Werkwoordreferentie: spend

Spend betekent besteden, uitgeven of doorbrengen. Het is onregelmatig: spend–spent–spent. Het belangrijkste leerwerk zit echter in de complementen: je zegt spend money/time on a noun, maar spend time doing something zonder verplicht on. Een periode kan bovendien rechtstreeks worden gevolgd door een plaatsbepaling: spend a week in Paris. Het Nederlandse besteden aan voorspelt die Engelse patronen niet betrouwbaar.

De vijf vormslots en de uitspraak

SlotVormUitspraak (algemeen Amerikaans)
base / kale infinitiefspend/spɛnd/
3e persoon enkelvoudspends/spɛndz/
pastspent/spɛnt/
past participlespent/spɛnt/
present participle / gerundspending/ˈspɛndɪŋ/

Zowel de past als het past participle is spent; spended bestaat niet in standaard-Engels. In de uitspraak verandert de slotcombinatie /nd/ in /nt/. Spending behoudt daarentegen de /d/.

I spend about forty dollars a week on groceries.

Ik geef ongeveer veertig dollar per week aan boodschappen uit.

We spent the afternoon fixing the fence.

We hebben de middag besteed aan het repareren van het hek.

They've spent too much money on repairs this year.

Ze hebben dit jaar te veel geld aan reparaties uitgegeven.

What are you spending the grant on?

Waaraan besteed je de subsidie?

💡
Leer spent als twee grammaticale slots met één vorm: spent yesterday is simple past, terwijl have spent een perfect met een participle is.

Present, past en perfect in drie zinstypen

In vragen en ontkenningen met do, does of did staat de kale vorm spend. Alleen de bevestigende simple past gebruikt spent. Een perfect combineert have/has met het eveneens identieke participle spent.

TijdBevestigingOntkenningVraag
simple presentShe spends wisely.She doesn't spend much.Does she spend much?
simple pastShe spent fifty dollars.She didn't spend much.Did she spend fifty dollars?
present perfectShe has spent the budget.She hasn't spent it yet.Has she spent the budget?

Does your team spend much time on administration?

Besteedt je team veel tijd aan administratie?

I didn't spend anything at the airport.

Ik heb op de luchthaven niets uitgegeven.

Have we spent the entire travel budget already?

Hebben we het volledige reisbudget nu al uitgegeven?

Spend is in deze betekenissen transitief: het directe object noemt de verbruikte hoeveelheid geld of de doorgebrachte tijd. Zonder zo'n object is het werkwoord alleen mogelijk wanneer de hoeveelheid uit de context wordt aangevuld, zoals in Spend wisely of You don't have to spend.

Geld of tijd aan een zaak besteden: on + naamwoordgroep

Het kernpatroon is spend + geld/tijd + on + naamwoordgroep. De naamwoordgroep noemt waaraan de middelen worden besteed: on rent, on a laptop, on the project, on unnecessary meetings. Ook een -ing-groep kan na on staan wanneer de hele activiteit als bestedingsdoel of project wordt voorgesteld: money spent on improving the building is eveneens mogelijk.

She spent her birthday money on a secondhand guitar.

Ze gaf haar verjaardagsgeld uit aan een tweedehandsgitaar.

We spend a lot of time on routine paperwork.

We besteden veel tijd aan routinepapierwerk.

The city spent millions on improving flood protection.

De stad besteedde miljoenen aan het verbeteren van de bescherming tegen overstromingen.

In de laatste zin is on improving flood protection het doel waaraan geld is toegewezen. Dat bewijst niet dat on vóór iedere -ing-vorm moet staan. Vooral met time bestaat een ander, directer patroon.

Een vraag kan het on-complement naar voren halen: What did you spend it on? Het voorzetsel blijft in neutrale spreektaal meestal achteraan. On what was the money spent? is mogelijk, maar formeel (formal).

What did you spend the extra hundred dollars on?

Waaraan heb je die extra honderd dollar uitgegeven?

Tijd doorbrengen met een activiteit: zonder verplicht on

Voor een activiteit gebruikt Engels normaal spend + tijd + -ing: spend an hour waiting, spend the evening cooking, spend years working abroad. De gerundiale bepaling beschrijft wat het onderwerp gedurende die tijd deed. Er is geen on nodig.

