Werkwoordreferentie: know

Het Engelse know verenigt twee Nederlandse werkwoorden: weten bij feiten en antwoorden, en kennen bij personen, plaatsen en vertrouwdheid. Bovendien is know gewoonlijk statisch: het beschrijft aanwezige kennis, geen handeling die zich ontvouwt. Daardoor is I know vrijwel altijd natuurlijker dan I'm knowing.

De vijf vormslots en uitspraak

SlotVormUitspraak (AmE)Voorbeeld
base formknow/noʊ/may know
3e persoon enkelvoudknows/noʊz/she knows
pastknew/nuː/I knew
past participleknown/noʊn/have known
-ing-vormknowing/ˈnoʊɪŋ/knowing the risk

De k is in alle vormen stil. Know en no zijn dus homofonen, net als knows en nose in veel accenten. De klinker van knew is die van new; known keert terug naar de klinker van know. Knew is alleen past, known alleen past participle: I knew, maar I've known.

Maya knows the answer, but she doesn't want to interrupt.

Maya weet het antwoord, maar ze wil niet onderbreken.

I knew the road would be busy after five.

Ik wist dat het na vijf uur druk zou zijn op de weg.

Have you known Alex for long?

Ken je Alex al lang?

We didn't know that the museum was closed.

We wisten niet dat het museum gesloten was.

Een vraag of ontkenning in present/past gebruikt do/does/did; daarna staat know. In de perfect gebruik je have/has + known.

Know als weten: feiten, antwoorden en bijzinnen

Voor propositionele kennis volgt vaak een zelfstandig naamwoord (know the answer), een that-clause, of een ingebedde vraag met who, what, where, when, why, how, whether/if. Het voegwoord that kan in neutrale stijl vaak weg: I know (that) you're busy. In formele tekst kan het duidelijkheid geven.

Do you know where the nearest pharmacy is?

Weet je waar de dichtstbijzijnde apotheek is?

Nobody knows whether the train will run tomorrow.

Niemand weet of de trein morgen zal rijden.

De ingebedde vraag houdt mededelende woordvolgorde: where the pharmacy is, niet where is the pharmacy. Know about betekent kennis of informatie over een onderwerp hebben; know of betekent doorgaans weten dat iemand of iets bestaat.

I know about the delay, but I don't know what caused it.

Ik weet van de vertraging, maar ik weet niet waardoor die is ontstaan.

Do you know of a quiet hotel near the airport?

Ken je toevallig een rustig hotel bij de luchthaven?

Know how to + verb drukt praktische kennis uit: weten hoe je iets moet doen. Laat how niet weg wanneer juist de vaardigheid centraal staat.

She knows how to reset the router without losing the settings.

Ze weet hoe ze de router kan resetten zonder de instellingen kwijt te raken.

Know als kennen: personen, plaatsen en vertrouwdheid

Bij een persoon betekent know someone dat je met die persoon bekend bent. Voor een eerste ontmoeting gebruik je meet, niet know. Bij een plaats, boek of systeem betekent know dat je ermee vertrouwd bent.

I know Priya from our evening class, but I've never met her husband.

Ik ken Priya van onze avondcursus, maar ik heb haar man nog nooit ontmoet.

Our driver knows Chicago well.

Onze chauffeur kent Chicago goed.

In know someone as X noemt as de identiteit waaronder je iemand kent. Be known for noemt de eigenschap waardoor iemand of iets bekend is; be known as noemt een naam of rol.

The neighborhood is known for its independent bookstores.

De buurt staat bekend om zijn onafhankelijke boekhandels.

Most colleagues know her as Dr. Rivera.

De meeste collega's kennen haar als dr. Rivera.

💡
Nederlands kiest eerst tussen weten en kennen; Engels kiest daarna een complement: know that …, know where …, know how to …, know someone.

