Breakdown of Wat ik minder leuk vind, is nogmaals alles in te pakken bij het uitchecken.
Questions & Answers about Wat ik minder leuk vind, is nogmaals alles in te pakken bij het uitchecken.
All three patterns occur; choice is stylistic:
- Bare infinitive (very idiomatic): … is (bij het uitchecken) alles nogmaals inpakken.
- With om te (very common, especially in NL Dutch): … is om (bij het uitchecken) alles nogmaals in te pakken.
- With te but no om (acceptable, slightly more formal/bookish): … is (bij het uitchecken) alles nogmaals in te pakken.
Your sentence uses the third option, which many speakers accept; if you want the safest everyday style, use either the bare infinitive or include om.
With separable verbs, te goes between the particle and the verb:
- inpakken → in te pakken
- uitchecken → uit te checken
When you nominalize an infinitive with het, there is no te: het inpakken, het uitchecken.
Yes, but there’s a preferred rhythm. The most neutral order is:
- alles nogmaals inpakken
Variations are possible for emphasis:
- nogmaals alles inpakken (focus on the repetition)
- With a pronoun object, keep the pronoun early: het nogmaals inpakken (not: ✗ nogmaals het inpakken)
All of these work inside the larger clause: … is (bij het uitchecken) alles nogmaals in te pakken.
- minder leuk = “less fun/likable (than something else)”—often implying comparison, even if implicit.
- niet zo leuk = “not so fun” (softer, more colloquial, not explicitly comparative).
- het minst leuk = “least fun” (superlative; strongest downplay).
- nogmaals = “once again/again” (slightly formal or emphatic; also common in set phrases like Nogmaals dank).
- weer = neutral “again” for repeated events; very common in speech.
- opnieuw = “again, anew,” often suggesting starting over.
- nog een keer = “one more time” (colloquial).
In this context, weer or nog een keer are also very natural: … alles weer inpakken … / … alles nog een keer inpakken …
All are possible, with slight nuance:
- bij het uitchecken = “at (the moment of) checkout” (neutral, concise).
- tijdens het uitchecken = “during checkout” (focus on the whole process).
- wanneer/als ik uitcheck = a finite clause (“when I check out”), a bit more explicit/personal.
Pick the one that matches the focus you want.
Het + infinitive turns the verb into a noun phrase: het uitchecken = “the checking out.” Spelling and separability:
- Infinitive: uitchecken (one word)
- Main‑clause present: ik check uit (separable)
- Perfect: ik heb uitgecheckt
- With te: uit te checken
- Nominalized: het uitchecken (no te)
Natural alternatives:
- Ik vind het minder leuk om bij het uitchecken alles nogmaals in te pakken.
- Bij het uitchecken vind ik het minder leuk om alles nogmaals in te pakken.
- Stronger: Wat ik het minst leuk vind, is (om) bij het uitchecken alles nogmaals in te pakken.