De present perfect bestaat uit een tegenwoordige vorm van have plus het past participle: I have worked, she has gone. Alleen have/has is finitief: dat hulpwerkwoord draagt persoon, tegenwoordige tijd, ontkenning en vraagvorming. Het deelwoord erna verandert nooit mee met het onderwerp.
Het basispatroon: have/has + past participle
| Onderwerp | Volle vorm | Gebruikelijke contractie |
|---|---|---|
| I | I have worked | I've worked |
| you | you have worked | you've worked |
| he/she/it | he/she/it has worked | he's/she's/it's worked |
| we | we have worked | we've worked |
| they | they have worked | they've worked |
I have worked from home all week.
Ik heb de hele week thuisgewerkt.
She has gone to the pharmacy.
Ze is naar de apotheek gegaan.
Bij he, she, it en een enkelvoudige naamwoordgroep gebruik je has. Bij alle andere onderwerpen gebruik je have:
The last train has already left.
De laatste trein is al vertrokken.
My neighbours have bought an electric car.
Mijn buren hebben een elektrische auto gekocht.
Het Nederlands gebruikt in voltooide tijden zowel hebben als zijn: ik heb gewerkt, maar zij is gegaan. Het moderne Engels gebruikt voor de present perfect altijd have/has, ook bij beweging en verandering. Daarom is het she has gone, niet she is gone wanneer je de perfectvorm van go bedoelt. She is gone bestaat wel, maar gone werkt daar adjectivisch en de zin betekent ze is weg.
Het past participle kiezen
Bij regelmatige werkwoorden eindigt het past participle op -ed en is het gelijk aan de past-simplevorm:
| Basisvorm | Past simple | Past participle |
|---|---|---|
| work | worked | worked |
| live | lived | lived |
| stop | stopped | stopped |
| study | studied | studied |
De gewone spellingregels blijven gelden: live → lived, stop → stopped, study → studied. Zie regelmatige verleden vormen voor die patronen.
Onregelmatige werkwoorden hebben een deelwoord dat je apart moet leren. Soms zijn past simple en past participle gelijk; soms niet:
| Basisvorm | Past simple | Past participle |
|---|---|---|
| buy | bought | bought |
| see | saw | seen |
| go | went | gone |
| write | wrote | written |
| take | took | taken |
We've seen that film twice.
We hebben die film twee keer gezien.
Mina has written the first draft.
Mina heeft de eerste versie geschreven.
Er is geen betrouwbare logische regel die seen, gone of written voorspelt. Deze derde hoofdvorm moet je met het werkwoord leren: see–saw–seen, go–went–gone, write–wrote–written. De pagina over de hoofdvormen van het Engelse werkwoord helpt je die informatie systematisch opslaan.
Het deelwoord blijft onveranderd
Engelse deelwoorden stemmen niet af op persoon, getal of geslacht. Alleen have wisselt tussen have en has:
He has finished, and they have finished too.
Hij is klaar, en zij zijn ook klaar.
Niet he has finishes of they have finisheds. Dit onderscheid is structureel belangrijk. Has is de persoonsvorm; finished is een niet-finiete vorm en draagt hier geen uitgang voor het onderwerp.
Dat zie je ook wanneer er woorden tussen hulpwerkwoord en deelwoord staan:
She has never missed a deadline.
Ze heeft nog nooit een deadline gemist.
Never onderbreekt de zichtbare reeks has missed, maar verandert de grammaticale relatie niet. Frequentie- en perfectbijwoorden staan vaak na have/has en vóór het deelwoord.
Ontkenningen
Plaats not direct na have/has. In gewone gesprekken en informele teksten zijn haven't en hasn't de normale vormen (informeel en neutraal gesproken):
| Volle vorm | Contractie |
|---|---|
| I have not finished | I haven't finished |
| she has not finished | she hasn't finished |
| they have not finished | they haven't finished |
I haven't finished the report yet.
Ik heb het rapport nog niet af.
The parcel hasn't arrived.
Het pakket is niet aangekomen.
Je gebruikt geen do/does bij deze ontkenning. Have is hier al een hulpwerkwoord en kan zelf not dragen. I don't have finished mengt de constructie met de simple present.
Volle vormen kunnen nadruk geven:
I have not agreed to those terms.
Ik heb niet met die voorwaarden ingestemd. (nadrukkelijk)
Die niet-gecontraheerde vorm is gebruikelijk bij nadruk en in formele teksten (formeel); hij is niet grammaticaal “correcter” dan haven't.
Vragen en korte antwoorden
Voor een ja-neevraag zet je have/has vóór het onderwerp:
Have they seen it?
Hebben ze het gezien?
Has Noor called you?
Heeft Noor je gebeld?
Het patroon is Have/Has + onderwerp + past participle? Ook hier verschijnt geen do:
| Vraag | Bevestigend antwoord | Ontkennend antwoord |
|---|---|---|
| Have you eaten? | Yes, I have. | No, I haven't. |
| Has she left? | Yes, she has. | No, she hasn't. |
Have you locked the back door? — Yes, I have.
