Usages of weer
Hij gaat weer naar de sportschool.
He is going to the gym again.
Zij is weer ziek.
She is ill again.
Ik kijk weer naar de serie.
I am watching the series again.
Ik zal je teder omhelzen wanneer ik je weer zie.
I will tenderly embrace you when I see you again.
Omdat ik de fiets heb laten repareren, fietst hij weer heerlijk.
Because I have had the bicycle repaired, it rides wonderfully again.
Als hij de tekst deletete, zouden we hem weer editen.
If he deleted the text, we would edit it again.
Neem een slok thee voordat je het werk weer hervat.
Take a sip of tea before you resume work again.
Nadat de storm stopte, kabbelde de zee weer zachtjes.
After the storm stopped, the sea rippled softly again.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.