Een overgankelijk (transitive) werkwoord kan een direct object bij zich hebben: in She opened the door ondergaat the door de handeling. Een onovergankelijk (intransitive) werkwoord heeft geen direct object: in The door opened is the door zelf het onderwerp dat verandert. Deze indeling hoort niet alleen bij een woord, maar bij de betekenis en constructie waarin dat woord wordt gebruikt.
Een direct object zonder voorzetsel
Als een werkwoord maar één object heeft, volgt het directe object in de gewone Engelse woordvolgorde direct op het werkwoord. Het benoemt vaak wat wordt gezien, gemaakt, beïnvloed of veranderd. Bij werkwoorden met twee objecten kan er eerst een ontvanger staan; dat patroon wordt apart behandeld bij werkwoorden met twee objecten.
She opened the door as quietly as she could.
Ze deed de deur zo stil mogelijk open.
We discussed the budget after lunch.
We bespraken de begroting na de lunch.
In discussed the budget staat geen voorzetsel tussen werkwoord en object. Dat onderscheidt een direct object van een voorzetselcomplement zoals listen to the radio. Een voorzetselgroep kan noodzakelijk zijn voor de betekenis, maar wordt daardoor nog geen direct object.
Maya listened to the message twice.
Maya luisterde twee keer naar het bericht.
Een nuttige, maar niet volmaakte test is de lijdende vorm: het direct object van een actieve zin kan vaak onderwerp worden in een passive: The budget was discussed. Het zelfstandig naamwoord na een voorzetsel gedraagt zich anders: The radio was listened is niet mogelijk; in verzorgd Engels moet het voorzetsel blijven: The radio was listened to. De volledige analyse staat bij voorzetselobjecten.
Onovergankelijke werkwoorden
Een onovergankelijk werkwoord kan zelfstandig een volledig gezegde vormen. Arrive, sleep, fall, laugh, disappear en happen zijn in hun gewone betekenis onovergankelijk.
The last train arrived just after midnight.
De laatste trein kwam net na middernacht aan.
Something strange happened during the rehearsal.
Tijdens de repetitie gebeurde er iets vreemds.
Dat betekent niet dat er niets na het werkwoord mag staan. The train arrived at the station bevat de voorzetselgroep at the station; She slept for ten hours bevat een duuruitdrukking. Geen van beide is een direct object. Daarom kun je niet arrive the station zeggen in neutraal standaardengels. Het voorzetsel for kan bij een kale maatuitdrukking wel wegblijven: She slept ten hours is mogelijk, net als We walked ten miles. Zulke maatuitdrukkingen zijn geen directe objecten en maken dus niet elk plaatswoord tot een object.
We arrived at the station with two minutes to spare.
We kwamen op het station aan met nog twee minuten over.
Gebruik doorgaans arrive at voor een punt of kleinere locatie en arrive in voor een stad, land of ruimer gebied: arrive at the office, arrive in London. Reach is juist overgankelijk: reach the station, zonder at. Dat lexicale verschil moet je leren; een algemene logica voorspelt niet elk voorzetsel.
Werkwoorden die beide patronen toelaten
Veel Engelse werkwoorden zijn ambitransitief: ze kunnen met of zonder uitgedrukt object voorkomen. Bij eat, read, sing, cook en drive blijft de handelende deelnemer in beide constructies onderwerp. Zonder object blijft de soort handeling centraal en is het specifieke object onbekend, vanzelfsprekend of onbelangrijk.
We've already eaten, but you can order something.
We hebben al gegeten, maar jij kunt iets bestellen.
We've already eaten the sandwiches you brought.
We hebben de broodjes die je had meegenomen al opgegeten.
Objectweglating is niet bij ieder transitief werkwoord even vrij. She bought voelt zonder context onvolledig, terwijl She ate gewoon kan betekenen dat ze een maaltijd nuttigde. Ook betekenis speelt mee: I read all evening benoemt de activiteit; I read the report benoemt een voltooibaar object. Woordenboeken geven deze patronen vaak aan als [T], [I] of [T/I].
De causatieve wisseling: dezelfde vorm, andere rollen
Een opvallend Engels patroon gebruikt dezelfde werkwoordsvorm voor een veroorzaakte verandering en voor de verandering zelf. In de transitieve constructie veroorzaakt het onderwerp iets bij het object; in de intransitieve constructie wordt de getroffen deelnemer onderwerp.
She opened the door when she heard my voice.
Ze deed de deur open toen ze mijn stem hoorde.
The door opened before I could knock.
De deur ging open voordat ik kon aankloppen.
Andere veelvoorkomende paren zijn break, change, close, melt, dry, increase, decrease en start.
The heat melted the chocolate.
Door de hitte smolt de chocolade.
The chocolate melted in my bag.
De chocolade smolt in mijn tas.
