Werkwoordreferentie: get

Get is geen werkwoord met één Nederlandse vertaling. Afhankelijk van zijn complement betekent het onder meer krijgen, halen, bereiken, begrijpen of worden. Het vormt bovendien causatieve patronen en een informeel get-passief. De beste manier om dit zeer frequente werkwoord te beheersen is daarom niet één kernvertaling, maar een beperkte reeks constructies met elk hun eigen valentie en register.

Alle vormslots: got en gotten

SlotAlgemeen AmerikaansBrits standaard-Engels
kale vorm / infinitiefgetget
3e persoon enkelvoudgetsgets
pastgotgot
past participlegotten of got, afhankelijk van betekenismeestal got
present participle / gerundgettinggetting

Voor deze gids is en-US de doelvariëteit. Daar is gotten het gewone past participle voor verwerving en verandering: has gotten better, has gotten a reply. Got blijft staan in have got voor bezit en in have got to voor noodzaak: I've got a car; I've got to leave. Brits Engels gebruikt doorgaans got in al deze perfecte functies (regional: Britain). Dat verschil is systematisch genoeg om te leren, maar echte corpora tonen variatie en vaste uitdrukkingen.

De algemene Amerikaanse uitspraak is get /ɡɛt/, gets /ɡɛts/, got /ɡɑt/, gotten /ˈɡɑtən/ en getting /ˈɡɛtɪŋ/. In vloeiende Noord-Amerikaanse spraak wordt de middelste /t/ van getting vaak een flap [ɾ], ongeveer als een zeer korte Nederlandse r. De spelling verandert niet. Got to wordt in snelle spraak vaak gereduceerd; gotta is een informele uitspraakspelling (informal), niet geschikt voor formele tekst.

I get several support requests every morning.

Ik krijg elke ochtend meerdere supportverzoeken.

She gets home around six on most days.

Ze komt de meeste dagen rond zes uur thuis.

We got your message just before lunch.

We kregen je bericht vlak voor de lunch.

The situation has gotten much better since Monday.

De situatie is sinds maandag veel beter geworden.

I'm getting a replacement laptop tomorrow.

Ik krijg morgen een vervangende laptop.

Get + object: krijgen, halen en begrijpen

Transitief get + direct object kan verwerving of ontvangst uitdrukken: get an email, get permission, get a job. De bron kan met from volgen; de ontvanger staat als onderwerp. Context bepaalt of de gebeurtenis actief verkregen of passief ontvangen is.

Did you get my email about the schedule change?

Heb je mijn e-mail over de roosterwijziging ontvangen?

I didn't get a receipt from the parking machine.

Ik kreeg geen bonnetje van de parkeerautomaat.

Have you gotten permission to use those photos?

Heb je toestemming gekregen om die foto's te gebruiken?

In get + object + for/to + persoon kan get ‘halen, regelen of kopen’ betekenen. Get someone something is eveneens mogelijk met twee objecten.

Could you get me a glass of water while you're in the kitchen?

Kun je een glas water voor me meenemen nu je toch in de keuken bent?

I'll get the tickets online tonight.

Ik regel de kaartjes vanavond online.

Get betekent ook ‘begrijpen’, vooral (informal): I get it. Het direct object is dan de boodschap, grap of redenering. In een formeel onderzoeksverslag kies je eerder understand.

I don't get why this setting keeps changing.

Ik begrijp niet waarom deze instelling steeds verandert. (informal)

Get + plaats- of richtingscomplement

Intransitief get kan ‘aankomen/bereiken’ betekenen. Get to + zelfstandig naamwoord contrasteert met richtingsbijwoorden zonder to: get to the office, maar get home, get here, get there. Met into, out of, on, off beschrijft get vaak het bereiken van een positie.

When did you get to the conference center?

Wanneer kwam je bij het congrescentrum aan?

Call me as soon as you get home.

Bel me zodra je thuiskomt.

