Look heeft twee centrale toepassingen. Als handelingswerkwoord betekent het kijken en verschijnt het vaak als look at + object. Als koppelwerkwoord betekent het eruitzien en verbindt het het onderwerp met een adjectief, like-groep of vergelijkingszin: You look tired. Dezelfde vorm heeft dus verschillende valentie.
De vijf vormslots
| Slot | Vorm | Uitspraak (algemeen Amerikaans) | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| base / kale infinitief | look | /lʊk/ | Look at this. |
| 3e persoon enkelvoud | looks | /lʊks/ | It looks fine. |
| past | looked | /lʊkt/ | She looked. |
| past participle | looked | /lʊkt/ | I've looked. |
| -ing-vorm | looking | /ˈlʊkɪŋ/ | They're looking. |
Look is regelmatig. Omdat de stam eindigt op de stemloze klank /k/, klinkt de uitgang van looks als /s/ en die van looked als /t/; looked heeft dus één lettergreep. De klinker /ʊ/ is kort, zoals in book en good, niet de lange /uː/ van food.
Sam looks at the schedule every morning.
Sam kijkt elke ochtend naar het rooster.
We looked through the window but couldn't see anyone.
We keken door het raam, maar konden niemand zien.
I've looked everywhere for my glasses.
Ik heb overal naar mijn bril gezocht.
De handeling look at
Bij doelbewust richten van de ogen staat meestal look at. Het bekeken ding is grammaticaal het complement van het voorzetsel at, niet een rechtstreeks object van look. Daarom blijft at ook staan in een vraag over dat complement.
Look at the last line of the email.
Kijk naar de laatste regel van de e-mail.
What are you looking at?
Waar kijk je naar?
She didn't look at me when she answered.
Ze keek me niet aan toen ze antwoordde.
Engels laat een voorzetsel in gewone vragen vaak aan het einde staan. At what are you looking? is mogelijk (very formal) maar klinkt in alledaagse Amerikaanse spraak onnatuurlijk. Nederlands iemand aankijken wordt look at someone, niet look someone.
Zonder object kan look zelfstandig staan, vooral als imperatief of wanneer de richting elders wordt genoemd: Look!, look away, look behind you, look through the window.
Look behind you—there's a deer by the fence.
Kijk achter je; er staat een hert bij het hek.
De handeling is dynamisch en kan daarom gemakkelijk in de progressive: I'm looking at it now. Voor het contrast met onbedoeld waarnemen (see) en langer volgen (watch), zie look, see en watch.
Look + adjectief: eruitzien
Als koppelwerkwoord beschrijft look de indruk die iets of iemand visueel maakt. Er volgt een adjectief, geen bijwoord. Vergelijk She looked carefully “ze keek aandachtig” met She looked careful “ze zag er voorzichtig/bedachtzaam uit”. Het bijwoord beschrijft de manier van kijken; het adjectief beschrijft het onderwerp.
You look tired. Did you sleep at all?
Je ziet er moe uit. Heb je wel geslapen?
The street looked completely different after the storm.
De straat zag er na de storm totaal anders uit.
Those peaches look ripe, but they're still hard.
Die perziken zien er rijp uit, maar ze zijn nog hard.
Deze betekenis lijkt op seem, maar verwijst primair naar zichtbare aanwijzingen. You seem tired kan ook op gedrag of context berusten. Een eenvoudige toestand gebruikt vaak de simple. De progressive is echter natuurlijk voor een tijdelijke of zich ontwikkelende indruk: You're looking much better today. Dat is geen uitzondering zonder logica; de spreker presenteert het uiterlijk als actueel en veranderlijk.
The forecast is looking better for the weekend.
De weersverwachting ziet er voor het weekend beter uit.
Look like, look as if en look as though
Voor gelijkenis met een naamwoordgroep gebruik je look like + noun/pronoun. Voor een volledige bijzin gebruik je look like + clause (informal/neutral) of look as if/as though + clause. As though klinkt iets verzorgder, maar is niet uitsluitend formeel.
This building looks like an old train station.
Dit gebouw ziet eruit als een oud treinstation.
You look like your sister in this photo.
Je lijkt op deze foto op je zus.
It looks like we're going to miss the last bus.
Het ziet ernaar uit dat we de laatste bus gaan missen.
The door looks as if it hasn't been opened in years.
De deur ziet eruit alsof hij al jaren niet is geopend.
Het Nederlandse lijken op en eruitzien als vallen hier vaak beide onder look like. Voor alleen een eigenschap vervalt like: It looks expensive, niet It looks like expensive.
What ... look like? tegenover How ... look?
