Build betekent in de kern bouwen: door onderdelen, werk of tijd iets tot stand brengen. Dat kan iets tastbaars zijn, zoals een huis, maar ook iets abstracts, zoals vertrouwen of een loopbaan. De onregelmatige reeks build–built–built is kort, maar Nederlandstaligen moeten tegelijk de onverwachte spelling, het veelvoorkomende passief en het verschil tussen het werkwoord building en het telbare zelfstandig naamwoord a building beheersen.
Vormen en uitspraak
| Slot | Vorm | Uitspraak (algemeen Amerikaans) | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| base form | build | /bɪld/ | can build |
| 3e persoon enkelvoud | builds | /bɪldz/ | she builds |
| past | built | /bɪlt/ | we built |
| past participle | built | /bɪlt/ | has built |
| present participle / gerund | building | /ˈbɪldɪŋ/ | is building |
De geschreven u in build vormt geen aparte lettergreep en klinkt niet als de klinker van Nederlands buur: build rijmt ongeveer op filled. In built verdwijnt de d uit de spelling en eindigt het woord op /lt/. Die vorm is zowel past als past participle; builded is in standaardengels fout. Voor building voeg je gewoon -ing toe: één d, maar twee opeenvolgende lettergrepen met een duidelijke /d/ ertussen.
My brother builds custom cabinets for small kitchens.
Mijn broer bouwt kasten op maat voor kleine keukens.
We didn't build the deck ourselves.
We hebben het terras niet zelf gebouwd.
Did they build this bridge before the highway opened?
Hebben ze deze brug gebouwd voordat de snelweg openging?
The volunteers have built three wheelchair ramps this month.
De vrijwilligers hebben deze maand drie rolstoelhellingen gebouwd.
Has the company built anything like this before?
Heeft het bedrijf ooit eerder zoiets gebouwd?
In de simple present en simple past gebruiken ontkenningen en gewone objectvragen do/does/did + build. Na did staat dus niet built. De perfect gebruikt have/has/had + built. De volgende tabel geeft het kernparadigma; dezelfde vorm blijft bij alle personen gelijk, behalve builds na he, she en it.
| Tijd of wijs | Bevestigend | Ontkennend | Vraag |
|---|---|---|---|
| present simple | They build homes. | They don't build homes. | Do they build homes? |
| past simple | They built homes. | They didn't build homes. | Did they build homes? |
| present perfect | They have built homes. | They haven't built homes. | Have they built homes? |
| past perfect | They had built homes. | They hadn't built homes. | Had they built homes? |
| progressive | They are building homes. | They aren't building homes. | Are they building homes? |
| future | They will build homes. | They won't build homes. | Will they build homes? |
| conditional | They would build homes. | They wouldn't build homes. | Would they build homes? |
| imperative | Build it here. | Don't build it here. | — |
Wat kan iemand build?
In de letterlijke betekenis is build meestal transitief: de bouwer is het onderwerp en het resultaat het directe object. Natuurlijke combinaties zijn build a house, a wall, a road, a machine, a website en a model. Het object hoeft dus geen traditioneel bouwwerk te zijn; belangrijker is het idee dat onderdelen samen een functionerend geheel vormen.
A local team is building an app that helps residents report potholes.
Een lokaal team bouwt een app waarmee bewoners kuilen in de weg kunnen melden.
Build kan ook zonder direct object staan wanneer de activiteit of ontwikkeling centraal staat. In We're not allowed to build here wordt uit de context duidelijk wat voor bebouwing wordt bedoeld. In Pressure is building betekent het werkwoord dat iets geleidelijk sterker wordt. Zulke intransitieve patronen zijn niet hetzelfde als een passief: er staat geen verzwegen bouwer bij pressure.
Bij abstracte objecten betekent build doorgaans opbouwen of ontwikkelen: build trust, confidence, strength, a reputation, a career, a case. Nederlands verdeelt die ideeën over bouwen, opbouwen, ontwikkelen en werken aan; Engels bewaart in al die combinaties het beeld van geleidelijke totstandkoming.
