Werkwoordreferentie: set

Set betekent onder meer zetten, plaatsen, instellen, bepalen en in een toestand brengen. De base, simple past en past participle zijn alle drie set, maar setting heeft een dubbele t. Bij veel betekenissen noemt een complement niet alleen wat wordt verplaatst of ingesteld, maar ook waarheen of tot welke toestand.

De vijf vormslots en de uitspraak

SlotVormUitspraak (algemeen Amerikaans)
base / kale infinitiefset/sɛt/
3e persoon enkelvoudsets/sɛts/
pastset/sɛt/
past participleset/sɛt/
present participle / gerundsetting/ˈsɛtɪŋ/

De verleden vorm is dus niet setted. De vorm set kan alleen door de zinsbouw en tijdsbepaling als present, past of participle worden herkend. Voor setting verdubbelt de slot-t, omdat set één beklemtoonde lettergreep heeft met één geschreven klinker vóór één slotmedeklinker.

I set the alarm for six every night.

Ik zet de wekker elke avond op zes uur.

I set the alarm for six last night.

Ik heb de wekker gisteravond op zes uur gezet.

I've set aside enough money for the deposit.

Ik heb genoeg geld opzijgezet voor de borg.

Why didn't you set a reminder?

Waarom heb je geen herinnering ingesteld?

Na did staat eveneens set, maar om een andere grammaticale reden: did draagt de verleden tijd. In has set is set het participle. Leer daarom niet alleen drie identieke woorden, maar de slots waarin ze functioneren.

💡
Een tijdsbepaling of hulpwerkwoord onthult welk onveranderlijk slot bedoeld is: set it yesterday, has set it en will set it.

Plaatsen: set, put en sit

In Amerikaans Engels kan set + object + plaatsbepaling betekenen dat je iets ergens neerzet. Het werkwoord is dan transitief en de bestemming maakt de gebeurtenis compleet. Put is algemener en vaak de veiligste keuze; set suggereert geregeld zorgvuldig, stabiel of op een bedoelde plek neerzetten.

Set the boxes by the back door, please.

Zet de dozen alsjeblieft bij de achterdeur.

She set her coffee on the counter and answered the phone.

Ze zette haar koffie op het aanrecht en nam de telefoon op.

Verwar set niet met sit. Een persoon of dier sits zelf; transitief set plaatst een object of laat het zitten. Dat object kan ook levend zijn: She set the baby in the high chair is standaard-Engels. Seat someone benoemt het plaatsnemen vaak explicieter. Daarentegen is onovergankelijk set met de betekenis zelf zitten regionaal Amerikaans en buiten die dialecten niet-standaard (regional: parts of the U.S.).

I sat by the window while she set the tray on the table.

Ik zat bij het raam terwijl zij het dienblad op tafel zette.

Zie werkwoordreferentie: put voor het algemenere plaatsingswerkwoord.

Instellen, vastleggen en klaarmaken

Voor een apparaat, waarde of regel is het kernpatroon set + object + complement. Gebruik to voor een doelwaarde of stand, at voor een vaste tarief- of grenswaarde en for voor het tijdstip waarop een alarm of afspraak is ingesteld. Werkelijk gebruik overlapt soms, maar deze combinaties zijn goede uitgangspunten.

Set the oven to 375 degrees.

Stel de oven in op 375 graden.

The central bank set the rate at five percent.

De centrale bank stelde de rente vast op vijf procent.

I've set the timer for twenty minutes.

Ik heb de timer op twintig minuten gezet.

Have they set a date for the hearing?

Hebben ze een datum voor de hoorzitting vastgesteld?

Set the table is een vaste combinatie voor de tafel dekken. Set a goal, set a deadline, set a price, set a limit, set a standard en set an example benoemen het vaststellen of aanbieden van een referentiepunt. Het Nederlands kiest afhankelijk van het object een ander werkwoord; vertaal zetten dus niet mechanisch terug met set.

We need to set realistic deadlines for each phase.

We moeten voor elke fase realistische deadlines vaststellen.

Could you set the table while I finish dinner?

Kun jij de tafel dekken terwijl ik het eten afmaak?

Een resultaattoestand veroorzaken

In set + object + result complement brengt iemand of iets het object in een nieuwe toestand. Veel combinaties zijn lexicaal vast: set someone free, set something on fire, set the record straight, set a plan in motion. Niet elk adjectief kan productief na set staan.

The judge set the prisoner free after new evidence emerged.

De rechter liet de gevangene vrij nadat er nieuw bewijs opdook.

Her question set the entire discussion in motion.

Haar vraag bracht de hele discussie op gang.

Set something open is doorgaans niet natuurlijk voor iets openzetten; zeg leave it open als het open moet blijven, of open it voor de handeling. Daarentegen zijn set the door ajar (literary/formal) en set something loose gevestigde combinaties. Eerlijk gezegd moet een leerder deze resultaatpatronen grotendeels per combinatie opslaan.

💡
Set is geen algemeen causaal werkwoord dat vóór ieder adjectief kan staan. Leer frequente eenheden zoals set free, set a limit en set in motion als complete valentieframes.

Onovergankelijke betekenissen

Hoewel set vaak transitief is, zijn er belangrijke onovergankelijke betekenissen. De zon sets wanneer zij ondergaat. Lijm, beton, gelatine of verf sets wanneer het materiaal hard of vast wordt. Deze processen hebben geen direct object.

The sun sets behind the ridge in winter.

In de winter gaat de zon achter de bergrug onder.