I spent half an hour looking for my keys.

Ik ben een halfuur bezig geweest met het zoeken naar mijn sleutels.

They spent the evening cooking for the whole family.

Ze hebben de avond doorgebracht met koken voor de hele familie.

How long did you spend preparing the application?

Hoe lang ben je bezig geweest met het voorbereiden van de aanvraag?

Spend time on + noun en spend time + -ing kunnen dezelfde situatie vanuit twee kanten presenteren. I spent two hours on the report maakt het verslag tot project of doel. I spent two hours revising the report benoemt de concrete activiteit. Spend two hours on revising the report is grammaticaal mogelijk wanneer revising the report als project wordt opgevat, maar is vaak zwaarder en minder direct dan spend two hours revising the report.

💡
Vraag wat na de tijdsduur komt. Een zaak of project krijgt vaak on: time on the report. De handeling die de tijd vult, staat rechtstreeks in de -ing-vorm: time revising the report.

Gebruik voor dit duurpatroon geen for vóór de hoeveelheid: I spent three hours waiting, niet I spent for three hours waiting. For three hours kan wel zelfstandig de duur van een gewoon werkwoord bepalen: I waited for three hours.

Geld uitgeven terwijl je iets doet

Ook spend + geld + -ing is mogelijk wanneer de activiteit de omstandigheden noemt waarin het geld wordt uitgegeven. We spent $200 taking taxis betekent dat de taxiritten samen tweehonderd dollar kostten. Het patroon is dus niet uitsluitend voor tijd.

We spent nearly two hundred dollars taking taxis during the strike.

Tijdens de staking hebben we bijna tweehonderd dollar uitgegeven aan taxiritten.

Vergelijk They spent money on the renovation met They spent money staying in a hotel during the renovation. In de eerste zin is de renovatie het bestedingsdoel; in de tweede is het hotelverblijf de activiteit die met de uitgave gepaard ging. Waar beide analyses mogelijk zijn, kiest de spreker de vorm die het bedoelde perspectief het duidelijkst maakt.

Een periode ergens of met iemand doorbrengen

Wanneer spend doorbrengen betekent, kan na de tijdsduur rechtstreeks een plaats- of gezelschapsbepaling volgen: spend a week in Rome, spend the night at a hotel, spend Sunday with friends. Er is geen on nodig.

We're spending two weeks in Canada this summer.

We brengen deze zomer twee weken in Canada door.

She spent the night at her sister's apartment.

Ze heeft de nacht in het appartement van haar zus doorgebracht.

I haven't spent much time with my family lately.

Ik heb de laatste tijd niet veel tijd met mijn familie doorgebracht.

De keuze tussen in en at volgt het gewone plaatsverschil: in New York/in the office presenteert de ruimte of stad als omgeving; at the office/at a hotel presenteert de plek als locatie of bestemming. Spend the night kan ook zonder plaatsbepaling staan wanneer de context duidelijk is.

Spend, pay en cost

Deze drie werkwoorden beschrijven dezelfde transactie vanuit verschillende deelnemers. Bij spend is de persoon of organisatie die middelen gebruikt het onderwerp; de hoeveelheid geld is het directe object. Bij pay is de betaler eveneens onderwerp, maar je kunt rechtstreeks de ontvanger noemen en gebruikt for voor wat wordt gekocht. Bij cost is juist het product of de gebeurtenis onderwerp.

PerspectiefPatroonVoorbeeld
middelen gebruikenpersoon + spend + bedrag + on + zaakI spent $80 on the ticket.
betalenpersoon + pay + bedrag + for + zaakI paid $80 for the ticket.
prijs hebbenzaak + cost + persoon + bedragThe ticket cost me $80.

I spent eighty dollars on the ticket, but my brother paid only sixty for his.

Ik gaf tachtig dollar uit aan het kaartje, maar mijn broer betaalde slechts zestig voor het zijne.

