Want drukt een wens, behoefte of voorkeur uit en betekent meestal willen of graag willen hebben. Het werkwoord is vormelijk regelmatig, maar de complementen zijn voor Nederlandstaligen verraderlijk: Engels zegt I want him to come, waar Nederlands een bijzin gebruikt: ik wil dat hij komt.
De vijf vormslots
| Slot | Vorm | Uitspraak (algemeen Amerikaans) | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| base / kale infinitief | want | /wɑnt/ | I want, may want |
| 3e persoon enkelvoud | wants | /wɑnts/ | she wants |
| past | wanted | /ˈwɑntɪd/ | they wanted |
| past participle | wanted | /ˈwɑntɪd/ | has wanted |
| -ing-vorm | wanting | /ˈwɑntɪŋ/ | I've been wanting |
De uitgang -ed vormt na de klank /t/ een extra lettergreep: wanted heeft twee lettergrepen. De t van want kan in snelle Amerikaanse spraak vóór een medeklinker zwak of nauwelijks hoorbaar worden, maar de spelling en grammaticale vorm veranderen niet.
Rosa wants a window seat.
Rosa wil graag een stoel bij het raam.
We wanted more time, but the deadline was fixed.
We wilden meer tijd, maar de deadline stond vast.
I've wanted to visit New Orleans for years.
Ik wil New Orleans al jaren bezoeken.
In de present simple krijgen alleen he, she en it wants. In de past en het perfect is de vorm voor alle personen gelijk. In vragen en ontkenningen draagt do de tijd: Does she want ...?, didn't want, nooit does she wants of didn't wanted.
Want + zelfstandig naamwoord
Als je een ding, resultaat of situatie wenst, kan want rechtstreeks een naamwoordgroep als object nemen. In deze betekenis is het transitief.
Do you want coffee or water?
Wil je koffie of water?
They don't want any publicity right now.
Ze willen op dit moment geen publiciteit.
What I want is a clear answer.
Wat ik wil, is een duidelijk antwoord.
Want is meestal een statief werkwoord: het benoemt een mentale toestand en staat daarom doorgaans niet in de progressive. I want a refund is neutraal; I'm wanting a refund klinkt in algemeen Amerikaans Engels ongewoon. De -ing-vorm is toch belangrijk. Vooral have been wanting to presenteert een wens die al enige tijd bestaat en vaak nog niet is vervuld.
I've been wanting to ask you about that photo.
Ik wilde je al een tijdje iets over die foto vragen.
Dit gevestigde continuous-patroon is natuurlijker dan een algemene regel “want kan nooit in de progressive”. In advertenties komt ook wanted als verkort passief voor: Help wanted (neutral in notices), letterlijk “hulp gezocht”.
Want + to-infinitive: dezelfde handelende persoon
Wanneer de persoon met de wens ook de handeling uitvoert, volgt to + infinitive. Het verzwegen onderwerp van de infinitief verwijst terug naar het onderwerp van want.
I want to leave before the traffic gets bad.
Ik wil vertrekken voordat het verkeer druk wordt.
She doesn't want to discuss it in front of the children.
Ze wil het niet bespreken waar de kinderen bij zijn.
Did you want to speak with the manager?
Wilde u de manager spreken?
Na want staat dus to. Nederlands heeft na willen een infinitief zonder te — ik wil vertrekken — en juist daardoor laten Nederlandstaligen het Engelse to soms weg. De Engelse constructie hoort bij het algemene patroon van werkwoorden met een to-infinitive.
Did you want to ...? kan in een dienstverlenende situatie voorzichtig en beleefd vragen naar iemands bedoeling; de past verwijst dan niet noodzakelijk naar een vervlogen wens. De toon en context maken het minder direct.
Want + object + to-infinitive: iemand anders handelt
Als de gewenste handeling een eigen expliciete uitvoerder heeft, plaatst Engels die persoon als object vóór de to-infinitive:
want + object + to + base
I want you to read the contract before you sign it.
Ik wil dat je het contract leest voordat je het ondertekent.
The coach wants us to arrive by seven.
De coach wil dat we uiterlijk om zeven uur aankomen.
Do they want me to call back this afternoon?
Willen ze dat ik vanmiddag terugbel?
De voornaamwoordsvorm staat in de objectsvorm: me, him, her, us, them. I want he to call is daarom fout. Semantisch verwijst him echter naar het begrepen onderwerp en de uitvoerder van call; de gewenste inhoud is de hele propositie him to call, niet alleen de persoon.
