Werkwoordreferentie: start

Start betekent beginnen, op gang brengen of vertrekken. Het kan zonder object voorkomen (The meeting starts at nine) en met een object (Let's start the meeting). Voor een tweede handeling zijn zowel start doing als start to do mogelijk, maar aspect en stijl maken de ene versie in sommige contexten natuurlijker dan de andere.

De vijf vormslots en de uitspraak

SlotVormUitspraak (algemeen Amerikaans)
base / kale infinitiefstart/stɑrt/
3e persoon enkelvoudstarts/stɑrts/
paststarted/ˈstɑrtɪd/
past participlestarted/ˈstɑrtɪd/
present participle / gerundstarting/ˈstɑrtɪŋ/

Start is regelmatig. Omdat de stam op /t/ eindigt, vormt started een extra lettergreep /ɪd/. Starts eindigt op de compacte cluster /rts/. In Amerikaans Engels wordt de r duidelijk uitgesproken. De spelling is starting, niet startting.

Trains start running at five in the morning.

De treinen beginnen om vijf uur 's ochtends te rijden.

We started the meeting without him.

We begonnen de vergadering zonder hem.

I've already started the application, but I haven't submitted it.

Ik ben al aan de aanvraag begonnen, maar ik heb hem nog niet ingediend.

What time does the concert start?

Hoe laat begint het concert?

Onovergankelijk en overgankelijk start

Als een gebeurtenis zelf begint, is start onovergankelijk: The movie started. Als iemand de gebeurtenis op gang brengt, is het transitief: They started the movie. Dezelfde afwisseling bestaat bij machines: The engine started tegenover She started the engine. Het Nederlands gebruikt in die laatste betekenis vaak starten of aanzetten.

The workshop starts at ten and ends around four.

De workshop begint om tien uur en eindigt rond vier uur.

Could you start the dishwasher before you leave?

Kun je de vaatwasser aanzetten voordat je weggaat?

The car wouldn't start in the cold.

De auto wilde in de kou niet starten.

Start a business, start a fire, start a conversation en start a family zijn gevestigde transitieve combinaties. Het object noemt wat tot bestaan of activiteit wordt gebracht. Een persoon kan als object staan in start someone on a task/treatment: die persoon begint vervolgens aan dat traject.

They started a small catering business from their home kitchen.

Ze begonnen vanuit hun eigen keuken een klein cateringbedrijf.

The doctor started her on a lower dose.

De arts liet haar met een lagere dosis beginnen.

💡
Test de valentie met twee vragen: ‘begint X zelf?’ geeft X starts; ‘brengt iemand X op gang?’ geeft someone starts X.

Start doing en start to do

Beide complementen zijn standaard:

PatroonTypische invalshoekVoorbeeld
start + gerundbegin van een activiteit; soms het aannemen van een nieuwe gewoontestart exercising
start + to-infinitiveintredende verandering of eerste tekenen; vaak natuurlijk bij toestandswerkwoordenstart to understand

In veel zinnen is het betekenisverschil minimaal: It started raining en It started to rain zijn beide natuurlijk. De gerund laat de activiteit vaak als een lopend geheel zien. De to-infinitief kan de overgang naar die activiteit iets sterker markeren, maar dit is een tendens, geen mechanische regel.

It started raining halfway through our picnic.

Halverwege onze picknick begon het te regenen.

People started to leave when the lights came on.

Mensen begonnen weg te gaan toen de lichten aangingen.

Bij een toestandswerkwoord is de to-infinitief gewoonlijk natuurlijker: start to understand, start to believe, start to seem. Ook wanneer start zelf progressive is, heeft standaard-Engels een sterke voorkeur voor de infinitief: It's starting to rain is de veilige vorm. It's starting raining is sterk dialectaal of niet-standaard en voor veel sprekers onaanvaardbaar.

I'm starting to understand why the deadline was moved.

Ik begin te begrijpen waarom de deadline is verplaatst.

The situation is starting to seem more serious.

De situatie begint ernstiger te lijken.

Start someone doing something is een complex-transitief causaal patroon: iets veroorzaakt dat de persoon aan de handeling begint. De gerund beschrijft het resulterende proces. Het is productief, maar beperkter dan gewoon make someone do.

That story started everyone laughing.

Door dat verhaal begon iedereen te lachen.

Start, begin en aspect

Start en begin zijn in veel tijdsaanduidingen en complementpatronen verwisselbaar. Start is iets gewoner in gesprekken en is de normale keuze voor machines, bedrijven en reizen: start the engine, start a company, start a journey. Begin klinkt soms formeler of literairder en past goed bij een geordend proces: The ceremony will begin shortly (formal).

