Iterative verbs (-elen, -eren)

QuestionAnswer
to drip
druppen
The sweat began to drip from my forehead.
Het zweet begon van mijn voorhoofd te druppen.
Do you hear the rain dripping in the bucket?
Hoor je de regen in de emmer druppen?
to trickle / to drip continuously
druppelen
The water will trickle in the sink both today and tomorrow.
Het water zal zowel vandaag als morgen in de gootsteen druppelen.
After the shower ended, it kept trickling for a long time.
Nadat de bui eindigde, bleef het lang druppelen.
to chatter / to rattle
klapperen
Why did your teeth begin to chatter outside last night?
Waarom begonnen je tanden gisteravond buiten te klapperen?
The doors rattle because of the strong wind.
De deuren klapperen door de harde wind.
to flap / to flutter
wapperen
Both the flag and the clothes flutter in the wind.
Zowel de vlag als de kleren wapperen in de wind.
We saw the flags fluttering everywhere yesterday.
We zagen de vlaggen gisteren overal wapperen.
to rustle
ritselen
Do you hear the leaves rustling in the garden?
Hoor je de bladeren in de tuin ritselen?
While we walked, the paper rustled in my bag.
Terwijl we wandelden, ritselde het papier in mijn tas.
to bounce
stuiteren
Before the ball fell into the water, it bounced across the street.
Voordat de bal in het water viel, stuiterde hij over de straat.
The child kept bouncing the ball on the floor.
Het kind bleef met de bal op de vloer stuiteren.
to tickle / to itch
kriebelen
That woolen sweater itches enormously.
Die wollen trui kriebelt enorm.
Either I have a cold or I have an allergy, because my nose tickles.
Of ik ben verkouden of ik heb een allergie, want mijn neus kriebelt.
to ripple / to babble
kabbelen
The water in the river ripples quietly.
Het water in de rivier kabbelt rustig.
After the storm stopped, the sea rippled softly again.
Nadat de storm stopte, kabbelde de zee weer zachtjes.
to stamp (feet) / to kick rapidly
trappelen
Are you nervous? Yes, I am, that's why I am stamping.
Ben je zenuwachtig? Ja, ik ben het, daarom trappel ik.
The horses stamp impatiently.
De paarden trappelen ongeduldig.
to crumble
kruimelen
This old bread is beginning to crumble everywhere.
Dit oude brood begint overal te kruimelen.
Eat carefully, because those cookies always crumble.
Eet voorzichtig, want die koekjes kruimelen altijd.