Deze werkwoorden heten vaak labiele werkwoorden: Engels voegt geen apart wederkerend voornaamwoord of passief morfeem toe om de verandering-zonder-genoemde-veroorzaker te markeren. Nederlands heeft soms ook hetzelfde gemak (de deur opent), maar kiest bij veel alledaagse gevallen een ander werkwoord of gaan: zij deed de deur open tegenover de deur ging open. Daardoor kunnen Nederlandstaligen ten onrechte denken dat The door opened een verkort passief is. Het is een gewone actieve onovergankelijke zin; er staat geen verzwegen by-handelende persoon in de grammaticale structuur.
Niet ieder veranderingswerkwoord wisselt vrij. Destroy is overgankelijk: The storm destroyed the roof, maar niet The roof destroyed. Gebruik The roof was destroyed of kies een intransitief werkwoord zoals collapsed. Welke werkwoorden de causatieve wisseling toelaten, is deels lexicaal en moet dus per werkwoord worden geleerd.
Explain: de zaak is het object
Bij explain is de uitlegde zaak het directe object; de ontvanger komt in een to-groep. Daarom is explain the plan to me correct, maar explain me the plan niet in standaardengels.
He explained the plan to the rest of the team.
Hij legde het plan aan de rest van het team uit.
Could you explain why the invoice is higher this month?
Kun je uitleggen waarom de factuur deze maand hoger is?
Het Nederlandse scheidbare uitleggen maakt de valkuil groter: Hij legde me het plan uit zet de ontvanger gemakkelijk vroeg in de zin. Engels tell heeft een ander patroon en kan wΓ©l een persoon als direct volgend object nemen: Tell me the plan. Het verschil tussen explain en tell is lexicaal; vertaal dus geen Nederlandse woordvolgorde zonder het Engelse werkwoordspatroon te controleren.
Betekenis kan transitiviteit veranderen
EΓ©n spelling kan verschillende betekenissen met verschillende patronen hebben. Run is onovergankelijk in She runs every morning, maar overgankelijk in She runs a small hotel. Leave is overgankelijk in leave the office en kan zonder object staan in We should leave. Grow wisselt causatief in They grow tomatoes / Tomatoes grow well here.
Her parents run a small hotel near the coast.
Haar ouders runnen een klein hotel bij de kust.
Tomatoes grow well on this balcony.
Tomaten groeien goed op dit balkon.
Daarom is de vraag βIs dit werkwoord transitief?β soms te simpel. De nauwkeurige vraag luidt: βWelk patroon hoort bij deze betekenis van het werkwoord?β
Veelgemaakte fouten
1. De ontvanger direct na explain zetten
β Can you explain me the new system?
Onjuist: de toegelichte zaak is het object; de ontvanger krijgt to.
β Can you explain the new system to me?
Kun je het nieuwe systeem aan me uitleggen?
2. Arrive een direct plaatsobject geven
β We arrived the station too late.
Onjuist: arrive is onovergankelijk; de locatie heeft at of in nodig.
β We arrived at the station too late.
We kwamen te laat op het station aan.
3. Een spontane verandering ten onrechte als reflexieve handeling formuleren
β The ice melted itself in the sun.
Onnatuurlijk voor een spontane verandering: het getroffen voorwerp wordt bij een labiel werkwoord zelf het onderwerp, zonder wederkerend voornaamwoord.
β The ice melted in the sun.
Het ijs smolt in de zon.
4. Een verplicht object zomaar weglaten
β The storm destroyed during the night.
Onjuist: destroy heeft in deze betekenis een direct object nodig.
β The storm destroyed several roofs during the night.
De storm vernielde 's nachts meerdere daken.
Kernpunten
Een transitief werkwoord licenseert een direct object zonder voorzetsel; een intransitief werkwoord niet. Een voorzetselgroep na arrive is dus geen direct object. Sommige werkwoorden laten een object weg wanneer de activiteit centraal staat. Labiele werkwoorden zoals open en melt gebruiken dezelfde vorm voor veroorzaken en veranderen. Leer tenslotte lexicale patronen precies: explain something to someone, maar tell someone something.
Related Topics
- Werkwoorden met twee objectenB1 β Leer wanneer Engelse werkwoorden een ontvanger en een zaak als twee objecten kunnen uitdrukken en wanneer een to-constructie verplicht is.
- KoppelwerkwoordenB1 β Leer hoe Engelse koppelwerkwoorden het onderwerp verbinden met een beschrijving, identiteit of toestand en waarom daarop meestal een adjectief volgt.
- Prepositionele objectenB1 β Leer hoe Engelse werkwoorden hun voorzetsel kiezen en waarom dat voorzetsel in vragen en passieve zinnen vaak achteraan blijft staan.
- Complex-transitieve patronenB2 β Begrijp Engelse patronen waarin een direct object samen met een adjectief, naamwoord of infinitief een kleine predicatie vormt.
- Resultatieve constructiesC1 β Analyseer Engelse resultatieven waarin een handeling een expliciete eindtoestand veroorzaakt, van wipe clean tot hammer flat.
- Verwante objectenC1 β Herken cognate objects zoals dream a dream en die a hero's death, en gebruik hun retorische mogelijkheden zonder ze te overgeneraliseren.