Waarom want that niet werkt
Nederlands combineert willen productief met een finiete dat-zin. Gewoon modern standaard-Engels gebruikt na want niet het patroon want that + finiete bijzin voor een gewenste handeling. I want that he comes en I want that he should come zijn geen neutrale standaardzinnen. Kies I want him to come.
I want the kids to know they can always call us.
Ik wil dat de kinderen weten dat ze ons altijd kunnen bellen.
Een zin als I want that is wél grammaticaal wanneer that een aanwijzend voornaamwoord is met de betekenis dat ding/dat resultaat: I want that, not this. Het is dan geen voegwoord dat een bijzin inleidt.
Na zelfstandige naamwoorden met want kan uiteraard later een relatieve of inhoudelijke bijzin staan: I want a phone that works. Ook daar introduceert that niet het complement van want, maar beschrijft het phone.
Want + object + resultaat
Want kan een object combineren met een resultaatcomplement, vaak een adjectief, past participle of richtingbijwoord. De constructie betekent dat het object de genoemde toestand moet krijgen of behouden.
We want the kitchen clean before the guests arrive.
We willen dat de keuken schoon is voordat de gasten komen.
I want this report finished by noon.
Ik wil dat dit rapport uiterlijk om twaalf uur af is.
The dog wants out again.
De hond wil alweer naar buiten. (informal)
Want out/in is vooral (informal) en gebruikt out of in als richtingcomplement. Want something done is neutraal, ook in zakelijke context. Het past participle heeft daar passieve betekenis: iemand moet het rapport afmaken.
In Brits Engels hoor je The car wants washing (regional: UK) voor “de auto moet worden gewassen”. In algemeen Amerikaans Engels is The car needs washing of needs to be washed de gewone vorm.
Verzoek, wens en beleefdheid
Grammaticaal kan I want you to ... een wens uitdrukken, maar als direct verzoek kan het dwingend klinken. Tegen een collega of onbekende zijn Could you ...?, Would you mind ...? of I'd like you to ... vaak tactvoller. Tegen een kind, in een instructie of wanneer gezag relevant is, kan de directheid juist bedoeld zijn.
Could you send me the revised file by Thursday?
Zou je me het herziene bestand uiterlijk donderdag kunnen sturen?
I want you to stay where I can see you.
Ik wil dat je blijft waar ik je kan zien.
Bij een aanbod klinkt Do you want ...? normaal (informal/neutral). Would you like ...? is beleefder, vooral in dienstverlening. Zie verzoeken en aanbiedingen.
Veelgemaakte fouten
1. To weglaten na want
❌ I want leave before five.
Onjuist: want krijgt hier een to-infinitive.
✅ I want to leave before five.
Ik wil voor vijf uur vertrekken.
2. Een Nederlandse dat-zin kopiëren
❌ We want that she signs today.
Onjuist: standaard-Engels gebruikt hier object plus to-infinitive.
✅ We want her to sign today.
We willen dat ze vandaag tekent.
3. De onderwerpsvorm in de objectpositie gebruiken
❌ They want we to wait outside until noon.
Onjuist: na want staat hier de objectsvorm us.
✅ They want us to wait outside until noon.
Ze willen dat we tot twaalf uur buiten wachten.
4. Twee keer de 3e persoon markeren
❌ Does Mia wants another copy?
Onjuist: does draagt de congruentie; want blijft in de base.
✅ Does Mia want another copy?
Wil Mia nog een exemplaar?
5. Een direct bevel per ongeluk als beleefd verzoek gebruiken
❌ I want you to move your bag.
Grammaticaal, maar onbedoeld bevelend tegen een onbekende.
✅ Could you move your bag, please?
Zou u uw tas alstublieft kunnen verplaatsen?
Related Topics
- De to-infinitiefA2 — Leer hoe to plus de grondvorm een tijdloze deelzin vormt als complement, doelbepaling of onderwerp, en waar not hoort.
- Werkwoordpatronen met gerund of infinitiefB1 — Leer welke Engelse werkwoorden -ing, een to-infinitief of beide selecteren en wanneer de complementvorm de betekenis verandert.
- Verzoeken formulerenA2 — Kies tussen een gebiedende wijs, can, could en would you mind op basis van afstand, moeite en je recht om iets te vragen.
- Aanbiedingen en hulpA2 — Formuleer aanbiedingen met shall I, can I, would you like en I'll, met de juiste balans tussen initiatief en keuzevrijheid.
- Vorm van de present perfectA2 — Leer de present perfect bouwen met have of has en het onveranderlijke past participle, inclusief ontkenningen, vragen en onregelmatige vormen.