Werkwoordreferentie: turn

Turn heeft twee centrale betekeniskernen: draaien/van richting veranderen en in een andere toestand overgaan. Daaruit ontstaan patronen als turn the handle, turn left, turn cold en turn into ice. Veel uiterst frequente combinaties zijn bovendien partikelwerkwoorden, zoals turn on, turn down en turn out.

De vijf vormslots en de uitspraak

SlotVormUitspraak (algemeen Amerikaans)
base / kale infinitiefturn/tɝn/
3e persoon enkelvoudturns/tɝnz/
pastturned/tɝnd/
past participleturned/tɝnd/
present participle / gerundturning/ˈtɝnɪŋ/

Turn is regelmatig. Turned eindigt op /d/ zonder extra lettergreep; turns eindigt op /z/. De Amerikaanse klinker /ɝ/ bevat een duidelijke r-kleur. De spelling is turning, zonder verdubbeling van de n.

This key turns more easily than the other one.

Deze sleutel draait gemakkelijker dan de andere.

I turned the handle, but the door stayed locked.

Ik draaide aan de klink, maar de deur bleef op slot.

The conversation has turned unexpectedly serious.

Het gesprek is onverwacht ernstig geworden.

Why did you turn around when you saw me?

Waarom draaide je je om toen je me zag?

Draaien: transitief en onovergankelijk

Turn is onovergankelijk wanneer het onderwerp zelf draait: The wheel turned. Het is transitief wanneer iemand of iets een object draait: She turned the wheel. Nederlands gebruikt soms een wederkerend voornaamwoord waar Engels dat niet nodig heeft; I turned kan al ik draaide me om betekenen als de context de richting duidelijk maakt. Turn around maakt de halve draai expliciet.

He turned and waved before getting on the train.

Hij draaide zich om en zwaaide voordat hij in de trein stapte.

Turn the knob clockwise until you hear a click.

Draai de knop met de klok mee tot je een klik hoort.

She was turning the pages too quickly to read the captions.

Ze sloeg de bladzijden te snel om om de bijschriften te kunnen lezen.

Voor een richting volgt left of right rechtstreeks, zonder to: turn left, turn right. Met een gewone bestemming gebruik je wel een voorzetsel: turn toward the window, turn into the parking lot. Turn the corner betekent letterlijk de hoek omgaan en figuurlijk een moeilijke fase te boven komen.

Turn right after the gas station, then take the second street on the left.

Sla na het tankstation rechtsaf en neem daarna de tweede straat links.

The bus turned into a narrow street behind the museum.

De bus sloeg een smalle straat achter het museum in.

Turn als koppelwerkwoord: een verandering van toestand

Als koppelwerkwoord wordt turn gevolgd door een subjectcomplement, vaak een bijvoeglijk naamwoord. Het onderwerp ondergaat de verandering: the leaves turn yellow, the milk turned sour, the sky turned dark. Turn past vooral bij een waarneembare overgang in kleur, toestand, stemming of ontwikkeling. Het algemenere Nederlandse worden kan ook become of informeel get vereisen; niet elk worden wordt automatisch turn.

The leaves are turning yellow earlier than usual this year.

De bladeren worden dit jaar eerder geel dan normaal.

His face turned red when everyone looked at him.

Zijn gezicht werd rood toen iedereen naar hem keek.

Don't use the cream if it has turned sour.

Gebruik de room niet als hij zuur is geworden.

Een leeftijd volgt eveneens zonder voorzetsel of extra naamwoord: turn 18, turn 40. Voor een verandering naar een naamwoordelijke identiteit gebruik je meestal turn into + naamwoordgroep: water turns into ice. Het causatieve patroon turn something into something maakt van het eerste object iets anders.

My daughter turns eighteen next month.

Mijn dochter wordt volgende maand achttien.

They turned the empty warehouse into affordable studios.

Ze verbouwden het lege pakhuis tot betaalbare studio's.

Hier is de valentie bepalend. The water turned into ice is onovergankelijk: het water onderging de verandering. They turned the warehouse into studios is complex-transitief: the warehouse is object en into studios noemt het resultaat.

💡
Gebruik kaal turn + adjective/age voor een nieuwe eigenschap of leeftijd, maar turn into + noun voor een nieuwe identiteit: turn cold, turn 30, turn into a crisis.

Veelgebruikte partikelwerkwoorden

De partikelwerkwoorden vormen geen willekeurige extra's: ze behoren tot het dagelijkse kerngebruik. Bij een scheidbaar werkwoord kan een naamwoord vóór of na het partikel staan, maar een voornaamwoord moet ertussen: turn the light on / turn on the light / turn it on. Een uitgebreid overzicht staat op partikelwerkwoorden met turn.

