het kind

Usages of het kind

Het kind is een meisje.
The child is a girl.
Het kind is klein.
The child is small.
Het kind is nu ook thuis.
The child is also at home now.
Het kind heeft een probleem.
The child has a problem.
Het kind eet een appel.
The child eats an apple.
Het kind eet vier appels, niet vijf.
The child eats four apples, not five.
Het kind loopt snel naar de hond.
The child walks quickly to the dog.
Het kind eet een ijsje.
The child is eating an ice cream.
Het kind valt uit de boom.
The child falls out of the tree.
Op donderdag speelt het kind bij het zwembad.
On Thursday the child plays at the pool.
Het kind moet stil zijn.
The child has to be quiet.
Heeft het kind de appel al gegeten?
Has the child already eaten the apple?
Zit het kind in de tuin?
Is the child sitting in the garden?
Mijn kind zit op de wc.
My child is sitting on the toilet.
Het kind mag niet buiten spelen, want het is gevaarlijk.
The child is not allowed to play outside, because it is dangerous.
De kinderen spelen op de boerderij.
The children play on the farm.
De kinderen zingen oude liederen.
The children sing old songs.
Onze kinderen spelen met de kalveren.
Our children play with the calves.
Het kind speelt buiten met een balletje.
The child plays outside with a little ball.
De kinderen delen het geld met elkaar.
The children share the money with each other.
Dit verlegen kind is net zo actief als mijn zus.
This shy child is just as active as my sister.
Het kind was nieuwsgierig naar het speelgoed.
The child was curious about the toys.
Het kind was boos omdat het geen step had.
The child was angry because he didn't have a scooter.
Wanneer hadden de kinderen de taart stiekem gegeten?
When had the children secretly eaten the cake?
Ons kind heeft zich goed ontwikkeld.
Our child has developed well.
Het kindje staat zwaaiend bij het raam.
The little child stands waving at the window.
Een kind opvoeden is veel werk.
Raising a child is a lot of work.
Je moet letten op het gedrag van het kind.
You must pay attention to the behavior of the child.
Dat is een zware straf voor een klein kind.
That is a severe punishment for a small child.
De ouders zijn er verantwoordelijk voor om het kind op te voeden.
The parents are responsible for raising the child.
Het kind is te klein om in de achtbaan te gaan.
The child is too small to go in the rollercoaster.
De kinderen zijn een beetje bang voor de wilde attractie.
The children are a bit afraid of the wild attraction.
De kinderen zijn in de klas.
The children are in the classroom.
De leraar helpt het kind.
The teacher helps the child.
Het hoofd van het kind is warm.
The child's head is warm.
Het kind heeft pijn in het oor.
The child has an earache.
Zelfs de kinderen begrijpen het.
Even the children understand it.
Het kind smeekt zijn ouders om te blijven.
The child begs his parents to stay.
De kinderen hebben veel gespeeld in de dierentuin.
The children have played a lot in the zoo.
De kinderen glijden door de modder heen.
The children slide through the mud.
Het kind glijdt over de boomstam heen.
The child slides over the tree trunk.
De kinderen vinden de schepen en de smeden erg interessant.
The children find the ships and the blacksmiths very interesting.
Alle kinderen in het weeshuis krijgen speelgoed.
All children in the orphanage receive toys.
Het medicijn is veilig, indien het buiten het bereik van kinderen is.
The medicine is safe, in the event that it is outside the reach of children.
Het kind is aan het kleuren.
The child is colouring.
Ze zoeken het kind wiens wettige erfenis zomaar is verdwenen.
They are looking for the child whose legitimate inheritance has simply disappeared.
De ouders, wier kinderen in de tuin zitten te spelen, drinken koffie.
The parents, whose children are sitting playing in the garden, are drinking coffee.
Naarmate het kind opgroeit, wordt het volwassen.
As the child grows up, it becomes mature.
Aandachtig kauwend, proefde het kind de nieuwe kaas.
Chewing attentively, the child tasted the new cheese.
De kinderen zitten stilletjes in de woonkamer.
The children sit silently in the living room.
De kinderen leren de taal spelenderwijs.
The children learn the language playfully.
Het kind begon te huilen door het gestamp.
The child started crying because of the stomping.
Het kind moest zich door het kleine gat wurmen.
The child had to squeeze himself through the small hole.
De stichting helpt kansarme kinderen in de buurt.
The foundation helps disadvantaged children in the neighborhood.
Er zijn veel kinderen met chronisch slaaptekort.
There are many children with chronic sleep deprivation.
De dokter stelt vast dat het rusteloze kind een slaappil nodig heeft.
The doctor determines that the restless child needs a sleeping pill.
We hoorden de kinderen op het speeltoestel naast de fietsenstalling spelen.
We heard the children play on the playground equipment next to the bicycle parking.
De onbezorgde kinderen zijn druk bezig met spelen op de schommel.
The carefree children are busy playing on the swing.
In de speeltuin komen de kinderen vrolijk naar de schommel en het klimrek rennen.
In the playground, the children come running happily to the swing and the climbing frame.
Zij is erg consequent, daarom vinden de kinderen haar veeleisend.
She is very consistent, therefore the children find her demanding.
Drie vierde van de kinderen smult van de soep in de kom.
Three-quarters of the children feast on the soup in the bowl.
Het kind is moe en een beetje lacherig.
The child is tired and a bit giggly.
Als de oudere kinderen me plaagden, werd ik erg boos.
Whenever the older children teased me, I got very angry.
Met een verdrietige blik en trillende lippen staat het kind daar.
With a sad gaze and trembling lips, the child stands there.
Het kind bleef met de bal op de vloer stuiteren.
The child kept bouncing the ball on the floor.
De geur van lavendel maakt dat het onrustige kind slaapt.
The scent of lavender causes the restless child to sleep.
De kinderen maken ruzie met elkaar.
The children quarrel with each other.
Wij zijn trots op onze kinderen.
We are proud of our children.

Learn het kind and more in Dutch

All course content and exercises are completely free — no paywalls, no trial periods, no signup needed.

  • Practice with interactive exercises
  • Track your progress with spaced repetition
  • Learn at your own pace — completely free