It takes years to build trust and only minutes to lose it.
Het kost jaren om vertrouwen op te bouwen en maar een paar minuten om het te verliezen.
The prosecutor built the case around financial records and text messages.
De aanklager bouwde de zaak op rond financiële stukken en sms-berichten.
Build on betekent voortbouwen op een bestaande basis. Build into geeft aan dat iets bij het ontwerp in een groter geheel wordt opgenomen. Deze combinaties zijn neutraal; in technische en academische teksten komen ze bijzonder vaak voor.
The second workshop builds on what we learned last week.
De tweede workshop bouwt voort op wat we vorige week hebben geleerd.
The designers built extra storage into the staircase.
De ontwerpers hebben extra bergruimte in de trap verwerkt.
Waarom het passief zo vaak voorkomt
Bij bouwen is het resultaat vaak belangrijker dan de uitvoerder. Daarom verschijnt build zeer vaak in het passief: be + built. Een informatiebord vermeldt eerder wanneer een gebouw tot stand kwam dan welke arbeiders het metselwerk deden. Een by-groep noemt de maker alleen als die relevante nieuwe informatie geeft.
The station was built in 1912 and renovated a century later.
Het station werd in 1912 gebouwd en een eeuw later gerenoveerd.
The first prototype was built by two engineering students.
Het eerste prototype werd door twee techniekstudenten gebouwd.
Let op de tijd en het aspect binnen het passief. Is built kan een algemeen proces beschrijven; was built een voltooide gebeurtenis; is being built een proces dat nu loopt; has been built een voltooid resultaat met huidige relevantie. Alleen het laatste werkwoorddeel is steeds built.
| Vorm | Kernbetekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| is built | algemeen proces of vaste eigenschap | Each frame is built by hand. |
| was built | afgeronde bouw in het verleden | The frame was built in May. |
| is being built | bouw is nu bezig | A new frame is being built. |
| has been built | bouw is voltooid; resultaat telt nu | The final frame has been built. |
A new emergency room is being built behind the main hospital.
Achter het hoofdgebouw van het ziekenhuis wordt een nieuwe spoedeisende hulp gebouwd.
No homes have been built on the site yet.
Op het terrein zijn nog geen woningen gebouwd.
Vergelijk het actieve The company has built a clinic met het passieve A clinic has been built. In de eerste zin is the company de bouwer; in de tweede is a clinic het grammaticale onderwerp en blijft de bouwer buiten beeld. Zie de vorm van het passief en het gebruik van het passief.
Building: werkwoordsvorm, activiteit of gebouw
Building kan drie grammaticale rollen hebben. In They are building a school is het de -ing-vorm in een progressive. In Building safely takes time is het een gerund dat de activiteit “bouwen” benoemt. In a school building of three buildings is building een telbaar zelfstandig naamwoord: een gebouw.
| Rol | Test | Voorbeeld |
|---|---|---|
| werkwoordsvorm | volgt op een vorm van be | They are building. |
| activiteit als gerund | kan onderwerp zijn; geen meervoud | Building takes time. |
| telbaar zelfstandig naamwoord | neemt a/the en meervoud -s | a building / two buildings |
The tallest building on campus contains laboratories and offices.
Het hoogste gebouw op de campus bevat laboratoria en kantoren.
Nederlands gebouw is eveneens telbaar, maar leerders laten in het Engels soms het lidwoord weg omdat building eruitziet als een werkwoordsvorm. Bij één niet nader bepaald gebouw is a building verplicht. Construction benoemt doorgaans de sector, het proces of de bouwwerkzaamheden en is in die betekenis vaak ontelbaar: The building is under construction, niet under building.
Tijd, aspect en register
De simple present beschrijft een gewoonte, beroep of algemene eigenschap; de progressive een tijdelijk of lopend project. De present perfect legt het huidige resultaat vast, terwijl de present perfect progressive de duur en activiteit benadrukt.
