Werkwoordreferentie: have

Have betekent vaak hebben, maar één Nederlandse vertaling verbergt drie verschillende grammaticale functies. Als lexicaal werkwoord drukt have bezit, relaties en ervaringen uit; als hulpwerkwoord vormt het de perfect; in vaste constructies als have to, have got en have something repaired krijgt het weer andere patronen. Juist het verschil tussen die functies bepaalt hoe je een vraag of ontkenning bouwt.

Alle vormslots

SlotVormVoorbeeld
kale vorm / infinitiefhaveto have, might have
3e persoon enkelvoudhasshe has
pasthadthey had
past participlehadwe have had
present participle / gerundhavinghaving lunch, is having trouble

Alle personen behalve he, she en it hebben in de present have; de derde persoon enkelvoud heeft has. Had is zowel de past als het past participle. De spelling van having verliest de stille e: niet haveing.

My neighbors have a small cabin near the lake.

Mijn buren hebben een klein huisje bij het meer.

She has two older brothers, but she doesn't have any sisters.

Ze heeft twee oudere broers, maar geen zussen.

We had a reliable car until last winter.

We hadden tot afgelopen winter een betrouwbare auto.

I've had this laptop for four years.

Ik heb deze laptop al vier jaar.

Uitspraak en reductie

De volle vormen zijn have /hæv/, has /hæz/, had /hæd/ en having /ˈhævɪŋ/. Als hulpwerkwoord zijn have, has en had meestal onbeklemtoond en worden ze in natuurlijke spraak gereduceerd: I've /aɪv/, she's left /ʃiz lɛft/ en we'd finished /wid ˈfɪnɪʃt/. In she's left kan 's dus has of is betekenen. Niet alleen het volgende woord, maar de syntactische interpretatie en de context lossen de dubbelzinnigheid op: she has left betekent dat ze vertrokken is, terwijl she is left alone een toestand of passief beschrijft.

Bij have to verandert ook de medeklinker: in algemeen Amerikaans klinkt have to vaak als /ˈhæftə/, has to als /ˈhæstə/ en had to als /ˈhædtə/. Dat zijn normale uitspraakpatronen, geen andere spellingen. Een lexicaal have krijgt bij contrast juist zijn volle vorm: I don't rent it—I *have my own place.*

💡
Leer een vorm niet los. Sla chunks op: I've had, she has to, did you have en have you got. Iedere chunk vertegenwoordigt een ander grammaticaal patroon.

Lexicaal have: bezit, relaties en ervaringen

Lexicaal have is meestal transitief: er volgt een direct object. Dat object kan bezit aanduiden (have a car), maar ook een kenmerk (have blue eyes), een relatie (have two sisters), een ervaring (have a problem) of een activiteit in een vaste combinatie (have breakfast). Have a shower en have a look zijn vooral kenmerkend voor Brits Engels; in Amerikaans Engels zijn take a shower en take a look de gebruikelijke neutrale keuzes. Die lichte-werkwoordcombinaties zijn deels idiomatisch; Nederlands kiest vaak een ander werkwoord.

Do you have a minute, or should I come back later?

Heb je even, of zal ik later terugkomen?

We had dinner on the patio because the weather was so mild.

We aten op het terras omdat het weer zo zacht was.

I'm having trouble opening the attachment.

Het lukt me niet goed om de bijlage te openen.

Wanneer have een activiteit of tijdelijke ervaring beschrijft, is de progressive mogelijk: We're having lunch en She's having a bad week. Puur bezit staat normaal niet in de progressive: I have a car, niet I'm having a car. Het verschil is semantisch: een duurzame relatie wordt als toestand gezien, een lunch of moeilijke week als begrensde ervaring.

In neutraal Amerikaans Engels krijgt lexicaal have gewoon do-support in vragen en ontkenningen: Do you have …?, I don't have …, Did she have …? Het patroon Have you a car? bestaat vooral (formal) of (regional: Britain and Ireland), maar klinkt in alledaags Amerikaans Engels gemarkeerd.

Did the room have a private bathroom?

Had de kamer een eigen badkamer?

The old apartment didn't have enough storage space.

Het oude appartement had niet genoeg bergruimte.

Have als perfect hulpwerkwoord

Als hulpwerkwoord vormt have + past participle de present perfect, past perfect en perfecte infinitieven. Het hoofdwerkwoord draagt de gebeurtenis; have draagt tijd, persoon, ontkenning en inversie. Daarom verschijnt er géén extra do.

ConstructiePatroonVoorbeeld
present perfecthave/has + past participlehas arrived
past perfecthad + past participlehad forgotten
perfect infinitiveto have + past participleseems to have left
perfect na modalmodal + have + past participlemight have missed

She has already sent the revised schedule.

Ze heeft het herziene rooster al verstuurd.

Have you seen my keys anywhere?

Heb je mijn sleutels ergens gezien?

I haven't heard from Alex since Tuesday.

Ik heb sinds dinsdag niets van Alex gehoord.

By the time we arrived, the kitchen had closed.

Tegen de tijd dat we aankwamen, was de keuken al gesloten.