What does it look like? vraagt om een beschrijving van vorm, kleur of algemene verschijning. How does it look? vraagt meestal om een beoordeling: is het resultaat goed, acceptabel of geslaagd? Nederlands gebruikt in beide gevallen gemakkelijk hoe ziet het eruit?, waardoor de Engelse vraagvormen door elkaar raken.
What does the new office look like?
Hoe ziet het nieuwe kantoor eruit?
I've moved the logo to the left. How does it look now?
Ik heb het logo naar links verplaatst. Hoe ziet het er nu uit?
How does it look like? vermengt de twee patronen en is niet standaard. Let ook op does: na does staat de base look, niet looks.
Voorzetsels en partikels veranderen de betekenis
Bij look moet je de korte combinaties als volledige patronen opslaan. Het tweede woord bepaalt zowel de betekenis als het soort complement.
| Patroon | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| look at | naar iets kijken | look at the map |
| look for | zoeken naar | look for a job |
| look after | zorgen voor (neutral; especially common in UK English) | look after the kids |
| look into | onderzoeken | look into the complaint |
| look up | informatie opzoeken; iemand bezoeken (informal) | look up the address |
| look forward to | ergens naar uitkijken | look forward to meeting you |
We're looking for a quiet place to have lunch.
We zoeken een rustige plek om te lunchen.
The support team is looking into the billing error.
Het ondersteuningsteam onderzoekt de factureringsfout.
Dit zijn geen willekeurig verwisselbare voorzetsels. Look for the keys betekent dat je de sleutels probeert te vinden; look at the keys betekent dat je de gevonden sleutels bekijkt. Look up the number is scheidbaar: look the number up kan ook. Look after the children is niet scheidbaar. Zie scheidbare phrasal verbs en phrasal verbs met look.
Na look forward to is to een voorzetsel, geen infinitiefmarkeerder. Er volgt daarom een naamwoord of -ing-vorm: look forward to meeting, niet look forward to meet.
I look forward to meeting the rest of the team.
Ik kijk ernaar uit de rest van het team te ontmoeten. (neutral/formal correspondence)
Present, past en perfect in context
Bij de handelingsbetekenis contrasteert de simple vaak met de progressive: I look at every invoice is een gewoonte; I'm looking at this invoice gebeurt nu. Het perfect have looked meldt een voltooide zoek- of kijkhandeling met huidig belang.
Do you usually look at the reviews before you book?
Kijk je meestal naar de beoordelingen voordat je boekt?
I'm looking at the numbers now, and something doesn't add up.
Ik bekijk de cijfers nu en er klopt iets niet.
Have you looked in the top drawer?
Heb je in de bovenste la gekeken?
Veelgemaakte fouten
1. At weglaten bij een bekeken object
❌ Look the picture on page six.
Onjuist: een bekeken object volgt op look at.
✅ Look at the picture on page six.
Kijk naar de afbeelding op pagina zes.
2. Een bijwoord na het koppelwerkwoord zetten
❌ You look beautifully tonight.
Verkeerd als je iemands uiterlijk bedoelt: beautifully beschrijft de manier van kijken.
✅ You look beautiful tonight.
Je ziet er vanavond prachtig uit.
3. Like vóór een los adjectief gebruiken
❌ The soup looks like delicious.
Onjuist: vóór een predicatief adjectief staat geen like.
✅ The soup looks delicious.
De soep ziet er heerlijk uit.
4. Twee vraagpatronen vermengen
❌ How does their new house look like?
Onjuist: how ... look en what ... look like zijn verschillende patronen.
✅ What does their new house look like?
Hoe ziet hun nieuwe huis eruit?
5. Een infinitief gebruiken na look forward to
❌ We look forward to hear from you.
Onjuist: to is hier een voorzetsel en wordt gevolgd door een -ing-vorm.
✅ We look forward to hearing from you.
We zien uw reactie graag tegemoet. (formal)
Related Topics
- Look, see of watchA2 — Kies look voor een gerichte blik, see voor het resultaat van waarnemen en watch voor aandacht die een tijdlang aanhoudt.
- Alleen predicatieve adjectievenB2 — Gebruik afraid, asleep, alive, alone en aware vooral na een koppelwerkwoord en kies een passend alternatief vóór een zelfstandig naamwoord.
- Adjectief plus voorzetselA2 — Leer vaste Engelse adjectief-voorzetselcombinaties als afraid of, interested in, good at en responsible for in natuurlijke context.
- Partikelwerkwoorden met lookB1 — Onderscheid look for, look after, look up, look into en look forward to aan de hand van betekenis en zinsbouw.
- Wh-vragenA1 — Bouw Engelse informatievragen met een vraagwoord, inversie en waar nodig do-support.