They build energy-efficient homes throughout the state.
Ze bouwen in de hele staat energiezuinige woningen.
They're building two homes near the river this summer.
Deze zomer bouwen ze twee woningen bij de rivier.
We've built enough shelves for all the boxes.
We hebben genoeg planken gemaakt voor alle dozen.
We've been building shelves since breakfast, and we still have six to go.
We zijn al sinds het ontbijt planken aan het maken en moeten er nog zes.
Build is in deze betekenissen neutraal. Construct is (formal/technical) en komt vaak voor bij infrastructuur, meetkunde en zorgvuldig ontworpen argumenten. Erect is (formal/technical) en wordt vooral voor vrijstaande constructies gebruikt. In gewone gesprekken klinkt build a house natuurlijker dan construct a residence.
Veelgemaakte fouten
1. Een regelmatige past vormen
❌ They builded the garage last year.
Onjuist: de past van build is built.
✅ They built the garage last year.
Ze hebben de garage vorig jaar gebouwd.
2. De actieve perfect gebruiken wanneer het onderwerp het resultaat is
❌ The new library has built near the park.
Onjuist: de bibliotheek bouwt zichzelf niet; hier is een passieve perfect nodig.
✅ The new library has been built near the park.
De nieuwe bibliotheek is bij het park gebouwd.
3. Building als telbaar naamwoord zonder lidwoord gebruiken
❌ Their office is in building across the street.
Onjuist: één telbaar gebouw heeft hier een lidwoord nodig.
✅ Their office is in the building across the street.
Hun kantoor zit in het gebouw aan de overkant.
4. Built na did laten staan
❌ Did they built the website themselves?
Onjuist: na did staat de base form build.
✅ Did they build the website themselves?
Hebben ze de website zelf gebouwd?
5. Het huidige proces met het gewone passief weergeven
❌ A bike lane is built outside our apartment right now.
Onnatuurlijk voor een proces dat nu loopt: gebruik is being built.
✅ A bike lane is being built outside our apartment right now.
Voor ons appartementencomplex wordt op dit moment een fietspad aangelegd.
Kernpunten
- De vijf slots zijn build, builds, built, built, building; builded bestaat niet in standaardengels.
- Een resultaat is het directe object: build a house, an app, trust of a case.
- Omdat het gebouwde resultaat vaak centraal staat, zijn vormen als was built, is being built en has been built zeer gewoon.
- A building / buildings is een telbaar zelfstandig naamwoord; building kan daarnaast een werkwoordsvorm of activiteit zijn.
- Build is neutraal; construct is doorgaans formeler of technischer.
Related Topics
- Onregelmatige past simpleA2 — Leer veelvoorkomende onregelmatige past-vormen herkennen en onthouden via vormfamilies en natuurlijke context.
- Overgankelijke en onovergankelijke werkwoordenB1 — Leer welke Engelse werkwoorden een direct object toelaten, welke zonder object staan en hoe dezelfde vorm oorzaak of verandering kan uitdrukken.
- Vorm van de lijdende vormA2 — Bouw het Engelse passief met een passende vorm van be en het voltooid deelwoord, terwijl tijd en lexicale betekenis elk hun eigen plaats behouden.
- Wanneer het passief natuurlijk isB1 — Kies het passief wanneer de onderganger centraal staat en de actor onbekend, voorspelbaar of minder relevant is, niet als automatische markering van formele stijl.
- Resultaat dat nu relevant isA2 — Leer hoe de present perfect een voltooide gebeurtenis koppelt aan een zichtbaar, praktisch of gesprekstechnisch relevant resultaat in het heden.
- Conversie zonder affixB1 — Leer hoe Engelse woorden zonder zichtbare uitgang van woordsoort veranderen, van ‘an email’ naar ‘to email’ en van ‘to reply’ naar ‘a reply’.