Je pay someone, maar niet spend someone: I paid the mechanic $300. Je kunt wel spend $300 at the garage, waarbij at the garage de plaats noemt. Zie werkwoordreferentie: pay voor ontvangers, prijzen en vaste betaalpatronen.

Aspect en register

De simple present beschrijft een gewoonte of terugkerend budget. De progressive benadrukt tijdelijk gedrag of een lopende periode: We're spending less this month. De present perfect maakt de uitgave of doorgebrachte periode relevant voor de huidige balans of ervaring.

We're spending less on energy since we replaced the windows.

Sinds we de ramen hebben vervangen, geven we minder uit aan energie.

Spend is neutraal in alle registers. Expend betekent eveneens besteden/verbruiken, maar is formeel en beperkt zich vooral tot middelen, energie of inspanning (formal). Splash out betekent royaal geld uitgeven (informal). Het zelfstandig naamwoord spending is gebruikelijk in formele economie- en beleidsteksten: public spending betekent overheidsuitgaven (formal).

Veelgemaakte fouten

1. Een regelmatige verleden vorm maken

❌ We spended too much on the hotel.

Onjuist: zowel de past als het participle is spent.

✅ We spent too much on the hotel.

We hebben te veel aan het hotel uitgegeven.

2. For gebruiken vóór de bestede hoeveelheid tijd

❌ I spent for two hours answering emails.

Onjuist: de tijdsduur is het directe object van spend en krijgt geen for.

✅ I spent two hours answering emails.

Ik ben twee uur bezig geweest met het beantwoorden van e-mails.

3. On mechanisch vóór iedere activiteit plaatsen

⚠️ She spent the morning on cleaning the kitchen.

Grammaticaal mogelijk als cleaning the kitchen als project wordt voorgesteld, maar zwaar voor de gewone duurbetekenis.

✅ She spent the morning cleaning the kitchen.

Ze heeft de hele ochtend de keuken schoongemaakt.

4. For + -ing gebruiken voor het bestedingsdoel

❌ I spent fifty dollars for buying this charger.

Onjuist in de neutrale standaardconstructie: koppel het bestedingsdoel met on.

✅ I spent fifty dollars on this charger.

Ik heb vijftig dollar aan deze oplader uitgegeven.

5. Het perspectief van cost kopiëren

❌ The repair spent me three hundred dollars.

Onjuist: een zaak met een prijs is onderwerp van cost, niet spend.

✅ The repair cost me three hundred dollars.

De reparatie heeft me driehonderd dollar gekost.

Kernpunten

  • De vijf slots zijn spend–spends–spent–spent–spending; spended is fout.
  • Gebruik spend money/time on + naamwoordgroep voor het bestedingsdoel.
  • Gebruik gewoonlijk spend time + -ing zonder on voor de activiteit die de tijd vult.
  • Spend money + -ing is mogelijk wanneer de uitgave met die activiteit gepaard gaat.
  • Een periode kan rechtstreeks door een plaats of gezelschap worden gevolgd: spend a week in Dublin, spend time with friends.
  • Spend, pay en cost kiezen ieder een ander perspectief op dezelfde transactie.

Related Topics

  • Onregelmatige past simpleA2Leer veelvoorkomende onregelmatige past-vormen herkennen en onthouden via vormfamilies en natuurlijke context.
  • De gerund op -ingA2Leer hoe een Engelse -ing-deelzin uiterlijk een naamwoordfunctie vervult maar vanbinnen de grammatica van een werkwoord behoudt.
  • Overgankelijke en onovergankelijke werkwoordenB1Leer welke Engelse werkwoorden een direct object toelaten, welke zonder object staan en hoe dezelfde vorm oorzaak of verandering kan uitdrukken.
  • Vorm van de present perfectA2Leer de present perfect bouwen met have of has en het onveranderlijke past participle, inclusief ontkenningen, vragen en onregelmatige vormen.
  • Werkwoordreferentie: payA2Leer pay–paid–paid voor betalen, met de patronen pay someone, pay a bill, pay for an item en vaste combinaties als pay attention.
  • Werkwoordreferentie: buyA1Leer buy–bought–bought en gebruik de juiste patronen voor ontvanger, verkoper, winkel en prijs.