Werkwoordreferentie: sell

Sell betekent meestal verkopen: iets tegen betaling aan een koper overdragen. De onregelmatige reeks is sell–sold–sold. Naast het gewone patroon met een verkoper als onderwerp heeft Engels een opvallende actieve constructie waarin het product onderwerp wordt: This book sells well betekent niet dat het boek zelf handelt, maar dat het gemakkelijk of in grote aantallen wordt verkocht.

Vormen, klinkerwisseling en uitspraak

SlotVormUitspraak (algemeen Amerikaans)Voorbeeld
base formsell/sɛl/can sell
3e persoon enkelvoudsells/sɛlz/she sells
pastsold/soʊld/we sold
past participlesold/soʊld/has sold
present participle / gerundselling/ˈsɛlɪŋ/is selling

De klinker verandert van /ɛ/ in sell naar /oʊ/ in sold. Past en past participle zijn beide sold; selled is in standaardengels fout. Voor selling blijft de dubbele l staan. Sold rijmt op cold en eindigt op de medeklinkercombinatie /ld/.

The farm sells eggs and honey at the roadside stand.

De boerderij verkoopt eieren en honing bij het kraampje langs de weg.

We didn't sell the old dining table.

We hebben de oude eettafel niet verkocht.

Did they sell their house before they moved?

Hebben ze hun huis verkocht voordat ze verhuisden?

I've already sold my extra ticket.

Ik heb mijn extra kaartje al verkocht.

Has the gallery sold any of her paintings?

Heeft de galerie schilderijen van haar verkocht?

In vragen en ontkenningen van de simple present en past draagt do/does/did de grammaticale markering: Did she sell …?, niet Did she sold …? Perfecte tijden gebruiken have/has/had sold.

Tijd of wijsBevestigendOntkennendVraag
present simpleThey sell bikes.They don't sell bikes.Do they sell bikes?
past simpleThey sold bikes.They didn't sell bikes.Did they sell bikes?
present perfectThey have sold bikes.They haven't sold bikes.Have they sold bikes?
past perfectThey had sold bikes.They hadn't sold bikes.Had they sold bikes?
progressiveThey are selling bikes.They aren't selling bikes.Are they selling bikes?
futureThey will sell bikes.They won't sell bikes.Will they sell bikes?
conditionalThey would sell bikes.They wouldn't sell bikes.Would they sell bikes?
imperativeSell it now.Don't sell it yet.

Verkoper, product, koper en prijs

In het gewone transitieve patroon is de verkoper het onderwerp en het product het directe object: someone sells something. De koper of nieuwe eigenaar krijgt to; de prijs krijgt meestal for.

My neighbor sold his car to a college student for three thousand dollars.

Mijn buurman verkocht zijn auto voor drieduizend dollar aan een student.

De rollen hebben een heldere richting. Vanuit het perspectief van de verkoper zeg je sell something to someone. Vanuit dat van de koper zeg je buy something from someone. Nederlands gebruikt aan en van/bij op vergelijkbare wijze, maar de Engelse paren sell to en buy from moeten als vaste tegenhangers worden geleerd.

The publisher sells textbooks directly to schools.

De uitgever verkoopt studieboeken rechtstreeks aan scholen.

Schools buy those textbooks directly from the publisher.

Scholen kopen die studieboeken rechtstreeks bij de uitgever.

Voor prijzen is sell for $50 de gewone constructie wanneer je de uiteindelijke verkoopprijs noemt. Sell at $50 past bij een prijsniveau, beurskoers of eenheidsprijs. Sell by the pound noemt de rekeneenheid.

The signed poster sold for nearly five hundred dollars at auction.

De gesigneerde poster werd op de veiling voor bijna vijfhonderd dollar verkocht.

Het werkwoord kan zonder product staan wanneer de handelsactiviteit algemeen wordt bedoeld: She sells online. Een that-clause is in de letterlijke verkoopbetekenis geen normaal productobject; bij ideeën gebruikt Engels eerder sell someone on an idea, “iemand voor een idee winnen”, (informal/business).

💡
Breng elke transactie als vier rollen in kaart: de verkoper sells het product to de koper for een prijs. De koper buys hetzelfde product from de verkoper.

