Werkwoordreferentie: make

Make betekent vaak maken, maar het Engelse werkwoord omvat ook veroorzaken, iemand dwingen en een groot aantal vaste combinaties. Daarom moet je niet alleen make – made – made leren: sla ook patronen als make a decision, make someone laugh en be made of als eenheden op. Vooral het verschil met do kun je niet betrouwbaar uit het Nederlandse maken afleiden.

De vijf vormslots

SlotVormUitspraak (AmE)Voorbeeld
base formmake/meɪk/can make
3e persoon enkelvoudmakes/meɪks/she makes
pastmade/meɪd/we made
past participlemade/meɪd/has made
-ing-vormmaking/ˈmeɪkɪŋ/is making

De slot-e verdwijnt vóór -ing: making, niet makeing. De verleden vorm heeft een klinker- én medeklinkerverandering en is nooit maked. Made is zowel past als past participle; in een perfect staat er dus altijd een vorm van have voor.

My neighbor makes fresh bread every Saturday.

Mijn buurvrouw bakt elke zaterdag vers brood.

We made a backup before updating the server.

We hebben een back-up gemaakt voordat we de server bijwerkten.

Have you made enough coffee for everyone?

Heb je genoeg koffie gezet voor iedereen?

I didn't make that promise.

Ik heb die belofte niet gedaan.

In present en past gebruikt een gewone vraag of ontkenning do/does/did: Does she make …?, didn't make. Na did staat de kale vorm make, niet made. In de perfect draagt have/has de vraag of ontkenning: Has he made …?

Iets voortbrengen of tot stand brengen

In de concrete kernbetekenis is make overgankelijk: iemand produceert of creëert iets. Dat object is verplicht wanneer de context het niet al duidelijk maakt. Het Nederlands kiest per situatie vaak een specifieker werkwoord: koffie zetten, brood bakken, geld verdienen en een fout maken worden in het Engels allemaal met make uitgedrukt.

They're making room for two more desks.

Ze maken ruimte voor nog twee bureaus.

This factory has made bicycle parts since 1987.

Deze fabriek maakt sinds 1987 fietsonderdelen.

Bij materiaal beschrijft be made of een herkenbaar basismateriaal en be made from een grondstof die door verwerking van vorm verandert. Be made by noemt de maker; be made in noemt de plaats.

The shelves are made of solid oak, but the handles are made from recycled plastic.

De planken zijn van massief eikenhout, maar de handgrepen zijn gemaakt van gerecycled plastic.

💡
Vraag bij make niet eerst welk Nederlands werkwoord je letterlijk zou gebruiken. Vraag welke Engelse combinatie de situatie benoemt: make coffee, make money, make progress.

Vaste collocaties en het contrast met do

Een bruikbare tendens is dat make vaak een resultaat, verandering of nieuw product perspectiviseert, terwijl do eerder een activiteit, taak of werk aanduidt. Dat verklaart make a plan tegenover do the work. Het is echter geen waterdichte regel: collocaties zijn conventies en moeten deels worden geleerd.

Make: resultaat/creatieDo: activiteit/taak
make a choice / decisiondo your homework
make a mistakedo the dishes
make progressdo business
make an appointmentdo a good job
make moneydo some research

The hiring team needs to make a decision by noon.

Het wervingsteam moet uiterlijk om twaalf uur een beslissing nemen.

I'll do the dishes if you make dinner.

Ik doe de afwas als jij het eten klaarmaakt.

Make sure (that) … betekent ervoor zorgen/controleren dat … en is neutraal. Make sense is meestal onovergankelijk en betekent logisch of begrijpelijk zijn. Make it kan (informal) erin slagen, op tijd komen of aanwezig kunnen zijn betekenen; de situatie bepaalt de lezing.

Please make sure the side door is locked.

Controleer alsjeblieft of de zijdeur op slot zit.

I can't make it on Thursday, but Friday works for me.

Donderdag kan ik niet, maar vrijdag komt me goed uit. (informal)

Voor een uitgebreidere keuzehulp zie make of do.

