Werkwoordreferentie: buy

Buy betekent kopen: geld of een andere tegenprestatie geven om iets te verkrijgen. De onregelmatige reeks buy–bought–bought verandert zowel in spelling als in klinker. Bovendien gebruikt het Engels verschillende patronen voor de ontvanger, de verkoper en de prijs: je kunt buy someone something, iets for someone kopen en iets from a seller kopen.

Vormen, spelling en uitspraak

SlotVormUitspraak (algemeen Amerikaans)Voorbeeld
base formbuy/baɪ/can buy
3e persoon enkelvoudbuys/baɪz/she buys
pastbought/bɔt/we bought
past participlebought/bɔt/has bought
present participle / gerundbuying/ˈbaɪɪŋ/is buying

Buy rijmt op my en buys op eyes. In bought klinken gh helemaal niet; de spelling moet je als geheel leren. In Noord-Amerikaanse accenten met de cot–caught merger kan de klinker van bought dichter bij /ɑ/ liggen, maar dat verandert de grammatica of spelling niet. Bought is zowel past als past participle; buyed is fout. In buying blijven twee klinkers over twee lettergrepen hoorbaar: /ˈbaɪ.ɪŋ/.

We buy fresh bread from the bakery on Saturdays.

Op zaterdag kopen we vers brood bij de bakker.

I didn't buy the extended warranty.

Ik heb de verlengde garantie niet gekocht.

Did Maya buy those tickets online?

Heeft Maya die kaartjes online gekocht?

We've bought enough food for the weekend.

We hebben genoeg eten voor het weekend gekocht.

Have you ever bought a used car?

Heb je ooit een tweedehandsauto gekocht?

Vragen en ontkenningen in de simple present en past gebruiken do/does/did + buy. Na did staat de base form. Perfecte tijden krijgen have/has/had + bought.

Tijd of wijsBevestigendOntkennendVraag
present simpleThey buy locally.They don't buy locally.Do they buy locally?
past simpleThey bought it.They didn't buy it.Did they buy it?
present perfectThey have bought it.They haven't bought it.Have they bought it?
past perfectThey had bought it.They hadn't bought it.Had they bought it?
progressiveThey are buying it.They aren't buying it.Are they buying it?
futureThey will buy it.They won't buy it.Will they buy it?
conditionalThey would buy it.They wouldn't buy it.Would they buy it?
imperativeBuy it today.Don't buy it yet.

Buy + gekocht object

Buy is in de kern transitief: het directe object is wat de koper verkrijgt. Veelvoorkomende objecten zijn buy groceries, a ticket, a house, insurance, time en a subscription. Bij ontelbare zaken staat geen a: buy furniture, buy equipment. Je kunt het object weglaten wanneer uit de context al duidelijk is wat er wordt verhandeld: Prices may fall, but I'm not buying yet.

You can buy a day pass at the front desk.

Je kunt bij de receptie een dagpas kopen.

Buy kan ook figuurlijk betekenen dat iemand iets gelooft of accepteert, vooral in de ontkenning I don't buy it (informal). Dat is geen letterlijke aankoop en krijgt geen prijs of verkoper.

He says the damage was already there, but I don't buy it.

Hij zegt dat de schade er al zat, maar dat geloof ik niet. (informal)

Iets voor iemand kopen: twee patronen

Wanneer iemand anders het gekochte ding krijgt of ervan profiteert, zijn twee patronen mogelijk:

PatroonVoorbeeldNadruk
buy + ontvanger + dingbuy Nina a coffeeontvanger staat vroeg
buy + ding + for + ontvangerbuy a coffee for Ninading staat vroeg; ontvanger na for

Het dubbele-objectpatroon buy someone something heeft geen voorzetsel. In het alternatieve patroon gebruik je for, niet to, omdat de persoon de begunstigde van de aankoop is. Vergelijk send the coffee to Nina: daar beschrijft to een bestemming. Bij buy beschrijft for voor wie de aankoop bedoeld is.

I'll buy you lunch if you help me move the couch.

Ik trakteer je op lunch als je me helpt de bank te verplaatsen.

We bought a warm coat for our daughter.

We hebben een warme jas voor onze dochter gekocht.

Wanneer het gekochte ding een voornaamwoord is, is de for-variant veel natuurlijker: buy it for me, niet buy me it. Het dubbele object werkt het best met een volledige naamwoordgroep als tweede object.

If you see the blue notebook, could you buy it for me?

Als je het blauwe notitieboek ziet, zou je het dan voor me kunnen kopen?

Een dubbel object garandeert niet dat de ontvanger juridisch eigenaar wordt; het zegt vooral dat de aankoop ten behoeve van die persoon gebeurt. I bought my client a coffee betekent normaal dat de cliënt de koffie krijgt. I bought my client a house kan, afhankelijk van de context, een veel grotere schenking impliceren.

💡
Bij buy is de ontvanger een begunstigde: buy me a ticket of buy a ticket for me. Gebruik daarom for, niet to, in de variant met een voorzetsel.

De bron: buy something from someone

De verkoper, winkel of bron volgt na from: buy a car from a dealer, buy cheese from the market, buy directly from the artist. Nederlands gebruikt vaak bij voor een winkel of bedrijf; dat mag je niet mechanisch als at vertalen wanneer je de bron als leverancier noemt.

I bought this print directly from the artist.

Ik heb deze prent rechtstreeks van de kunstenaar gekocht.