Heb je de achterdeur op slot gedaan? — Ja.
In een kort antwoord herhaal je have/has, niet het hoofdwerkwoord: Yes, I have, niet Yes, I have locked. Voor een volledig antwoord moet ook het ontbrekende voorwerp terugkomen: Yes, I have locked it of Yes, I have locked the back door. Zo'n lange versie is mogelijk wanneer je nadruk of extra informatie toevoegt.
Bij een vraagwoord komt het vraagwoord vooraan:
Where has Elias put the spare key?
Waar heeft Elias de reservesleutel neergelegd?
Het deelwoord blijft na het onderwerp staan: where + has + Elias + put.
Contracties herkennen
've betekent altijd have: I've, you've, we've, they've. 's kan has of is betekenen. Kijk naar wat volgt:
She's finished the presentation.
Ze heeft de presentatie afgemaakt.
She's finishing the presentation.
Ze is de presentatie aan het afmaken.
Voor finished is 's = has, want het volgt door een past participle in de present perfect. Voor finishing is 's = is, want -ing vormt de present continuous. Bij woorden die zowel deelwoord als bijvoeglijk naamwoord kunnen zijn, bepaalt de bredere context de analyse.
In zorgvuldig formeel schrijven mogen contracties worden vermeden (formeel), maar in neutrale e-mails en vrijwel alle gesprekken zijn ze natuurlijk. De grammaticale structuur blijft gelijk.
Regionale vorm: got en gotten
Het deelwoord van get is got in Brits Engels en vaak gotten in Amerikaans Engels wanneer het “verkregen” of “geworden” betekent:
We've got much better at handling complaints.
We zijn veel beter geworden in het afhandelen van klachten. (Brits Engels)
We've gotten much better at handling complaints.
We zijn veel beter geworden in het afhandelen van klachten. (Amerikaans Engels)
Beide zijn standaard binnen hun regio (regionaal: Brits Engels / Amerikaans Engels). Have got heeft daarnaast speciale bezitsbetekenissen; leer regionale varianten dus in context, niet als willekeurige fouten.
Veelgemaakte fouten
1. De past-simplevorm na have gebruiken
❌ She has went to the pharmacy.
Onjuist: went is de past simple, niet het past participle.
✅ She has gone to the pharmacy.
Ze is naar de apotheek gegaan.
2. Het Nederlandse hulpwerkwoord zijn overnemen
❌ I am worked all morning.
Onjuist als present perfect: Engels vormt deze tijd met have, niet met zijn.
✅ I have worked all morning.
Ik heb de hele ochtend gewerkt.
3. Has bij een meervoudig onderwerp gebruiken
❌ My parents has arrived.
Onjuist: een meervoudig onderwerp krijgt have.
✅ My parents have arrived.
Mijn ouders zijn aangekomen.
4. Do toevoegen aan vraag of ontkenning
❌ Do they have seen it?
Onjuist: have is al het hulpwerkwoord en gaat zelf voor het onderwerp.
✅ Have they seen it?
Hebben ze het gezien?
5. Het deelwoord aan he of she aanpassen
❌ He has finishes the draft.
Onjuist: alleen has draagt de derde persoon; finished blijft onveranderd.
✅ He has finished the draft.
Hij heeft de eerste versie afgemaakt.
Kernpunten
Bouw de present perfect met have/has + past participle. Gebruik has alleen bij de derde persoon enkelvoud; het deelwoord blijft voor ieder onderwerp gelijk. Regelmatige deelwoorden eindigen op -ed, maar onregelmatige derde vormen moet je apart leren. Zet not na have/has en verplaats datzelfde hulpwerkwoord vóór het onderwerp in vragen — zonder do.
Related Topics
- De vijf kernvormen van Engelse werkwoordenA1 — Leer hoe grondvorm, derde-persoonsvorm, past, voltooid deelwoord en -ing-vorm vrijwel alle Engelse werkwoordgroepen opbouwen.
- Vorm van de regelmatige past simpleA1 — Leer hoe je regelmatige Engelse werkwoorden in de past simple vormt, spelt en uitspreekt.
- Onregelmatige past simpleA2 — Leer veelvoorkomende onregelmatige past-vormen herkennen en onthouden via vormfamilies en natuurlijke context.
- Resultaat dat nu relevant isA2 — Leer hoe de present perfect een voltooide gebeurtenis koppelt aan een zichtbaar, praktisch of gesprekstechnisch relevant resultaat in het heden.
- Levenservaring zonder afgesloten tijdA2 — Leer hoe je met de present perfect vraagt en vertelt wat iemand tot nu toe heeft meegemaakt.
- Vorm van de present perfect continuousB1 — Bouw de present perfect continuous correct met have of has, het vaste been en een werkwoord op -ing.