Werkwoordreferentie: use

Het werkwoord use betekent meestal gebruiken: iemand zet iets in als middel, materiaal of hulpmiddel. De spelling lijkt eenvoudig, maar er zijn drie leerpunten die je samen moet opslaan: het werkwoord eindigt in de stemhebbende klank /z/, het neemt normaal een object en zijn doel kan met for, as of een to-infinitive worden uitgedrukt.

De vijf vormslots en hun uitspraak

SlotVormUitspraak (algemeen Amerikaans)Voorbeeld
base / kale infinitiefuse/juːz/We use it.
3e persoon enkelvouduses/ˈjuːzɪz/She uses it.
pastused/juːzd/They used it.
past participleused/juːzd/I've used it.
-ing-vormusing/ˈjuːzɪŋ/He's using it.

De verbuiging is regelmatig, maar de spelling maskeert de slotklank. Het lexicale werkwoord use rijmt op choose, niet op loose. Bij using valt de stille e vóór -ing weg. Uses heeft twee lettergrepen; used als verleden vorm heeft één lettergreep en eindigt op /zd/.

Our office uses recycled paper whenever possible.

Ons kantoor gebruikt waar mogelijk gerecycled papier.

I used your charger during the meeting.

Ik heb tijdens de vergadering jouw oplader gebruikt.

Have you ever used this editing software?

Heb je deze bewerkingssoftware ooit gebruikt?

Why are you using my laptop?

Waarom gebruik je mijn laptop?

In past-simple-vragen en ontkenningen draagt did de tijd: Did you use ...?, didn't use. Schrijf of zeg daar niet nog eens used.

Gewoonlijk transitief: use + object

Bij de kernbetekenis is use transitief: degene die gebruikt is het onderwerp en het gebruikte middel is het directe object. Dat object kan concreet zijn (a knife, an app) of abstract (a method, a word, electricity).

You can use my phone if yours is dead.

Je mag mijn telefoon gebruiken als die van jou leeg is.

The article uses the term in a much narrower sense.

Het artikel gebruikt de term in een veel engere betekenis. (academic)

We don't use much electricity during the summer.

We gebruiken in de zomer niet veel elektriciteit.

Een passieve zin maakt het middel tot onderwerp en noemt de gebruiker eventueel met by: This room is used by the design team. In instructies kan het object uit de context worden begrepen, bijvoorbeeld Shake well before using op een etiket (instructional). In zorgvuldig lopend proza is een expliciet object vaak duidelijker: before using the product.

Do you use? zonder object kan (informal) specifiek vragen naar drugsgebruik. Gebruik die verkorting dus niet als algemene vraag naar een voorwerp; Do you use this printer? is ondubbelzinnig.

Use something for + naamwoord of -ing-vorm

Met for benoem je de functie, toepassing of het algemene doel van een middel. Na het voorzetsel for volgt een naamwoordgroep of een -ing-vorm.

We use this room for private meetings.

We gebruiken deze kamer voor besloten vergaderingen.

She uses a small brush for cleaning the keyboard.

Ze gebruikt een klein borsteltje om het toetsenbord schoon te maken.

What do you use this button for?

Waar gebruik je deze knop voor?

De slotpositie van for in de vraag is neutraal en natuurlijk. For what do you use this button? is grammaticaal maar (very formal). Omdat for hier een voorzetsel is, is for clean fout en is for cleaning correct. Zie voorzetsels gevolgd door een -ing-vorm.

Use something to + infinitive

Een to-infinitive presenteert een concrete beoogde handeling van de gebruiker. Het begrepen onderwerp van de infinitief is gewoonlijk dezelfde persoon of instantie als het onderwerp van use.

I use this app to track my expenses.

Ik gebruik deze app om mijn uitgaven bij te houden.

The researchers used satellite images to measure the damage.

De onderzoekers gebruikten satellietbeelden om de schade te meten. (academic)

In The researchers used images to measure ... zijn de onderzoekers zowel de gebruikers van de beelden als de uitvoerders van measure. Vergelijk images used to measure the damage: in deze verkorte passieve constructie worden de beelden voor die meting ingezet.

For + -ing categoriseert vaak een functie: a knife used for cutting bread. To + infinitive legt vaker de nadruk op één doelgerichte handeling: I used the knife to cut the bread. Beide kunnen in context hetzelfde praktische doel beschrijven; het verschil is perspectief, geen absolute tegenstelling.

💡
Kies for + noun/-ing voor toepassing of functie en to + infinitive voor de handeling die de gebruiker ermee uitvoert. Vraag respectievelijk “waarvoor?” en “om wat te doen?”.

Use something as + rol

Met as benoem je de rol waarin iets dienstdoet, vooral wanneer het voorwerp ook een andere normale identiteit heeft. Na as volgt doorgaans een naamwoordgroep.

We used an empty box as a temporary table.

We gebruikten een lege doos als tijdelijke tafel.

Can I use this photo as the cover image?

Mag ik deze foto als omslagafbeelding gebruiken?

Use A for B benoemt een toepassing; use A as B classificeert de tijdelijke rol van A als B. Use this cup for paint betekent dat de beker verf zal bevatten of bij het schilderen wordt gebruikt. Use this cup as a paint container benoemt expliciet welke rol de beker krijgt.

Ook use something on something/someone komt vaak voor wanneer een product op een oppervlak of lichaamsdeel wordt aangebracht.

Don't use that cleaner on natural stone.

Gebruik dat schoonmaakmiddel niet op natuursteen.

