Voor tijd gebruikt het Engels in, on en at volgens een handige schaal. In hoort bij langere perioden, on bij kalenderdagen en data, en at bij precieze tijdstippen of vaste punten. Die schaal is betrouwbaarder dan woord voor woord vertalen vanuit het Nederlands, want Nederlands gebruikt bijvoorbeeld op maandag en in 2026, maar om bij een kloktijd.
De tijdshiërarchie
| Schaal | Voorzetsel | Voorbeelden |
|---|---|---|
| lange periode | in | in 2026, in May, in winter |
| dag of datum | on | on Monday, on 5 May, on my birthday |
| precies tijdstip of vast punt | at | at three o'clock, at noon, at night |
We moved here in 2026.
We zijn hier in 2026 naartoe verhuisd.
I'll call you on Monday.
Ik bel je maandag.
The train leaves at three o'clock.
De trein vertrekt om drie uur.
De Engelse voorzetsels maken als het ware een zoombeweging: van een ruim tijdvak met in, via één vakje op de kalender met on, naar één punt op de klok met at.
In voor jaren, maanden en andere perioden
Gebruik in bij jaren, eeuwen, decennia, seizoenen en maanden. Het genoemde moment ligt ergens binnen de grenzen van die langere periode.
My parents met in 1998.
Mijn ouders hebben elkaar in 1998 ontmoet.
The new café opens in September.
Het nieuwe café opent in september.
It gets dark early in winter.
In de winter wordt het vroeg donker.
Ook in the morning, in the afternoon en in the evening behandelen een dagdeel als een periode:
I usually answer emails in the morning.
Ik beantwoord e-mails meestal 's ochtends.
In kan daarnaast aangeven hoeveel tijd er vanaf nu verstrijkt voordat iets gebeurt. I'll call you in ten minutes betekent ‘Ik bel je over tien minuten’, niet dat het bellen tien minuten duurt.
Dinner will be ready in twenty minutes.
Het eten is over twintig minuten klaar.
Dat verschilt van for twenty minutes, dat een duur uitdrukt. Het contrast met for en since krijgt een eigen uitleg op for en since.
On voor dagen en data
Gebruik on bij weekdagen en volledige data. Een dag is één afgebakend vakje op de kalender.
We're closed on Monday.
We zijn maandag gesloten.
Her appointment is on 5 May.
Haar afspraak is op 5 mei.
In Amerikaans geschreven Engels staat de maand vaak vóór het getal: on May 5 (regional: American English). De keuze van het voorzetsel blijft hetzelfde.
Wanneer een dagdeel wordt beperkt tot één bepaalde dag, wint de kalenderdag en gebruik je on, niet in:
Can we meet on Tuesday morning?
Kunnen we dinsdagochtend afspreken?
The streets were quiet on New Year's Day.
De straten waren stil op nieuwjaarsdag.
Ook persoonlijke gelegenheden die als dag worden opgevat, krijgen on: on my birthday, on their wedding day, on the first day of school.
In informele Amerikaanse spreektaal kan on vóór een weekdag wegvallen: See you Monday (regional: American English; informal). See you on Monday is in alle belangrijke variëteiten duidelijk en correct.
At voor kloktijden en vaste tijdspunten
Gebruik at bij een exact punt op de klok: at six, at 8:30, at three o'clock. Ook at noon en at midnight worden als precieze grenspunten behandeld.
The doors open at 7:30.
De deuren gaan om half acht open.
Let's take a break at noon.
Laten we om twaalf uur 's middags pauze nemen.
Vaste uitdrukkingen als at night, at lunchtime en at bedtime krijgen eveneens at. Ze benoemen herkenbare punten of fasen in een dagelijkse routine, ook als ze niet één minuut lang zijn.
The baby still wakes up at night.
De baby wordt 's nachts nog steeds wakker.
At night verwijst gewoonlijk naar de nacht als terugkerende periode. In the night kan wel, maar betekent ‘gedurende een bepaalde nacht’, vaak wanneer iets iemand wakker maakte:
I heard a strange noise in the night.
Ik hoorde die nacht een vreemd geluid.
Dat is geen willekeurige uitzondering: het lidwoord the maakt er een specifieke nachtelijke periode van, vergelijkbaar met in the morning. Voor algemene gewoonten is at night de vaste combinatie.