We usually buy vegetables from a farm outside town.

We kopen meestal groenten bij een boerderij buiten de stad.

At en in kunnen wel de fysieke plaats van de aankoop aangeven: I bought it at the airport; We bought it in Chicago. Dan presenteer je die plek niet noodzakelijk als verkoper. From legt juist de bronrelatie vast. Bij online verkopers is from bijzonder gewoon: buy it from their online store.

De prijs krijgt meestal for: buy something for $20. Met at geef je een koers of prijsniveau: buy shares at $20 each. Het betaalmiddel kan met with: buy it with cash, al is pay in cash vaak idiomatischer.

She bought the desk from a neighbor for forty dollars.

Ze kocht het bureau van een buur voor veertig dollar.

Deze ene zin toont drie rollen: she is koper, the desk het gekochte object, from a neighbor de bron en for forty dollars de prijs. Voorzetsels maken die rollen zichtbaar.

💡
Onthoud de richting van de transactie: je koopt een zaak from de verkoper en for een bedrag of begunstigde. De verkoper verkoopt diezelfde zaak to jou.

Tijd en aspect

De simple present past bij gewoontes en vaste commerciële relaties. De progressive beschrijft een aankoop die wordt uitgevoerd, onderhandeld of als concreet plan in gang is gezet. Vooral bij grote aankopen omvat We're buying a house meer dan het moment van betalen: zoeken, bieden en afwikkelen vormen samen één tijdelijk proces.

We buy coffee from the same roaster every month.

We kopen elke maand koffie bij dezelfde koffiebrander.

We're buying the apartment upstairs, but the paperwork isn't final yet.

We kopen het appartement boven ons, maar de papieren zijn nog niet in orde.

Past simple bought hoort bij een afgesloten tijdstip. Present perfect have bought koppelt de aankoop aan het heden en combineert in standaardgebruik niet met een afgesloten tijdsbepaling als yesterday. Zie past simple tegenover present perfect.

I bought the tickets yesterday.

Ik heb de kaartjes gisteren gekocht.

I've bought the tickets, so we're all set for Friday.

Ik heb de kaartjes gekocht, dus alles is geregeld voor vrijdag.

Register en betekenisverwanten

Buy is neutraal in gesprekken en zakelijke taal. Purchase is (formal/commercial) als werkwoord en zelfstandig naamwoord; het staat vaak in voorwaarden, formulieren en kassateksten. Acquire is (formal) en benadrukt verwerving, niet noodzakelijk door betaling. Pick up kan (informal) “even kopen of ophalen” betekenen, afhankelijk van de context.

Tickets may be purchased online or at the box office.

Kaartjes kunnen online of aan de kassa worden gekocht. (formal)

Veelgemaakte fouten

1. De past regelmatig maken

❌ We buyed a new printer last week.

Onjuist: de past van buy is bought.

✅ We bought a new printer last week.

We hebben vorige week een nieuwe printer gekocht.

2. Buyed na have gebruiken

❌ She has buyed all the ingredients.

Onjuist: ook het past participle is bought.

✅ She has bought all the ingredients.

Ze heeft alle ingrediënten gekocht.

3. To voor de begunstigde gebruiken

❌ Can you buy a ticket to me?

Onjuist: de begunstigde krijgt for, of staat direct na buy.

✅ Can you buy a ticket for me?

Kun je een kaartje voor me kopen?

4. Het zaakvoornaamwoord in een dubbel object zetten

❌ If it's still available, buy me it.

Sterk onnatuurlijk: zet it vóór de for-groep.

✅ If it's still available, buy it for me.

Als het nog verkrijgbaar is, koop het dan voor me.

5. Het Nederlandse bij mechanisch met at vertalen

❌ I bought this cheese at a local farmer.

Onjuist: een persoon of leverancier als bron krijgt from.

✅ I bought this cheese from a local farmer.

Ik heb deze kaas bij een plaatselijke boer gekocht.

Kernpunten

  • De vijf slots zijn buy, buys, bought, bought, buying; gh is stil.
  • Gebruik buy someone something of buy something for someone.
  • De verkoper of leverancier volgt na from; een gewone prijs volgt meestal na for.
  • Simple present beschrijft een koopgewoonte; progressive kan een lopend aankoopproces beschrijven.
  • Buy is neutraal; purchase is formeler en commerciëler.

Related Topics

  • Onregelmatige past simpleA2Leer veelvoorkomende onregelmatige past-vormen herkennen en onthouden via vormfamilies en natuurlijke context.
  • Werkwoorden met twee objectenB1Leer wanneer Engelse werkwoorden een ontvanger en een zaak als twee objecten kunnen uitdrukken en wanneer een to-constructie verplicht is.
  • Overgankelijke en onovergankelijke werkwoordenB1Leer welke Engelse werkwoorden een direct object toelaten, welke zonder object staan en hoe dezelfde vorm oorzaak of verandering kan uitdrukken.
  • Past simple of present perfectA2Kies de past simple voor een afgesloten verleden tijd en de present perfect voor een gebeurtenis met een open verbinding naar nu.
  • Werkwoordreferentie: getA2Orden de vele betekenissen en constructies van get, inclusief Amerikaans gotten, verandering, causatief gebruik en het get-passief.
  • Werkwoordreferentie: giveA1Leer de onregelmatige vormen, dubbel-objectpatronen, to-constructie en scheidbare partikelcombinaties van give.