De first conditional beschrijft een reële of goed voorstelbare mogelijkheid, meestal in de toekomst, met het gevolg dat dan kan volgen. Het kernpatroon is if + present simple, will + kale infinitief: If it rains, we'll stay home. De present-vorm na if kan in het Nederlands toch met een toekomstige betekenis worden vertaald.
If it rains, we'll stay home.
Als het regent, blijven we thuis.
De zin beweert niet dat het zeker gaat regenen. Hij noemt een open mogelijkheid en geeft de reactie daarop. De naam first conditional is een onderwijslabel; de betekenis komt voort uit de combinatie van een voorwaarde met een toekomstgerichte hoofdzin.
Het kernpatroon
In het if-deel staat normaal de present simple. In de hoofdzin staat vaak will plus de kale infinitief.
If you miss the last train, I'll pick you up.
Als je de laatste trein mist, haal ik je op.
We'll move the meeting online if the trains are still on strike.
We zetten de vergadering online als de treinen nog steeds staken.
Beide volgordes zijn mogelijk. Bij een vooropgeplaatst if-deel schrijf je doorgaans een komma. Achteraan is er normaal geen komma.
Engels gebruikt na if de present niet omdat de gebeurtenis nu plaatsvindt, maar omdat tijd- en voorwaardelijke bijzinnen de gewone toekomstige will meestal niet toelaten. De hele constructie, context en hoofdzin leveren de toekomstbetekenis.
Meer dan alleen will
Het resultaat hoeft geen zekere voorspelling te zijn. Modale hulpwerkwoorden geven mogelijkheid, toestemming, vermogen, advies of verplichting weer.
If you finish early, you can leave.
Als je vroeg klaar bent, mag je weg.
If the pain gets worse, you should call your doctor.
Als de pijn erger wordt, moet je je huisarts bellen.
If we hurry, we might catch the earlier train.
Als we opschieten, halen we misschien de eerdere trein.
Can is hier registerneutrale toestemming, should geeft advies en might maakt het resultaat minder zeker. De voorwaarde blijft reëel; alleen de sterkte of aard van het gevolg verandert.
Een imperative is eveneens mogelijk wanneer de voorwaarde een instructie activeert.
If you see Noor, tell her I've got her keys.
Als je Noor ziet, zeg haar dan dat ik haar sleutels heb.
In aanbiedingen en vragen kan de hoofdzin een vraagvorm hebben.
If I cook tonight, will you do the washing-up?
Als ik vanavond kook, doe jij dan de afwas?
Present betekent niet altijd present simple
Het basispatroon gebruikt de present simple, maar andere present-vormen zijn mogelijk wanneer hun aspect nodig is. De present continuous benadrukt een lopende of geregelde toekomstige activiteit; de present perfect markeert dat iets eerst voltooid moet zijn.
If you're working late tonight, I'll save you some dinner.
Als je vanavond tot laat werkt, bewaar ik wat avondeten voor je.
If you've finished by six, we can go to the cinema.
Als je om zes uur klaar bent, kunnen we naar de bioscoop.
In het tweede voorbeeld moet het afmaken vóór het mogelijke bioscoopbezoek liggen. If you finish by six is ook goed; if you've finished maakt de voltooiing als voorwaarde extra zichtbaar.
Hoe reëel moet de mogelijkheid zijn?
De first conditional zegt niet hoeveel procent kans iets heeft. De spreker behandelt de voorwaarde als open en praktisch relevant. Zelfs iets onwaarschijnlijks kan met de first conditional worden uitgedrukt wanneer men het serieus als mogelijkheid bespreekt.
If the court accepts the appeal, the case will be heard again.
Als de rechter het beroep aanvaardt, wordt de zaak opnieuw behandeld.
Dit is (formal) juridisch taalgebruik en laat de uitkomst open. De second conditional (If the court accepted...) zou meer afstand of scepsis suggereren.
Omgekeerd kan when if vervangen als de gebeurtenis als zeker wordt voorgesteld.
When you arrive, I'll meet you outside the station.
Wanneer je aankomt, wacht ik buiten het station op je.
When veronderstelt hier dat je aankomt; alleen het tijdstip is nog toekomstig. If you arrive zou kunnen suggereren dat aankomen onzeker is.
Verschil met zero en second conditional
| Patroon | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| if + present, present | regel of routine | If I work late, I order food. |
| if + present, will + base | reële toekomstmogelijkheid | If I work late tonight, I'll order food. |
| if + past, would + base | hypothetische afstand | If I worked fewer hours, I'd cook more. |
If I work late, I order food.
