.
It took me a week to finish the report.
Het kostte me een week om het verslag af te maken.
It is clear that we need a different plan.
Het is duidelijk dat we een ander plan nodig hebben.
In It is easy to learn verwijst it dus niet naar een eerder genoemd object. De echte inhoud is to learn. Vergelijk This app is easy to learn: daar is this app een concreet onderwerp, en het verzwegen object van learn is de app. Zonder context is It is easy to learn eerder een algemene mededeling over een activiteit die de context invult.
It surprised me that Noor remembered my birthday.
Het verbaasde me dat Noor mijn verjaardag had onthouden.
Niet ieder werkwoord of bijvoeglijk naamwoord laat dezelfde extrapositie toe. Patronen als It seems that..., It matters that..., It is important to... en It is strange that... zijn gangbaar. Leer ze als constructies, niet als een mechanische omzetting van iedere Nederlandse bijzin.
Dummy it tegenover there
It presenteert een omstandigheid, beoordeling, tijd of afstand. Dummy there introduceert juist het bestaan of verschijnen van iets: There is a problem. De twee lege onderwerpen zijn niet uitwisselbaar.
There is a café across the road, but it is closed today.
Er is een café aan de overkant, maar het is vandaag gesloten.
Het eerste there introduceert a café. Het tweede it is niet dummy: het verwijst terug naar dat café. In It is too late to find another café is it weer dummy. Zie dummy there tegenover dummy it voor de gevorderde vergelijking.
Veelgemaakte fouten
1. Het onderwerp weglaten bij weer
❌ Is raining hard outside.
Onjuist in een volledige standaardzin: het Engelse onderwerp ontbreekt.
✅ It is raining hard outside.
Buiten regent het hard.
2. Nederlands woordgeslacht overnemen
❌ My bicycle is old, but she still works well.
Onbedoelde personificatie: een gewone zaak krijgt niet she omdat fiets een de-woord is.
✅ My bicycle is old, but it still works well.
Mijn fiets is oud, maar hij doet het nog goed.
3. It vervangen door there bij afstand
❌ There is five kilometres to the coast.
Onjuist voor afstand: there introduceert bestaan, niet de lengte van een route.
✅ It is five kilometres to the coast.
Het is vijf kilometer naar de kust.
4. De inhoud twee keer als onderwerp neerzetten
❌ It is useful learning these phrases is.
Onjuist: extrapositie heeft één raamwerk nodig, niet twee vermengde zinsbouwen.
✅ It is useful to learn these phrases.
Het is nuttig om deze uitdrukkingen te leren.
Kernpunten
- Verwijzend it staat voor een bekend ding, idee of gebeurtenis en kan onderwerp of object zijn.
- Dummy it benoemt niets concreets, maar vult de verplichte onderwerpspositie.
- Gebruik dummy it bij weer, kloktijd, datum, afstand en veel duurconstructies.
- Extrapositie plaatst lange inhoud achteraan: It is clear that... en It is easy to....
- Kies bij zaken normaal it, ongeacht of de Nederlandse vertaling hij, zij of het gebruikt.
Related Topics
- OnderwerpsvoornaamwoordenA1 — Leer de Engelse onderwerpsvormen I, you, he, she, it, we en they en wanneer een zichtbaar onderwerp verplicht is.
- ObjectvoornaamwoordenA1 — Leer wanneer het Engels me, you, him, her, it, us en them gebruikt na een werkwoord of voorzetsel.
- He, she en it bij personen en zakenA2 — Kies Engelse voornaamwoorden op basis van persoon, natuurlijk gender en betrokkenheid, niet op basis van Nederlands woordgeslacht.
- Dummy there tegenover dummy itB2 — Onderscheid existential there, dat iets nieuws introduceert, van dummy it bij tijd, weer, afstand en uitgestelde inhoud.
- It-clefts voor zinsfocusB2 — Gebruik it-clefts om één persoon, zaak, tijd of plaats als contrastieve focus te identificeren terwijl de rest bekend blijft.