Een ja-neevraag vraagt of een hele bewering waar is. Het verwachte antwoord is daarom in principe yes of no: Are you ready? — Yes, I am. In standaardengels herken je zo’n vraag niet alleen aan de intonatie of het vraagteken; meestal staat er ook een hulpwerkwoord vóór het onderwerp.
De basis: hulpwerkwoord vóór onderwerp
Begin met een mededelende zin en zoek het eerste hulpwerkwoord. Voor een ja-neevraag wisselen dat hulpwerkwoord en het onderwerp van plaats. De rest van de werkwoordgroep blijft staan.
| Mededeling | Ja-neevraag | Patroon |
|---|---|---|
| You are waiting. | Are you waiting? | are + you + waiting |
| She has arrived. | Has she arrived? | has + she + arrived |
| They can help. | Can they help? | can + they + help |
Are you ready to leave?
Ben je klaar om te vertrekken?
Has she arrived yet?
Is ze al aangekomen?
Can I open the window?
Mag ik het raam opendoen?
Nederlands zet in een hoofdvraag vaak de persoonsvorm vóór het onderwerp: Jij bent klaar wordt Ben jij klaar? Engels lijkt daarop, maar het cruciale Engelse woord is auxiliary: alleen het eerste hulpwerkwoord gaat naar voren. Bij een lange werkwoordgroep blijven de andere werkwoorden achter het onderwerp.
Will they have finished by six?
Zullen ze om zes uur klaar zijn?
Niet Will have they finished? Het eerste hulpwerkwoord will draagt de persoonsvorm en verhuist; have finished blijft samen achter het onderwerp. Meer over de vaste volgorde staat bij de volgorde van hulpwerkwoorden.
Als er geen hulpwerkwoord staat: do-support
In de present simple en past simple bevat een gewone bevestigende zin met een lexicaal werkwoord geen zichtbaar hulpwerkwoord: They work here; Maya called. Engels voegt voor de vraag daarom do, does of did toe. Dit heet do-support.
Do they work on Saturdays?
Werken ze op zaterdag?
Does your brother live nearby?
Woont je broer in de buurt?
Did Maya call you last night?
Heeft Maya je gisteravond gebeld?
Het toegevoegde do draagt tijd en overeenkomst. Daarom blijft het lexicale werkwoord in de base form: Does he work? en Did she call? De uitgangen -s en de verleden tijd staan als het ware al op does en did. Dit patroon wordt uitgebreider behandeld op do-support.
| Tijd en onderwerp | Hulpwerkwoord | Lexicaal werkwoord |
|---|---|---|
| present simple: I/you/we/they | do | base form |
| present simple: he/she/it | does | base form |
| past simple: alle personen | did | base form |
Be is zelf bijzonder genoeg
Het werkwoord be heeft geen do nodig. De persoonsvorm van be gaat zelf vóór het onderwerp: am, is, are, was, were. Dat geldt zowel wanneer be het enige werkwoord is als wanneer het een progressive vormt.
Is the café still open?
Is het café nog open?
Were you at home yesterday?
Was je gisteren thuis?
Are they still waiting outside?
Staan ze nog buiten te wachten?
Vergelijk Do they work here? met Are they here? In de eerste zin is work een lexicaal werkwoord en levert do de vraagstructuur. In de tweede zin is are al een vorm van be en kan die zelf naar voren.
Korte antwoorden
Een natuurlijk Engels antwoord herhaalt gewoonlijk het hulpwerkwoord, niet het hele werkwoordelijke gezegde. Alleen yes of no kan (informeel), maar Yes, I do of No, she hasn't maakt het antwoord vollediger en vaak beleefder.
Do you need a printed receipt? — Yes, I do.
Wil je de bon op papier? — Ja.
Has Leo seen the message? — No, he hasn't.
Heeft Leo het bericht gezien? — Nee.
Are the keys in your bag? — Yes, they are.
Zitten de sleutels in je tas? — Ja.
Het hulpwerkwoord in het antwoord moet overeenkomen met dat in de vraag. Nederlands antwoordt meestal eenvoudig met ja of nee en heeft geen parallel patroon als Yes, I do. Vertaal het Engelse korte antwoord daarom niet woord voor woord; zie het als een grammaticale bevestiging van de hele zin.
Intonatie verandert de structuur niet
Een neutrale ja-neevraag heeft vaak stijgende intonatie, maar intonatie maakt op zichzelf geen standaardvraag. You are ready? komt wel voor als echovraag (informeel): de spreker controleert verbaasd of iets wat hij zojuist hoorde echt klopt. Het is niet de neutrale vorm waarmee je gewoon vraagt of iemand klaar is.
You're moving to Iceland?
Je verhuist naar IJsland? (verbaasde controle)
Are you moving to Iceland?
Verhuis je naar IJsland? (neutrale vraag)
In verzorgde schrijftaal en in een gewone informatievraag gebruik je dus inversie of do-support. De speciale mededelende woordvolgorde van een echovraag krijgt een eigen behandeling op de pagina over echovragen.
Veelgemaakte fouten
Alleen een vraagteken toevoegen
❌ You are ready?
Niet neutraal: met deze woordvolgorde klinkt dit als een verbaasde echovraag.
✅ Are you ready?
Ben je klaar?
Do vergeten bij een lexicaal werkwoord
❌ Work they every Saturday?
Onjuist: work kan in modern standaardengels niet zelf inverteren.
✅ Do they work every Saturday?
Werken ze elke zaterdag?
De uitgang twee keer markeren
❌ Does she works nearby?
Onjuist: does draagt de derde persoon enkelvoud, dus work blijft in de basisvorm.
✅ Does she work nearby?
Werkt ze hier vlakbij?
Do gebruiken bij be
❌ Do you be tired?
Onjuist: be inverteert zelf in een gewone vraag.
✅ Are you tired?
Ben je moe?
Kernpunten
- Staat er al een hulpwerkwoord, zet dan het eerste hulpwerkwoord vóór het onderwerp.
- Staat er in de present simple of past simple alleen een lexicaal werkwoord, voeg dan do/does/did toe.
- Na do, does en did staat het lexicale werkwoord in de basisvorm.
- Een vorm van be gaat zelf naar voren en krijgt geen do.
- Mededelende woordvolgorde met alleen vraagintonatie heeft meestal een speciale echo- of controlelezing, geen neutrale vraagfunctie.
Related Topics
- Wh-vragenA1 — Bouw Engelse informatievragen met een vraagwoord, inversie en waar nodig do-support.
- Onderwerpsvraag of objectvraagA2 — Bepaal of who of what onderwerp of object is en kies zo de juiste Engelse vraagvolgorde.
- Negatieve vragenB1 — Vorm en interpreteer Engelse negatieve vragen als uiting van verwachting, verrassing, suggestie of kritiek.
- EchovragenB1 — Gebruik Engelse echovragen om verrassing te tonen of één gemist stukje informatie te herstellen.
- Do-supportA2 — Leer wanneer do, does en did tijd dragen in Engelse vragen, ontkenningen en nadrukkelijke bevestigingen.
- Volgorde van hulpwerkwoordenB2 — Leer de vaste volgorde modaliteit–perfect–progressive–passief en bouw lange Engelse werkwoordketens schakel voor schakel.