Aspectueel legt start vaak de nadruk op de overgang van niet-actief naar actief. Met een gerund kan het bovendien het opnemen van een nieuwe activiteit aanduiden: I started running last year kan betekenen dat hardlopen toen een nieuwe gewoonte werd. I began running when I heard the alarm beschrijft heel natuurlijk het eerste moment van één gebeurtenis. Dit zijn voorkeuren, geen absolute betekenisgrenzen.

I started working from home two days a week.

Ik ben twee dagen per week vanuit huis gaan werken.

The chair began to speak once everyone was seated.

De voorzitter begon te spreken zodra iedereen zat. (formeler)

Je kunt een machine doorgaans niet met begin aanzetten: begin the car is niet idiomatisch. Omgekeerd zijn begin a discussion en start a discussion beide correct. Zie werkwoordreferentie: begin voor de vormen van het onregelmatige begin.

Tijd en voorzetsels

Gebruik at voor een precies begintijdstip, on voor een dag of datum en in voor een maand, jaar of langere periode: starts at 8:30 on Monday in September. Start with noemt het eerste onderdeel; start by + gerund noemt de eerste handeling of methode; start from noemt een uitgangspunt.

Let's start with the easiest question.

Laten we met de gemakkelijkste vraag beginnen.

Start by checking that the power cable is connected.

Controleer eerst of de stroomkabel is aangesloten.

Prices start at forty dollars per person.

De prijzen beginnen bij veertig dollar per persoon.

De present perfect koppelt een begonnen situatie aan nu: We've started work betekent dat het werk inmiddels in gang is. Have you started yet? vraagt niet noodzakelijk of het hele werk af is, alleen of de begingrens is overschreden.

Have you started packing for the move yet?

Ben je al begonnen met inpakken voor de verhuizing?

Partikelpatronen en register

Start up betekent opstarten of een onderneming opzetten; bij machines is het vaak scheidbaar (start the computer up / start it up). Start out beschrijft de eerste fase van een loopbaan, route of ontwikkeling. Start over betekent opnieuw beginnen, vooral in Amerikaans Engels; Brits Engels gebruikt ook start again. Deze combinaties zijn neutraal tot (informal).

She started out as an intern and now runs the department.

Ze begon als stagiair en leidt nu de afdeling.

The file is corrupted, so we'll have to start over.

Het bestand is beschadigd, dus we zullen opnieuw moeten beginnen.

Veelgemaakte fouten

1. Het werkwoord onnodig transitief maken

❌ The meeting starts itself at nine.

Onjuist: als de gebeurtenis zelf begint, is start onovergankelijk en is itself niet nodig.

✅ Our briefing starts at nine.

Onze briefing begint om negen uur.

2. Een verkeerd voorzetsel bij een kloktijd gebruiken

❌ The class starts on nine thirty.

Onjuist: een precies tijdstip krijgt at.

✅ The class starts at nine thirty.

De les begint om half tien.

3. With rechtstreeks vóór een infinitief zetten

❌ Start with to read the instructions.

Onjuist: gebruik by plus gerund voor de eerste handeling.

✅ Start by reading the instructions.

Begin met het lezen van de instructies.

4. Begin gebruiken voor het aanzetten van een machine

❌ Could you begin the car?

Onidiomatisch: een motor of auto wordt gestart.

✅ Could you start the car?

Kun je de auto starten?

5. Zowel to als -ing na start weglaten

❌ It started snow during the night.

Onjuist: gebruik een to-infinitive of een gerund na start.

✅ It started to snow during the night.

Het begon 's nachts te sneeuwen.

Kernpunten

  • Leer start–starts–started–started–starting; started heeft twee lettergrepen.
  • Start kan onovergankelijk (the show starts) en transitief (start the show) zijn.
  • Start doing en start to do zijn meestal beide correct; aspect en ritme sturen de voorkeur.
  • Start is de gewone keuze voor machines en kan het aannemen van een nieuwe activiteit benadrukken.
  • Gebruik start with + naamwoord, start by + gerund en start at + tijdstip.

Related Topics

  • Werkwoordpatronen met gerund of infinitiefB1Leer welke Engelse werkwoorden -ing, een to-infinitief of beide selecteren en wanneer de complementvorm de betekenis verandert.
  • Vorm van de present continuousA1Leer de present continuous correct bouwen met am, is of are en een onveranderlijke werkwoordsvorm op -ing.
  • Werkwoordreferentie: beginA2Leer begin als transitief en intransitief werkwoord, met began, begun, beginning en de keuze tussen een gerund en een to-infinitive.
  • Overzicht van partikelwerkwoordenA2Leer hoe Engelse werkwoorden met partikels één betekeniseenheid vormen en hoe betekenis, klemtoon en zinsbouw elkaar aanvullen.
  • In, on en at voor tijdA1Kies in, on of at met een voorspelbare hiërarchie van periode, kalenderdag en tijdstip.