Een statisch werkwoord: simple, niet progressive

Gewoon know beschrijft een toestand die op een referentietijdstip geldt. Daarom gebruikt Engels de simple present voor huidige kennis en de simple past voor kennis in het verleden. Dit sluit aan bij statische en dynamische werkwoorden.

I know what you mean.

Ik begrijp wat je bedoelt.

At the time, we knew almost nothing about the leak.

Destijds wisten we bijna niets over het lek.

Voor een toestand die in het verleden begon en nu voortduurt, gebruik je vaak present perfect simple: I've known her since 2019. Nederlands gebruikt daar doorgaans de tegenwoordige tijd: Ik ken haar sinds 2019. De progressive I've been knowing is niet standaard.

We've known each other since our first week of college.

We kennen elkaar sinds onze eerste studieweek.

De vorm knowing bestaat wel, maar meestal als gerund of participiale bepaling, niet als gewone progressive. Knowing + noun/clause betekent met de kennis van of omdat iemand weet.

Knowing the roads would freeze overnight, the city closed the bridge early.

Omdat de gemeente wist dat de wegen 's nachts zouden bevriezen, sloot ze de brug vroeg.

De reclametaal I'm loving it heeft love dynamisch geherinterpreteerd, maar een parallel I'm knowing it is niet idiomatisch in algemene standaardtaal. Get to know is wél dynamisch: het benoemt het proces van iemand of iets leren kennen.

We're getting to know our new neighbors.

We leren onze nieuwe buren steeds beter kennen.

💡
Gebruik get to know voor het proces en know voor de resulterende toestand.

Veelgebruikte pragmatische patronen

You know functioneert vaak als discourse marker (informal): de spreker zoekt gedeelde herkenning, verzacht een formulering of houdt de beurt vast. Het betekent dan niet letterlijk jij weet. Gebruik het niet als stopwoord in formele presentaties. I don't know kan een echt gebrek aan kennis melden, maar ook voorzichtig tegenspreken of aarzeling markeren (informal).

It's not really a shortcut, you know—it just avoids the highway.

Het is niet echt een kortere route, hoor; je vermijdt alleen de snelweg. (informal)

Know better than to + verb betekent dat iemand genoeg inzicht hoort te hebben om iets niet te doen. As far as I know begrenst een bewering en is neutraal, ook in zakelijke tekst.

As far as I know, the deadline hasn't changed.

Voor zover ik weet, is de deadline niet veranderd.

Veelgemaakte fouten

1. Een progressive gebruiken voor gewone kennis

❌ We're knowing the gate number now.

Onjuist in algemene standaardtaal: gewone kennis is statisch.

✅ We know the gate number now.

We weten het gatenummer nu.

2. Knew als past participle gebruiken

❌ I've knew her for years.

Onjuist: na have staat het past participle known.

✅ I've known her for years.

Ik ken haar al jaren.

3. Vraagwoordvolgorde in een ingebedde vraag behouden

❌ Do you know where is the station?

Onjuist: de ingebedde vraag heeft mededelende woordvolgorde.

✅ Do you know where the station is?

Weet je waar het station is?

4. Meet en know verwarren

❌ I knew Sam for the first time yesterday.

Onjuist: een eerste ontmoeting druk je uit met meet.

✅ I met Sam for the first time yesterday.

Ik heb Sam gisteren voor het eerst ontmoet.

5. De Nederlandse present bij since letterlijk kopiëren

❌ I know her since 2019.

Onjuist voor een toestand die in 2019 begon en nu voortduurt.

✅ I've known her since 2019.

Ik ken haar sinds 2019.

Kernpunten

  • De slots zijn know, knows, knew, known, knowing; de eerste k is altijd stil.
  • Know vertaalt zowel weten als kennen; het complement onthult de bedoelde relatie.
  • Gewone kennis is statisch: I know, niet I'm knowing.
  • Gebruik know + ingebedde vraag met mededelende woordvolgorde en know how to voor praktische kennis.
  • Bij since/for staat een voortdurende toestand meestal in de present perfect: have known.

Related Topics