Feestdagen en weekenden: periode of dag?
Sommige woorden kunnen op verschillende schalen worden bekeken. At Christmas betekent meestal ‘in de kerstperiode’; on Christmas Day wijst naar de specifieke kalenderdag.
We're staying with family at Christmas.
We logeren met Kerstmis bij familie.
We're having lunch together on Christmas Day.
We lunchen samen op eerste kerstdag.
Voor het weekend bestaan regionale voorkeuren. At the weekend is gebruikelijk (regional: British English); on the weekend is gebruikelijk (regional: American English). Beide betekenen meestal ‘in het weekend’.
We often go hiking at the weekend.
We gaan in het weekend vaak wandelen. (Brits Engels)
We often go hiking on the weekend.
We gaan in het weekend vaak wandelen. (Amerikaans Engels)
Deze variatie is echt en hoeft niet te worden ‘opgelost’. Kies één model dat past bij de Engelse variëteit die je gebruikt en herken de andere vorm.
Wanneer er géén voorzetsel staat
Voor this, last, next en every staat normaal geen in, on of at. Het bepalende woord lokaliseert de periode al:
We're leaving next Friday.
We vertrekken volgende vrijdag.
I worked from home every morning last week.
Ik werkte vorige week elke ochtend thuis.
Ook today, tomorrow, yesterday en tonight nemen in hun gewone tijdsbepalende gebruik geen voorzetsel:
I'll finish it tomorrow.
Ik maak het morgen af.
Nederlandstaligen voegen hier soms on of in toe omdat ze net een regel voor dagen of dagdelen hebben geleerd. De woorden lokaliseren zichzelf echter al, dus een voorzetsel is overbodig.
De schaal kan binnen één zin veranderen
Meerdere tijdsbepalingen kunnen naast elkaar staan, elk met hun eigen schaal:
The meeting is at ten on Monday morning in September.
De vergadering is om tien uur op een maandagochtend in september.
At ten is een tijdstip, on Monday morning een kalenderdag plus dagdeel, en in September een maand. De reeks laat zien dat je niet één voorzetsel voor de hele datum kiest; iedere tijdseenheid krijgt haar eigen perspectief.
Veelgemaakte fouten
1. At bij een weekdag gebruiken
❌ The shop is closed at Monday.
Onjuist — Monday is een kalenderdag.
✅ The shop is closed on Monday.
De winkel is maandag gesloten.
2. On bij een jaar gebruiken
❌ They got married on 2026.
Onjuist — een jaar is een langere periode.
✅ They got married in 2026.
Ze zijn in 2026 getrouwd.
3. In night letterlijk uit het Nederlands vormen
❌ I don't like driving in night.
Onjuist voor een algemene gewoonte — night vraagt hier de vaste combinatie at night.
✅ I don't like driving at night.
Ik rijd 's nachts niet graag.
4. Een voorzetsel vóór next zetten
❌ I'll see her on next Tuesday.
Onjuist — next lokaliseert de dag al.
✅ I'll see her next Tuesday.
Ik zie haar volgende week dinsdag.
Belangrijkste punten
- Gebruik in voor grotere perioden: jaren, maanden, seizoenen en dagdelen.
- Gebruik on voor weekdagen, data en een dag met een gespecificeerd dagdeel.
- Gebruik at voor kloktijden en vaste punten als at noon, at midnight en at night.
- Laat het voorzetsel weg bij this, last, next, every, today, tomorrow en vergelijkbare vormen.
- De periode-dag-tijdstiphiërarchie verklaart de meeste keuzes; regionale vormen als at/on the weekend leer je apart.
Related Topics
- In, on en at voor plaatsA1 — Kies in, on of at door een plaats te zien als ruimte, oppervlak of punt.
- For en since bij duurA2 — Leer hoe for de lengte van een periode meet en since het beginpunt van een voortdurende situatie verankert.
- During en forA2 — Leer waarom during een gebeurtenis of periode als kader neemt, terwijl for de duur van een toestand of handeling meet.
- By en untilB1 — Onderscheid de uiterste deadline van by van de voortduring tot een tijdsgrens met until.
- On time en in timeA2 — Leer het verschil tussen stiptheid volgens een planning en vroeg genoeg zijn om een kans niet te missen.