We couldn't get into the building because the door was locked.

We konden het gebouw niet in omdat de deur op slot zat.

Deze combinaties lijken op phrasal verbs, en sommige zijn dat ook, maar hun richting is vaak transparant. Uitgebreide idiomatische partikelbetekenissen zoals get over, get by en get away with horen bij afzonderlijke behandeling. Leer hier eerst het complementframe.

Get + adjective of participle: verandering

Als koppelwerkwoord betekent get + adjective ‘in een toestand raken’. Het contrasteert met statisch be: the room is cold beschrijft de toestand; the room is getting cold beschrijft de verandering. Nederlands gebruikt vaak worden of raken.

It's getting cold, so let's head back.

Het wordt koud, dus laten we teruggaan.

Don't get upset before you've heard the whole story.

Raak niet overstuur voordat je het hele verhaal hebt gehoord.

The roads got slippery as soon as the temperature dropped.

De wegen werden glad zodra de temperatuur daalde.

Veel natuurlijke combinaties zijn get better/worse, get tired, get ready, get dressed, get lost, get married. Bij participles ligt de grens tussen toestand en passief niet altijd scherp. Get dressed is een gebruikelijke verandering naar een aangeklede toestand; get promoted beschrijft iets wat iemand overkomt en lijkt duidelijker passief.

Become is vaak formeler en past goed bij geleidelijke of categoriale veranderingen: become a doctor, become increasingly important. Get is alledaagser en combineert bijzonder natuurlijk met tijdelijke adjectieven. Het is echter niet simpelweg ‘informeel become’: get a doctor betekent een arts halen, niet arts worden. Zie become.

Het get-passief

Get + past participle kan een passief vormen: get hired, get injured, get caught. Vergeleken met be + past participle vestigt het vaak meer aandacht op de gebeurtenis, verandering of betrokkenheid van het onderwerp. Het komt veel voor in gesprek (informal), maar ook in neutrale journalistieke taal met frequente combinaties als get elected en get arrested. In formele institutionele tekst blijft het be-passief meestal neutraler.

Two hikers got rescued just before dark.

Twee wandelaars werden vlak voor het donker gered.

Be careful not to get locked out of the apartment.

Pas op dat je jezelf niet buitensluit.

She got promoted after leading the project successfully.

Ze kreeg promotie nadat ze het project succesvol had geleid.

Niet elk statisch participle verdraagt get even goed. The door was known to be unsafe is neutraal; the door got known to be unsafe is onnatuurlijk. Het get-passief kiest vooral gebeurtenissen die het onderwerp treffen. Zie het get-passief.

Causatief get

Twee causatieve patronen moeten uit elkaar blijven:

  • get + persoon + to-infinitive: iemand ertoe brengen iets te doen;
  • get + zaak + past participle: regelen dat iets wordt gedaan.

Het persoonscomplement krijgt verplicht to. Dat contrasteert met causatief make en have, die in hun actieve persoonspatroon een kale infinitief gebruiken: make him wait, have her call.

How did you get the kids to try the soup?

Hoe heb je de kinderen zover gekregen dat ze de soep probeerden?

We need to get the roof repaired before winter.

We moeten het dak vóór de winter laten repareren.

I finally got my printer working again.

Ik heb mijn printer eindelijk weer aan de praat gekregen.

Het derde voorbeeld heeft get + object + -ing en betekent dat een proces op gang komt. Get something ready/open/clean gebruikt een adjectief als resultatief complement: het object bereikt de genoemde toestand.

Have got en have got to

Have got betekent bezit of een actuele relatie: I've got two sisters. Have gotten betekent in Amerikaans Engels dat iets is verkregen of veranderd: I've gotten two replies so far. De vormen zijn niet vrij verwisselbaar.

We've got enough chairs for everyone.

We hebben genoeg stoelen voor iedereen.

We've gotten three new chairs since the office moved.