Dubbel object: sell someone something

Sell kan een dubbel object nemen: sell + koper + product. The dealer sold me a used car en The dealer sold a used car to me beschrijven dezelfde overdracht, maar de eerste plaatst de koper eerder en klinkt vaak persoonlijker.

The vendor sold us two rain ponchos just before the storm.

De verkoper verkocht ons vlak voor de storm twee regenponcho's.

Dit patroon is mogelijk, maar minder vrij dan bij give of send. Het eerste object moet als echte koper of klant worden begrepen, of als iemand die figuurlijk een idee of verhaal aanneemt. Met lange of nieuwe kopergroepen is het to-patroon duidelijker: sell the property to a group of local investors. Ook wanneer het product een voornaamwoord is, kies je sell it to me, niet sell me it.

If you no longer need the camera, would you sell it to me?

Als je de camera niet meer nodig hebt, zou je hem dan aan mij verkopen?

They sold the warehouse to a nonprofit that supports local artists.

Ze verkochten het pakhuis aan een stichting die plaatselijke kunstenaars ondersteunt.

In de figuurlijke constructie sell someone an idea/story betekent sell iemand overtuigen dat iets aantrekkelijk of geloofwaardig is. Sell someone on an idea is eveneens gebruikelijk, vooral (informal/business). De dubbel-objectzin You sold me a fantasy kan ook verwijtend betekenen dat iemand je iets onwaars heeft doen geloven.

The architect sold the board a bold plan for reusing the old factory.

De architect wist het bestuur te winnen voor een gedurfd plan om de oude fabriek te hergebruiken.

Zie werkwoorden met twee objecten voor de bredere factoren die de keuze tussen beide volgordes sturen.

💡
Het dubbele object is het natuurlijkst met een korte, duidelijke koper plus een volledige productgroep: sell me your bike. Is het product it of is de koper lang, gebruik dan sell it to me of sell the bike to the new owner.

The book sells well: actief van vorm, product als onderwerp

In This book sells well staat geen uitgedrukte verkoper. Het product is grammaticaal onderwerp, maar geen handelende persoon. De zin beschrijft hoe gemakkelijk, snel of succesvol het product in de markt wordt verkocht. Deze structuur heet vaak een middelconstructie (middle construction): actief van vorm, maar met een betekenis die een eigenschap van het object centraal stelt.

Lightweight laptops sell well during the back-to-school season.

Lichte laptops verkopen goed in de periode voor het nieuwe schooljaar.

The smaller apartments aren't selling as quickly as the developer expected.

De kleinere appartementen verkopen niet zo snel als de projectontwikkelaar had verwacht.

Een bepaling als well, quickly, easily maakt de eigenschapslezing duidelijk. This model sells kan in de juiste context “dit model vindt aftrek” betekenen, maar zonder context klinkt een nadere bepaling vaak natuurlijker. De progressive is selling well beschrijft de huidige marktprestatie; simple present sells well een algemener patroon.

Dit is geen passief. Vergelijk:

ConstructieVoorbeeldBetekenisfocus
actief transitiefThe store sells this model.de winkel als verkoper
middelconstructieThis model sells well.marktprestatie van het model
passiefThis model is sold online.verkoopkanaal; verkoper niet genoemd

Tickets sold quickly kan betekenen dat de kaartjes snel aftrek vonden. Tickets were sold quickly is ondubbelzinnig passief en rapporteert de verkoophandeling. Het ontbreken of aanwezig zijn van were verandert dus de grammaticale analyse.

All the balcony seats sold within an hour.

Alle balkonplaatsen waren binnen een uur verkocht.

All the balcony seats were sold through the theater's website.

Alle balkonplaatsen werden via de website van het theater verkocht.

Nederlands kent eveneens dit product verkoopt goed, waardoor de kern intuïtief kan aanvoelen. Toch maken leerders er soms ten onrechte een passief van wanneer juist de verkoopbaarheid centraal staat. Het passief zegt wat er met het product gebeurt; de middelconstructie schrijft het product een commerciële eigenschap toe.