Don't move the tiles until the adhesive has set.

Verplaats de tegels niet voordat de lijm is uitgehard.

In weerberichten kan mist of kou set in: een onprettige toestand begint en houdt vermoedelijk aan. Dit werkwoord is onafscheidelijk in deze betekenis.

A dense fog set in just after midnight.

Net na middernacht kwam er dichte mist opzetten.

De belangrijkste phrasal family

De combinatie van set met een partikel vormt verscheidene hoogfrequente werkwoorden:

PatroonKernbetekenisValentie/register
set something upopzetten, installeren, regelenscheidbaar; neutraal
set something offdoen afgaan, veroorzakenscheidbaar; neutraal
set offop weg gaanonovergankelijk; neutraal
set something asidereserveren of tijdelijk negerenscheidbaar; neutraal
set someone backvertragen; geld kostenscheidbaar; vaak informeel
set out to domet een doel beginnenneutraal tot formeel

I'll set up the projector before the guests arrive.

Ik zet de projector klaar voordat de gasten komen.

Burnt toast set off the smoke alarm.

Aangebrande toast liet de rookmelder afgaan.

We set off before dawn to avoid the traffic.

We vertrokken vóór zonsopgang om het verkeer te vermijden.

Let's set aside that question until we have the final figures.

Laten we die vraag laten rusten totdat we de definitieve cijfers hebben.

Bij een scheidbaar partikelwerkwoord moet een objectvoornaamwoord in het midden: set it up, niet set up it. Een volle naamwoordgroep kan vaak op beide plaatsen: set up the equipment / set the equipment up. Zie scheidbare phrasal verbs.

Set about doing betekent doelgericht aan iets beginnen; set out to do presenteert het doel waarmee iemand begint. Daarom volgt na about een gerund en na out een to-infinitive.

She set about organizing the files as soon as she arrived.

Zodra ze aankwam, begon ze de dossiers te ordenen.

The team set out to reduce waiting times by half.

Het team ging aan de slag met het doel de wachttijden te halveren.

Aspect en het participle set

De handeling van plaatsen of instellen is dynamisch: I'm setting the thermostat now. Een algemene routine gebruikt de simple present. Be set kan een passief zijn (The value is set by the administrator) of een adjectiefachtige toestand: Everything is set betekent dat alles klaar is. Be set to do betekent op het punt staan of volgens verwachting iets gaan doen, vooral in nieuws- en zakentaal (formal/news).

I'm setting up your new account now.

Ik ben je nieuwe account nu aan het instellen.

Everything is set for tomorrow's launch.

Alles staat klaar voor de lancering van morgen.

The new rules are set to take effect in January.

De nieuwe regels zullen naar verwachting in januari ingaan. (formal/news)

Veelgemaakte fouten

1. Een regelmatige verleden vorm maken

❌ We setted the thermostat too high.

Onjuist: de past van set blijft set.

✅ We set the thermostat too high.

We hebben de thermostaat te hoog ingesteld.

2. Eén t in setting schrijven

❌ I'm seting a reminder on my phone.

Onjuist: de slot-t wordt vóór -ing verdubbeld.

✅ I'm setting a reminder on my phone.

Ik stel een herinnering in op mijn telefoon.

3. Set en sit verwarren

❌ We set by the window during lunch.

Onjuist in standaard-Engels: mensen zitten met sit–sat–sat.

✅ We sat by the window during lunch.

We zaten tijdens de lunch bij het raam.

4. Een voornaamwoord na een scheidbaar partikel zetten

❌ Could you set up it before the call?

Onjuist: een objectvoornaamwoord staat vóór het partikel.

✅ Could you set it up before the call?

Kun je het vóór het gesprek instellen?

5. Het doelcomplement weglaten waar dat nodig is

❌ Please set the oven 375 degrees.

Onjuist: een doeltemperatuur krijgt hier to.

✅ Please set the oven to 375 degrees.

Stel de oven alsjeblieft in op 375 graden.

Kernpunten

  • Leer de vijf slots als set–sets–set–set–setting.
  • Letterlijk set is meestal transitief en krijgt vaak een plaats- of resultaatcomplement.
  • Bij waarden komen vooral set to, set at en set for voor; leer de combinatie bij het object.
  • De zon en uithardend materiaal kunnen onovergankelijk set.
  • Partikels veranderen de betekenis sterk; zet een objectvoornaamwoord midden in een scheidbare combinatie.

Related Topics

  • Onregelmatige past simpleA2Leer veelvoorkomende onregelmatige past-vormen herkennen en onthouden via vormfamilies en natuurlijke context.
  • Overgankelijke en onovergankelijke werkwoordenB1Leer welke Engelse werkwoorden een direct object toelaten, welke zonder object staan en hoe dezelfde vorm oorzaak of verandering kan uitdrukken.
  • Scheidbare partikelwerkwoordenB1Leer waar naamwoorden en voornaamwoorden staan bij scheidbare combinaties als turn off, pick up en write down.
  • Overzicht van partikelwerkwoordenA2Leer hoe Engelse werkwoorden met partikels één betekeniseenheid vormen en hoe betekenis, klemtoon en zinsbouw elkaar aanvullen.
  • Werkwoordreferentie: putA2Leer put gebruiken voor plaatsen en positioneren, met het onveranderde verleden, het locatieve complement en veelvoorkomende vaste patronen.
  • Werkwoordreferentie: leaveA2Leer leave–left–left voor vertrekken, verlaten en achterlaten, inclusief objectcomplementen en resultatieve betekenissen.