Use tegenover wear

Nederlands gebruiken en dragen helpen, maar de grens wordt bij kleding en hulpmiddelen niet altijd woord voor woord overgenomen. Use richt zich op het inzetten van een middel; wear op de toestand dat iets op het lichaam zit.

Bedoelde situatieNatuurlijke keuze
een jas, bril of veiligheidsgordel op het lichaam hebbenwear a coat/glasses/seat belt
een machine, app of gereedschap inzettenuse a machine/app/tool
een hoortoestel als hulpmiddel gebruikenuse a hearing aid
benadrukken dat het hoortoestel in/op het oor zitwear a hearing aid

I wear glasses for driving, but I use a magnifier for tiny print.

Ik draag een bril tijdens het autorijden, maar ik gebruik een loep voor heel kleine letters.

Bij zonnebrandcrème zijn use sunscreen en wear sunscreen allebei mogelijk. Use benadrukt het product als bescherming; wear de beschermlaag die je op hebt. Het verschil volgt dus uit het gezichtspunt.

Het zelfstandig naamwoord use: /juːs/

Dezelfde spelling heeft als zelfstandig naamwoord een stemloze slotklank: use /juːs/. Vergelijk het werkwoord in We use /juːz/ this room met het naamwoord in the use /juːs/ of this room. Dit uitspraakcontrast blijft bestaan in formele én informele stijl.

The use of personal devices is prohibited during the exam.

Het gebruik van persoonlijke apparaten is tijdens het examen verboden. (formal)

Is this old cable of any use to you?

Heb je nog iets aan deze oude kabel?

Veelvoorkomende naamwoordpatronen zijn the use of, make use of, be of use (formal) en It's no use + -ing. Het meervoud uses /ˈjuːsɪz/ betekent “toepassingen”: This material has several uses.

It's no use arguing about a decision that's already final.

Het heeft geen zin om ruzie te maken over een besluit dat al definitief is.

Niet verwarren met used to

De vorm used komt ook voor in grammaticale constructies die niet simpelweg “gebruiken” betekenen. Used to + base drukt een vroegere gewoonte of toestand uit; be used to + noun/-ing betekent “gewend zijn aan”; get used to betekent “wennen aan”. De uitspraak wordt in natuurlijke spraak door de volgende t beïnvloed en de constructies hebben elk hun eigen grammatica.

I used the old printer yesterday, but I used to use it every day.

Ik heb gisteren de oude printer gebruikt, maar vroeger gebruikte ik hem elke dag.

De eerste used is de past van /juːz/ “gebruiken”; used to use bevat daarna de afzonderlijke gewoonteconstructie. Zie used to en be/get used to voor de volledige ontkenningen, vragen en uitspraak. Ze horen niet in het paradigma van het lexicale werkwoord use.

Informeel could use

Could use + noun betekent (informal) “goed kunnen gebruiken” of “wel behoefte hebben aan”. Het is geen letterlijk vermogen.

I could use a cup of coffee after that drive.

Na die rit kan ik wel een kop koffie gebruiken. (informal)

Veelgemaakte fouten

1. De slotklank van het werkwoord stemloos uitspreken

❌ We use /juːs/ the smaller room on Fridays.

Onjuist uitgesproken als werkwoord: /juːs/ hoort bij het zelfstandig naamwoord.

✅ We use /juːz/ the smaller room on Fridays.

We gebruiken op vrijdag de kleinere kamer.

2. Een dubbele verledenmarkering maken

❌ Did you used my password?

Onjuist: did draagt de verleden tijd; daarna volgt use.

✅ Did you use my password?

Heb je mijn wachtwoord gebruikt?

3. Een infinitief na for zetten

❌ I use this cloth for clean the screen.

Onjuist: na het voorzetsel for volgt een naamwoord of -ing-vorm.

✅ I use this cloth for cleaning the screen.

Ik gebruik dit doekje om het scherm schoon te maken.

4. Use zeggen voor iets dat je draagt

❌ I use glasses when driving at night.

Onjuist voor de bedoelde toestand 'een bril dragen'.

✅ I wear glasses when driving at night.

Ik draag een bril wanneer ik 's nachts autorijd.

5. Het doelpatroon zonder object bouwen

❌ We use to store customer records.

Onjuist voor 'wij gebruiken het om ...': het gebruikte middel ontbreekt; de zin lijkt bovendien op used to.

✅ We use this database to store customer records.

We gebruiken deze database om klantgegevens op te slaan.

💡
Leer vier dingen als één pakket: use–uses–used–using, werkwoord /juːz/, meestal een direct object, en de complementen for, as en to + infinitive.

Related Topics

  • Used to voor vroegere gewoonten en toestandenA2Gebruik used to om vroegere gewoonten en toestanden te beschrijven die niet langer gelden, en onderscheid de vorm van de past simple en habitueel would.
  • Be used to en get used toB1Onderscheid gewend zijn met be used to van wennen met get used to en kies na het voorzetsel to een naamwoord, voornaamwoord of gerund.
  • De to-infinitiefA2Leer hoe to plus de grondvorm een tijdloze deelzin vormt als complement, doelbepaling of onderwerp, en waar not hoort.
  • Voorzetsel plus -ingB1Leer waarom na een Engels voorzetsel een naamwoordgroep of een -ing-complement volgt, ook wanneer dat voorzetsel to is.
  • Werkwoordreferentie: wearA2Leer wear–wore–worn, kies simple of progressive voor gewoonte en huidig uiterlijk, en onderscheid wear van carry.