Wat ik minder leuk vind, is nogmaals alles in te pakken bij het uitchecken.

Breakdown of Wat ik minder leuk vind, is nogmaals alles in te pakken bij het uitchecken.

ik
I
zijn
to be
vinden
to find
alles
everything
wat
what
leuk
nice
minder
less
bij
upon
nogmaals
again
inpakken
to pack
het uitchecken
the checking out
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.

Start learning Dutch now

Questions & Answers about Wat ik minder leuk vind, is nogmaals alles in te pakken bij het uitchecken.

Why does the sentence start with “Wat ik minder leuk vind”? What kind of structure is this?
It’s a pseudo‑cleft sentence with a free relative clause. Wat ik minder leuk vind functions as the subject (“what I don’t like so much”), and the second part after the comma is the focus/complement: … is nogmaals alles in te pakken bij het uitchecken. This structure is used to highlight or contrast the thing being talked about. A more neutral version would be: Ik vind het minder leuk om bij het uitchecken alles nogmaals in te pakken.
Why is “wat” used here and not “dat”?
In free relatives meaning “what(ever)”, Dutch uses wat, not dat. Dat is a demonstrative that points back to an explicit antecedent. You could make it extra explicit/formal with hetgeen/datgene wat (“that which”), but plain wat is the normal choice: Wat ik minder leuk vind, is …
Why does “vind” go to the end in “Wat ik minder leuk vind”?
Because it’s a subordinate clause. In Dutch subordinate clauses, the finite verb goes to the end: Wat [ik minder leuk] vind. Then the main clause follows with normal V2 order.
Why does “is” come right after the comma?
Dutch main clauses are verb‑second (V2). The entire subordinate clause Wat ik minder leuk vind counts as one constituent in first position; the finite verb is must then come second: …, is …
Do we need “te” in “in te pakken”? Could it be “inpakken” instead? What about “om … te”?

All three patterns occur; choice is stylistic:

  • Bare infinitive (very idiomatic): … is (bij het uitchecken) alles nogmaals inpakken.
  • With om te (very common, especially in NL Dutch): … is om (bij het uitchecken) alles nogmaals in te pakken.
  • With te but no om (acceptable, slightly more formal/bookish): … is (bij het uitchecken) alles nogmaals in te pakken.

Your sentence uses the third option, which many speakers accept; if you want the safest everyday style, use either the bare infinitive or include om.

Where does “te” go with separable verbs like “inpakken” and “uitchecken”?

With separable verbs, te goes between the particle and the verb:

  • inpakken → in te pakken
  • uitchecken → uit te checken

When you nominalize an infinitive with het, there is no te: het inpakken, het uitchecken.

Is the placement of “nogmaals” and “alles” natural? Could I say it differently?

Yes, but there’s a preferred rhythm. The most neutral order is:

  • alles nogmaals inpakken

Variations are possible for emphasis:

  • nogmaals alles inpakken (focus on the repetition)
  • With a pronoun object, keep the pronoun early: het nogmaals inpakken (not: ✗ nogmaals het inpakken)

All of these work inside the larger clause: … is (bij het uitchecken) alles nogmaals in te pakken.

Why “minder leuk” and not “minder leuke”?
Adjectives take an -e ending when they directly modify a noun (e.g., een leuke film). Here leuk is predicative (it describes something, not a noun), so no -e: minder leuk.
What’s the nuance difference between “minder leuk,” “niet zo leuk,” and “het minst leuk”?
  • minder leuk = “less fun/likable (than something else)”—often implying comparison, even if implicit.
  • niet zo leuk = “not so fun” (softer, more colloquial, not explicitly comparative).
  • het minst leuk = “least fun” (superlative; strongest downplay).
Is “nogmaals” the best word for “again”? How does it differ from “weer,” “opnieuw,” and “nog een keer”?
  • nogmaals = “once again/again” (slightly formal or emphatic; also common in set phrases like Nogmaals dank).
  • weer = neutral “again” for repeated events; very common in speech.
  • opnieuw = “again, anew,” often suggesting starting over.
  • nog een keer = “one more time” (colloquial).

In this context, weer or nog een keer are also very natural: … alles weer inpakken … / … alles nog een keer inpakken …

Why “bij het uitchecken”? Could I say “tijdens het uitchecken” or “wanneer ik uitcheck”?

All are possible, with slight nuance:

  • bij het uitchecken = “at (the moment of) checkout” (neutral, concise).
  • tijdens het uitchecken = “during checkout” (focus on the whole process).
  • wanneer/als ik uitcheck = a finite clause (“when I check out”), a bit more explicit/personal.

Pick the one that matches the focus you want.

What’s the role of “het” in “het uitchecken,” and how do I spell forms of “uitchecken”?

Het + infinitive turns the verb into a noun phrase: het uitchecken = “the checking out.” Spelling and separability:

  • Infinitive: uitchecken (one word)
  • Main‑clause present: ik check uit (separable)
  • Perfect: ik heb uitgecheckt
  • With te: uit te checken
  • Nominalized: het uitchecken (no te)
Is the comma before “is” required?
Yes in writing it’s standard to place a comma after a fronted subordinate clause: Wat ik minder leuk vind, is … It marks the boundary between the subordinate clause and the main clause.
How else could I phrase the whole sentence more directly?

Natural alternatives:

  • Ik vind het minder leuk om bij het uitchecken alles nogmaals in te pakken.
  • Bij het uitchecken vind ik het minder leuk om alles nogmaals in te pakken.
  • Stronger: Wat ik het minst leuk vind, is (om) bij het uitchecken alles nogmaals in te pakken.