Als ik tot laat werk, bestel ik eten.
Dit is een gewoonte. Vergelijk een concreet plan:
If I work late tonight, I'll order food.
Als ik vanavond tot laat werk, bestel ik eten.
De zero conditional classificeert een verband; de first conditional plant of voorspelt wat in een afzonderlijke situatie volgt. De second conditional zet meer afstand tussen spreker en mogelijkheid.
Wanneer will wél in het if-deel kan staan
De regel ‘nooit will na if’ is te grof. Gewoon toekomstig will staat daar niet, maar will kan bereidheid, aandringen of een voorspelbaar karakter uitdrukken. Dan heeft het een eigen modale betekenis.
If you'll wait here for a moment, I'll see whether the manager is free.
Als u hier even wilt wachten, kijk ik of de manager beschikbaar is.
Deze formulering is beleefd en (formal). Will betekent ‘bereid bent te wachten’, niet simpelweg toekomst. Een geïrriteerde spreker kan (informal) aandringen uitdrukken:
If you will keep interrupting, we won't finish on time.
Als je per se blijft onderbreken, komen we niet op tijd klaar.
Leer deze gevallen pas als betekenisuitbreiding nadat het basispatroon stevig zit. In een gewone weersvoorwaarde blijft If it will rain fout.
Unless en negatieve voorwaarden
Unless betekent meestal ‘if not’. Zet er niet nog een gewone ontkenning bij als die niet inhoudelijk nodig is.
Unless we leave now, we'll miss the start.
Als we niet nu vertrekken, missen we het begin.
Dit komt overeen met If we don't leave now.... Meer nuances staan op de pagina over if en unless.
Veelgemaakte fouten
1. Will in de gewone if-zin
❌ If it will snow tonight, we'll drive home early.
Onjuist — will drukt hier alleen toekomst uit en hoort niet in het if-deel.
✅ If it snows tonight, we'll drive home early.
Als het vannacht sneeuwt, rijden we vroeg naar huis.
2. Will vergeten in een concrete voorspelling
❌ If you ask nicely, she helps you tomorrow.
Onnatuurlijk als één toekomstige reactie bedoeld is.
✅ If you ask nicely, she'll help you tomorrow.
Als je het vriendelijk vraagt, helpt ze je morgen.
De eerste versie kan alleen goed zijn als zij dat als vaste gewoonte doet; tomorrow maakt de concrete toekomstlezing dominant.
3. Een verbogen vorm na een modal gebruiken
❌ If we hurry, we can catches the bus.
Onjuist — na can volgt de kale infinitief catch.
✅ If we hurry, we can catch the bus.
Als we opschieten, kunnen we de bus halen.
4. Dubbele ontkenning met unless
❌ Unless you don't confirm today, we'll cancel the booking.
Onjuist voor de bedoelde betekenis — unless bevat al de ontkenning.
✅ Unless you confirm today, we'll cancel the booking.
Tenzij je vandaag bevestigt, annuleren we de reservering.
Kernpunten
- Gebruik if + present voor de voorwaarde en vaak will + base voor het toekomstige gevolg.
- Na if staat normaal geen toekomstig will; de constructie als geheel draagt toekomstbetekenis.
- Can, may, might, should, een imperative of een vraag kunnen will in de hoofdzin vervangen.
- Will na if is alleen passend als het bereidheid, aandringen of een andere eigen modale betekenis heeft.
- Kies de first conditional wanneer je de mogelijkheid als open en praktisch relevant behandelt.
Related Topics
- Zero conditionalA2 — Gebruik present in beide zinsdelen voor algemene wetmatigheden, vaste routines en gevolgen die telkens opnieuw optreden.
- Second conditionalB1 — Gebruik een verleden vorm met would om hypothetische, onwaarschijnlijke of bewust op afstand geplaatste situaties in heden en toekomst te bespreken.
- Voorwaarde met if en unlessA2 — Kies tussen het algemene if en het uitzonderingsgerichte unless zonder ontkenning of betekenis per ongeluk om te keren.
- May en might voor mogelijkheidA2 — Druk onzekere mogelijkheid uit met may en might en herken waarom might niet automatisch verleden tijd is.
- Will en would voor bereidheidB1 — Leer hoe will en would niet alleen tijd, maar ook bereidheid, weigering en kenmerkend gedrag uitdrukken.