Nederlandse perfecte tijden gebruiken zowel hebben als zijn: zij is vertrokken. Engels gebruikt voor de actieve perfect altijd have: she has left, niet she is left. She is left is alleen mogelijk met een andere betekenis, bijvoorbeeld ‘zij blijft over’. Zie de vorm van de present perfect en de past perfect.

Have got: bezit zonder do-support

Have got drukt in de present vaak bezit, relaties of een actuele toestand uit. Het is gewoon in gesprek (informal) en bijzonder frequent in Brits Engels, maar komt ook in Amerikaans Engels voor. Omdat have zich hier als hulpwerkwoord gedraagt, komen not en het onderwerp rechtstreeks bij have: I haven't got, Have you got …? Combineer dit patroon niet met do.

I've got an extra charger if you need one.

Ik heb een extra oplader als je er een nodig hebt.

Have you got the confirmation email?

Heb je de bevestigingsmail?

We haven't got much time, so let's start.

We hebben niet veel tijd, dus laten we beginnen.

Voor gewoon verleden bezit gebruikt men had, meestal met do-support in vragen: Did you have a bike as a child? Had got is niet het normale verleden van bezittelijk have got. Let bovendien op het Amerikaanse onderscheid bij het werkwoord get: has gotten betekent doorgaans ‘heeft gekregen/geworden’, terwijl has got in She's got a car bezit uitdrukt. Zie de referentiepagina over get.

Have to en causatief have

Have to + kale infinitief drukt noodzaak of verplichting uit. Het gedraagt zich als lexicaal have: Do you have to leave?, She doesn't have to work. Die ontkenning betekent ‘het hoeft niet’, niet ‘het mag niet’. In de past is had to nodig; musted bestaat niet.

Do we have to book a table in advance?

Moeten we vooraf een tafel reserveren?

You don't have to print the form; a digital copy is fine.

Je hoeft het formulier niet af te drukken; een digitale kopie is prima.

Causatief have + persoon + kale infinitief betekent dat je iemand iets laat doen; have + zaak + past participle betekent dat je iets door iemand laat uitvoeren. Het tweede patroon komt veel voor bij diensten en kan soms een ongewenste ervaring uitdrukken.

I'll have the electrician check the outlet tomorrow.

Ik laat de elektricien morgen het stopcontact controleren.

We had the locks replaced after the keys went missing.

We hebben de sloten laten vervangen nadat de sleutels zoekraakten.

He had his phone stolen on the train.

Zijn telefoon werd in de trein gestolen.

Veelgemaakte fouten

1. Do-support en have got mengen

❌ Do you have got a reservation?

Onjuist: dit mengt Do you have met Have you got.

✅ Do you have a reservation?

Heb je een reservering?

2. Nederlands zijn als perfect hulpwerkwoord overnemen

❌ She is arrived already.

Onjuist: de actieve Engelse perfect gebruikt have, ook waar Nederlands zijn gebruikt.

✅ She has already arrived.

Ze is al aangekomen.

3. De infinitief na have to vervoegen

❌ He has to leaves by six.

Onjuist: na to volgt de kale infinitief.

✅ He has to leave by six.

Hij moet uiterlijk om zes uur vertrekken.

4. Nederlandse have-uitdrukkingen letterlijk vertalen

❌ I have thirty years and I have hunger.

Onjuist: Engels gebruikt be voor leeftijd en hungry voor honger.

✅ I'm thirty, and I'm hungry.

Ik ben dertig en ik heb honger.

5. Een perfectvraag met do bouwen

❌ Did you have finished the report?

Onjuist: in de present perfect inverteert have zelf en staat finish als past participle.

✅ Have you finished the report?

Heb je het rapport afgemaakt?

Kernpunten

  • Leer have, has, had, had, having als alle vijf vormslots.
  • Lexicaal have gebruikt in neutraal Amerikaans Engels do in vragen en ontkenningen; perfect hulpwerkwoord have doet dat niet.
  • Have got heeft zijn eigen patroon: Have you got …? en haven't got, zonder do.
  • Have neemt directe objecten, past participles of specifieke causatieve complementen; de functie bepaalt de bouw van de zin.
  • Uitspraak, complement en functie horen bij het lemma: I've had, have to en have lunch zijn grammaticaal verschillende chunks.

Related Topics

  • Vorm van de present perfectA2Leer de present perfect bouwen met have of has en het onveranderlijke past participle, inclusief ontkenningen, vragen en onregelmatige vormen.
  • Vorm van de past perfectB1Bouw de past perfect met had en het past participle, inclusief contracties, ontkenningen, vragen en onregelmatige deelwoorden.
  • Ja-neevragenA1Vorm Engelse ja-neevragen met inversie, do-support en het bijzondere patroon van be.
  • Negatieve samentrekkingenA2Vorm en gebruik Engelse negatieve samentrekkingen als isn't, don't, won't, can't en mustn't correct.
  • Past simple of present perfectA2Kies de past simple voor een afgesloten verleden tijd en de present perfect voor een gebeurtenis met een open verbinding naar nu.
  • Werkwoordreferentie: getA2Orden de vele betekenissen en constructies van get, inclusief Amerikaans gotten, verandering, causatief gebruik en het get-passief.