CombinatieKernbetekenisType/register
turn on/offapparaat of voorziening aan-/uitzettenscheidbaar, neutraal
turn up/downniveau verhogen/verlagenscheidbaar, neutraal
turn downaanbod of verzoek afwijzenscheidbaar, neutraal
turn outblijken; komen opdagen; producerenafhankelijk van betekenis
turn tozich wenden tot; raadplegenonscheidbaar, neutraal
turn ininleveren; naar bed gaan (informal)scheidbaar of onovergankelijk

Please turn off the lights when you leave.

Doe de lichten uit als je weggaat.

I turned the offer down because the commute was too long.

Ik wees het aanbod af omdat de reistijd te lang was.

The repair turned out to be cheaper than we expected.

De reparatie bleek goedkoper dan we hadden verwacht.

Who do you turn to when you need honest advice?

Tot wie wend je je als je eerlijk advies nodig hebt?

Turn someone against someone/something is nog een complex-transitief patroon: het zorgt ervoor dat iemands houding vijandig wordt. Turn someone's attention to something (formal) richt aandacht op een nieuw onderwerp. Zulke complementen horen bij de volledige constructie en kunnen niet vrij worden weggelaten.

The false rumor turned several neighbors against the new owner.

Door het valse gerucht keerden verschillende buren zich tegen de nieuwe eigenaar.

Aspect en register

Letterlijk draaien en geleidelijk veranderen zijn dynamisch, dus de progressive is normaal: The fan is turning en The sky is turning gray. De simple present beschrijft een gewoonte, instructie of algemene ontwikkeling. De meeste kernbetekenissen zijn registerneutraal. Turn out to be werkt zowel in gesprekken als in formele tekst; in zeer analytisch proza kan prove to be (formal/academic) nauwkeuriger zijn als bewijs centraal staat.

Is the fan turning, or is it just making noise?

Draait de ventilator, of maakt hij alleen geluid?

The road turns sharply just beyond the bridge.

De weg maakt vlak na de brug een scherpe bocht.

Veelgemaakte fouten

1. To toevoegen vóór left of right

❌ Turn to left at the next intersection.

Onjuist: na turn staat left of right rechtstreeks.

✅ Turn left at the next intersection.

Sla bij het volgende kruispunt linksaf.

2. Een voorzetsel vóór een predicatief bijvoeglijk naamwoord zetten

❌ The sky turned to dark.

Onjuist: dark is een subjectcomplement en volgt turn zonder to.

✅ The sky turned dark within minutes.

Binnen enkele minuten werd de lucht donker.

3. Years toevoegen na een leeftijd

❌ Our company turns ten years next week.

Onjuist: na turn staat de leeftijd als kaal getal.

✅ Our company turns ten next week.

Ons bedrijf bestaat volgende week tien jaar.

4. Een voornaamwoord achter een scheidbaar partikel zetten

❌ The music is too loud—turn down it.

Onjuist: een objectvoornaamwoord staat tussen het werkwoord en het partikel.

✅ The music is too loud—turn it down.

De muziek staat te hard—zet hem zachter.

5. Elk Nederlands worden met turn vertalen

❌ She turned a doctor after years of training.

Onjuist: een beroep of identiteit krijgt hier become, niet kaal turn.

✅ She became a doctor after years of training.

Na jaren opleiding werd ze arts.

Kernpunten

  • De vormen zijn turn–turns–turned–turned–turning.
  • Turn kan onovergankelijk (the wheel turned) en transitief (turn the wheel) zijn.
  • Gebruik turn + adjective/age, maar turn into + noun.
  • Bij een scheidbaar partikelwerkwoord staat een voornaamwoord in het midden: turn it off.
  • De progressive past bij een beweging of verandering die bezig is: is turning yellow.

Related Topics

  • Partikelwerkwoorden met turnA2Leer hoe turn on, turn off, turn up, turn down en turn out schakelen, schaal, afwijzing en resultaat uitdrukken.
  • Scheidbare partikelwerkwoordenB1Leer waar naamwoorden en voornaamwoorden staan bij scheidbare combinaties als turn off, pick up en write down.
  • Vorm van de present continuousA1Leer de present continuous correct bouwen met am, is of are en een onveranderlijke werkwoordsvorm op -ing.
  • KoppelwerkwoordenB1Leer hoe Engelse koppelwerkwoorden het onderwerp verbinden met een beschrijving, identiteit of toestand en waarom daarop meestal een adjectief volgt.
  • Werkwoordreferentie: becomeA2Leer become–became–become als koppelwerkwoord voor verandering, met het contrast tussen become, get en passief be.