Tijd, aspect en passief

Simple present beschrijft assortiment of gewoonte; progressive een tijdelijke verkoopactie of proces. Present perfect has sold kan actief zijn met de verkoper als onderwerp of een middelconstructie met het product als onderwerp. De context bepaalt wie of wat verkoopt.

The museum shop sells prints by local artists.

De museumwinkel verkoopt prenten van plaatselijke kunstenaars.

We're selling the dining table because it doesn't fit in the new apartment.

We verkopen de eettafel omdat hij niet in het nieuwe appartement past.

That author has sold more than a million books.

Die auteur heeft meer dan een miljoen boeken verkocht.

The new edition has sold better than anyone predicted.

De nieuwe editie verkocht beter dan iemand had voorspeld.

Het gewone passief is be + sold. Sold out betekent dat de voorraad volledig verkocht is; als toestandsaanduiding verschijnt het vaak na be: The evening show is sold out. Dat vaste resultaat hoeft geen handelende verkoper te noemen.

Register

Sell is neutraal. Retail als werkwoord is (commercial/formal) en benoemt verkoop aan consumenten of een verkoopprijs: The device retails for $99. Market betekent een product promoten en positioneren, niet noodzakelijk daadwerkelijk verkopen. Vend is (formal/technical) of beperkt tot automaten en juridische taal.

The basic model retails for ninety-nine dollars.

Het basismodel heeft een winkelprijs van negenennegentig dollar. (commercial)

Veelgemaakte fouten

1. Een regelmatige past vormen

❌ We selled the sofa online.

Onjuist: de past van sell is sold.

✅ We sold the sofa online.

We hebben de bank online verkocht.

2. Sold niet als past participle gebruiken

❌ She has sell all the tickets.

Onjuist: na has staat het past participle sold.

✅ She has sold all the tickets.

Ze heeft alle kaartjes verkocht.

3. From voor de koper kiezen

❌ I sold my bike from a coworker.

Onjuist: na sell krijgt de koper to.

✅ I sold my bike to a coworker.

Ik heb mijn fiets aan een collega verkocht.

4. Een zaakvoornaamwoord achter de koper plaatsen

❌ If you want the lamp, I'll sell you it.

Sterk onnatuurlijk: zet it vóór de to-groep.

✅ If you want the lamp, I'll sell it to you.

Als je de lamp wilt, verkoop ik hem aan je.

5. De middelconstructie onnodig passief maken

❌ This kind of jacket is sold well in winter.

Onjuist voor marktprestatie: gebruik de actieve middelconstructie.

✅ This kind of jacket sells well in winter.

Dit soort jas verkoopt goed in de winter.

Kernpunten

  • De slots zijn sell, sells, sold, sold, selling.
  • Gebruik sell something to someone for a price of, bij een korte koper, sell someone something.
  • Met een productvoornaamwoord is sell it to me natuurlijker dan sell me it.
  • This product sells well is een actieve middelconstructie; is sold is passief.
  • Sell is neutraal; retail is commerciëler en formeler.

Related Topics

  • Onregelmatige past simpleA2Leer veelvoorkomende onregelmatige past-vormen herkennen en onthouden via vormfamilies en natuurlijke context.
  • Werkwoorden met twee objectenB1Leer wanneer Engelse werkwoorden een ontvanger en een zaak als twee objecten kunnen uitdrukken en wanneer een to-constructie verplicht is.
  • Overgankelijke en onovergankelijke werkwoordenB1Leer welke Engelse werkwoorden een direct object toelaten, welke zonder object staan en hoe dezelfde vorm oorzaak of verandering kan uitdrukken.
  • Vorm van de lijdende vormA2Bouw het Engelse passief met een passende vorm van be en het voltooid deelwoord, terwijl tijd en lexicale betekenis elk hun eigen plaats behouden.
  • Wanneer het passief natuurlijk isB1Kies het passief wanneer de onderganger centraal staat en de actor onbekend, voorspelbaar of minder relevant is, niet als automatische markering van formele stijl.
  • Werkwoordreferentie: buyA1Leer buy–bought–bought en gebruik de juiste patronen voor ontvanger, verkoper, winkel en prijs.