We hebben drie nieuwe stoelen gekregen sinds het kantoor is verhuisd.

Have got to betekent noodzaak (informal): I've got to leave. Het wordt vaak uitgesproken als I've gotta leave, maar schrijf in neutrale tekst have got to of have to. Voor vragen en ontkenningen rond bezit, zie have.

Vragen, ontkenning en tijd

Lexicaal get gebruikt do-support in simple present en past: Do you get …? Does it get …? Did she get …? Na did blijft get kaal. In de perfect draagt have de grammatica en volgt gotten of got volgens betekenis en variëteit.

Does it get noisy here on weekends?

Wordt het hier in het weekend lawaaierig?

Why didn't you get off at the next stop?

Waarom stapte je niet uit bij de volgende halte?

Has the weather gotten any warmer?

Is het weer iets warmer geworden?

The process hasn't gotten any easier.

Het proces is niet gemakkelijker geworden.

I had gotten used to the noise by then.

Ik was toen al aan het lawaai gewend geraakt.

Veelgemaakte fouten

1. Amerikaans got gebruiken waar gotten nodig is

❌ The service has got much better this year.

Niet de neutrale en-US-vorm voor verandering: gebruik gotten; got is wel gewoon Brits.

✅ The service has gotten much better this year.

De dienstverlening is dit jaar veel beter geworden.

2. To weglaten in het causatieve persoonspatroon

❌ I got him fix the leak.

Onjuist: get + persoon vereist een to-infinitive.

✅ I got him to fix the leak.

Ik heb hem zover gekregen dat hij het lek repareerde.

3. To vóór home zetten

❌ We got to home after midnight.

Onjuist: home is hier een richtingsbijwoord en krijgt geen to.

✅ We got home after midnight.

We kwamen na middernacht thuis.

4. Got na did laten staan

❌ Did you got my message?

Onjuist: did draagt de verleden tijd; get blijft kaal.

✅ Did you get my message?

Heb je mijn bericht ontvangen?

5. Get letterlijk als krijgen vertalen

❌ I'm getting thirty next week.

Onnatuurlijk als je leeftijd bedoelt; Engels gebruikt turn voor het bereiken van een leeftijd.

✅ I'm turning thirty next week.

Ik word volgende week dertig.

Kernpunten

  • De en-US-slots zijn get, gets, got, gotten/got, getting; betekenis en constructie bepalen het participle.
  • Leer get via complementframes: get an object, get to a place, get + adjective, get someone to do en get something done.
  • Het get-passief benadrukt vaak een gebeurtenis die het onderwerp treft en is doorgaans minder formeel dan het be-passief.
  • Have got drukt bezit uit; Amerikaans have gotten drukt verwerving of verandering uit.
  • Nederlandse krijgen en worden voorspellen het Engelse patroon niet volledig; sla de hele constructie op.

Related Topics

  • Onregelmatige past simpleA2Leer veelvoorkomende onregelmatige past-vormen herkennen en onthouden via vormfamilies en natuurlijke context.
  • Vorm van de present perfectA2Leer de present perfect bouwen met have of has en het onveranderlijke past participle, inclusief ontkenningen, vragen en onregelmatige vormen.
  • Get-passiveB2Leer wanneer get plus voltooid deelwoord een gebeurtenis, verandering of persoonlijke betrokkenheid uitdrukt en waarom het niet elk be-passief kan vervangen.
  • Wanneer het passief natuurlijk isB1Kies het passief wanneer de onderganger centraal staat en de actor onbekend, voorspelbaar of minder relevant is, niet als automatische markering van formele stijl.
  • Werkwoordreferentie: haveA1Leer have als bezitswerkwoord, perfect hulpwerkwoord en onderdeel van vaste constructies correct vormen, uitspreken en gebruiken.
  • Werkwoordreferentie: becomeA2Leer become–became–become als koppelwerkwoord voor verandering, met het contrast tussen become, get en passief be.