Nouns from adjectives (-de)

QuestionAnswer
the coldness
de koude
Despite the coldness, I always feel your love.
Ondanks de koude voel ik jouw liefde altijd.
to embrace
omhelzen
I will embrace you to forget the coldness.
Ik zal je omhelzen om de koude te vergeten.
the joy
de vreugde
to express
uitdrukken
I do not know how I must express this joy.
Ik weet niet hoe ik deze vreugde moet uitdrukken.
the tear
de traan
Her letter has brought me so much joy and tears.
Haar brief heeft me zoveel vreugde en tranen gebracht.
the anger
de woede
He will express his anger in a long letter.
Hij zal zijn woede in een lange brief uitdrukken.
deeply
zielsveel
Despite my anger, I love you deeply.
Ondanks mijn woede hou ik zielsveel van jou.
intimate
innig
the longing
het verlangen
Our intimate longing is to always be together.
Ons innige verlangen is om altijd samen te zijn.
I have such a great longing because I love you deeply.
Ik heb zo'n groot verlangen omdat ik zielsveel van je hou.
tender
teder
I will tenderly embrace you when I see you again.
Ik zal je teder omhelzen wanneer ik je weer zie.
I have seen such tender tears in her eyes.
Ik heb zulke tedere tranen in haar ogen gezien.
We know each other's intimate longings.
Wij kennen elkaars innige verlangens.
You know how you must express love in words.
Je weet hoe je liefde in woorden moet uitdrukken.
the sorrow
het verdriet
She expresses her sorrow.
Zij drukt haar verdriet uit.
After the joy came the sorrow.
Na de vreugde kwam het verdriet.
the kiss
de kus
He gave her a tender kiss.
Hij gaf haar een tedere kus.
The kiss was intimate.
De kus was innig.
the pleasure / the fun
het plezier
They embrace each other with pleasure.
Zij omhelzen elkaar met plezier.
The pleasure disappeared because of the anger.
Het plezier verdween door de woede.

Contributors