Breakdown of Tijdens de lunch praten Anna en Sofie bij over werk en familie.
Questions & Answers about Tijdens de lunch praten Anna en Sofie bij over werk en familie.
Yes. It’s the separable verb bijpraten, which means “to catch up (by talking).” In main clauses, the particle bij splits off and usually comes after the conjugated verb: We praten bij. In other structures it stays together:
- Perfect: We hebben bijgepraat.
- Past: We praatten bij.
- Subordinate clause: … omdat we bijpraten.
You’ll most often hear the pattern with the particle right after the verb, then the topic: praten … bij over … (as in the given sentence). Other natural variants include:
- Anna en Sofie praten tijdens de lunch bij over werk en familie.
- Fronting the topic: Over werk en familie praten Anna en Sofie tijdens de lunch bij. A version like … over werk en familie bij is understood but can sound stiff or bookish to many speakers.
Yes, but the meaning changes slightly:
- praten over = to talk about (neutral)
- bijpraten (over …) = to catch up, exchange news (there’s a sense of “it’s been a while” or “bring each other up to date”) So the original sentence emphasizes catching up, not just talking.
Dutch has two handy patterns:
- “Catch someone up (on something)”: iemand bijpraten (over iets)
Example: Ik praat je morgen bij over het project. - “Catch up with someone”: (met iemand) bijpraten (over iets)
Example: We praten vanmiddag (met elkaar) bij over het project.
Because the subject is plural (Anna en Sofie). Quick present-tense reminder:
- ik praat
- jij/je praat
- hij/zij praat
- wij/jullie/zij praten
- tijdens
- noun: “during.” Example: Tijdens de lunch praten ze bij.
- terwijl
- full clause: “while.” Example: Terwijl ze lunchen, praten Anna en Sofie bij over werk en familie.
lunch is a “de-word,” so it’s de lunch. You’ll usually include the article. Dropping it (tijdens lunch) occurs in headlines or note-style language but is less standard in full sentences. Alternatives:
- tijdens het middageten (during the midday meal)
- in de lunchpauze (in the lunch break)
Common ones:
- praten over
- topic: to talk about something (as in the sentence)
- praten met
- person: to talk with someone
- praten tegen
- person: to talk to someone (one-way) Avoid praten van for “talk about” (that’s a common English interference); use praten over.
- Simple past: praatte bij (sg.), praatten bij (pl.)
Example: Ze praatten bij. - Perfect (with hebben): (hebben) bijgepraat
Example: We hebben eindelijk bijgepraat. Note the ge- goes after the particle: bij-ge-praat.
Dutch often uses aan het + infinitive:
- Ze zijn tijdens de lunch aan het bijpraten over werk en familie. The simple present (praten … bij) is also commonly used for actions happening now.