Causatief: make + object + kale infinitief

In make + persoon/zaak + werkwoord veroorzaakt of dwingt het onderwerp dat het object iets doet. Het tweede werkwoord staat zonder to: made me wait, niet made me to wait. Het patroon kan dwang uitdrukken, maar ook een onbedoeld effect.

A software glitch made us restart the payment terminal.

Door een softwarefout moesten we de betaalterminal opnieuw opstarten.

That old photo always makes my dad smile.

Die oude foto laat mijn vader altijd glimlachen.

What made you change your mind?

Waardoor ben je van gedachten veranderd?

In het passief verschijnt juist to: We were made to wait. Dat is een eigenschap van deze causatieve constructie, niet van make in alle betekenissen. Meer detail staat bij make, let en have als causatieven.

Passengers were made to wait on the platform for nearly an hour.

De passagiers moesten bijna een uur op het perron wachten.

Make + object + adjective/noun phrase presenteert een veroorzaakt resultaat: make the room brighter, make her captain. Bij een adjectief staat geen to be.

A second lamp would make the room much brighter.

Een tweede lamp zou de kamer veel lichter maken.

💡
Onthoud het actieve en passieve patroon als paar: They made us wait, maar We were made to wait.

Dynamisch werkwoord, lichte betekenis en register

Make is normaal dynamisch en kan daarom in de progressive staan wanneer de activiteit bezig of tijdelijk is: I'm making lunch. In vaste causatieve verbindingen kan de progressive eveneens: The noise is making it hard to concentrate. Het werkwoord is niet beperkt tot informele taal. Collocaties als make a recommendation en make provision for zijn juist gangbaar (formal); in gewone gesprekken klinken recommend en plan for vaak directer.

The committee has made three recommendations.

De commissie heeft drie aanbevelingen gedaan. (formal)

Veelgemaakte fouten

1. Een regelmatige verleden tijd vormen

❌ She maked a copy yesterday.

Onjuist: make heeft de onregelmatige verleden vorm made.

✅ She made a copy yesterday.

Ze heeft gisteren een kopie gemaakt.

2. To gebruiken na causatief make

❌ The joke made everyone to laugh.

Onjuist: na actief causatief make volgt een kale infinitief.

✅ The joke made everyone laugh.

Door de grap moest iedereen lachen.

3. Make gebruiken voor een taakcollocatie

❌ I still have to make my homework.

Onjuist: de vaste combinatie is do homework.

✅ I still have to do my homework.

Ik moet mijn huiswerk nog maken.

4. De kale vorm na did vervangen door made

❌ Did you made an appointment?

Onjuist: did draagt de verleden tijd, dus het hoofdwerkwoord blijft make.

✅ Did you make an appointment?

Heb je een afspraak gemaakt?

5. To weglaten in het causatieve passief

❌ We were made wait in the hall.

Onjuist: in het passief vereist dit patroon to wait.

✅ We were made to wait in the hall.

We moesten in de hal wachten.

Kernpunten

  • De vijf slots zijn make, makes, made, made, making; leer de uitspraak /meɪk/ tegenover /meɪd/.
  • Make is meestal overgankelijk en benoemt vaak een geproduceerd of veroorzaakt resultaat.
  • Collocaties bepalen de keuze tussen make en do; een Nederlandse vertaling voorspelt die keuze niet.
  • Actief causatief: make + object + kale infinitief. Passief: be made + to-infinitive.
  • Sla vorm, complementpatroon, collocatie, uitspraak en register samen op.

Related Topics

  • Werkwoordreferentie: doA1Beheers do als zelfstandig werkwoord, grammaticaal hulpwerkwoord, nadrukmiddel en vervanger van eerder genoemde handelingen.
  • Make of doA2Gebruik make voor creëren en een uitkomst en do voor taken en activiteiten, maar leer frequente combinaties als vaste chunks.
  • Make, let en have plus objectB1Kies make voor dwang of oorzaak, let voor toestemming en have voor een opdracht, met de juiste infinitiefvorm.
  • Onregelmatige past simpleA2Leer veelvoorkomende onregelmatige past-vormen herkennen en onthouden via vormfamilies en natuurlijke context.
  • Vorm van de present perfectA2Leer de present perfect bouwen met have of has en het onveranderlijke past participle, inclusief ontkenningen, vragen en onregelmatige vormen.