Werkwoordreferentie: help

Help betekent meestal helpen: iemand steun geven of ervoor zorgen dat een gewenste handeling gemakkelijker of mogelijk wordt. Het Engelse werkwoord is regelmatig, maar zijn complementen vragen aandacht. Je zegt help someone (to) do something, met een kale infinitief óf een to-infinitief, en help someone with something, met with vóór een naamwoordgroep.

De vijf vormslots en de uitspraak

SlotVormUitspraak (algemeen Amerikaans)
base / kale infinitiefhelp/help/
3e persoon enkelvoudhelps/helps/
pasthelped/helpt/
past participlehelped/helpt/
present participle / gerundhelping/ˈhelpɪŋ/

De uitgang -ed klinkt hier als /t/, zonder extra lettergreep: helped is één lettergreep en eindigt op de stemloze cluster /pt/. In helps hoor je de medeklinkercluster /lps/. De spelling verdubbelt de p niet: helping, niet helpping.

Mina helps her neighbor with online forms.

Mina helpt haar buurvrouw met online formulieren.

I helped at the school fundraiser last Saturday.

Ik heb afgelopen zaterdag geholpen bij de inzamelingsactie van school.

We haven't helped enough yet.

We hebben nog niet genoeg geholpen.

Did anyone help you after the accident?

Heeft iemand je na het ongeluk geholpen?

Help kan zowel transitief als onovergankelijk zijn. In I helped Sam is Sam het lijdend voorwerp; in Everyone helped wordt niet gezegd wie of wat hulp kreeg. Anders dan veel toestandswerkwoorden kan help gemakkelijk progressive zijn wanneer de activiteit nu of tijdelijk plaatsvindt.

I can't talk right now—I'm helping a customer.

Ik kan nu niet praten—ik help een klant.

Help someone (to) do something

Na help kan een persoon plus een infinitief volgen. Zowel help someone do als help someone to do is standaard. De versie zonder to is zeer gewoon in hedendaags Amerikaans Engels; de versie met to is eveneens correct en kan in verzorgde tekst iets explicieter klinken. Er is doorgaans geen betekenisverschil.

Could you help me carry this bookcase upstairs?

Kun je me helpen deze boekenkast naar boven te dragen?

The checklist will help you to avoid common errors.

De checklist helpt je veelgemaakte fouten te vermijden.

Her notes helped us understand what had happened.

Haar aantekeningen hielpen ons te begrijpen wat er was gebeurd.

Het object kan ontbreken wanneer uit de context duidelijk is wie baat heeft bij de handeling: This guide will help explain the process. Dan volgt eveneens een kale infinitief of een to-infinitief. In help make, help reduce en vergelijkbare combinaties wordt help soms bijna causaal: het onderwerp is niet de enige oorzaak, maar levert een bijdrage aan het resultaat.

Opening a window might help reduce the humidity.

Een raam openzetten kan helpen de luchtvochtigheid te verlagen.

Bij een passieve constructie is to gebruikelijk: She was helped to escape. De actieve zin They helped her escape kan to weglaten, maar in de passieve zin klinkt She was helped escape voor veel sprekers minder natuurlijk. Het hulpontvangende object van de actieve zin wordt immers onderwerp, waardoor to de relatie met de tweede handeling duidelijk houdt.

The hikers were helped to cross the river by a local guide.

De wandelaars werden door een lokale gids geholpen de rivier over te steken.

💡
Na actief help + persoon zijn zowel de kale infinitief als de to-infinitief goed: help me choose en help me to choose. Kies één natuurlijk ritme; zoek geen betekenisverschil dat er meestal niet is.

Help with + naamwoordgroep

Gebruik help with something als de hulp betrekking heeft op een taak, probleem of onderwerp dat als naamwoordgroep wordt genoemd. De ontvanger van de hulp kan vóór with staan: help me with the report. Zonder ontvanger is help with the report ook volledig.

Can you help me with this tax form?

Kun je me helpen met dit belastingformulier?

Thanks for helping with dinner while I was on the phone.

Bedankt dat je met het eten hielp terwijl ik aan de telefoon was.

Who has been helping you with the renovation?

Wie heeft je geholpen met de verbouwing?

Na het voorzetsel with kan een gerund staan: help with organizing the event. Vergelijk de twee correcte patronen:

PatroonVoorbeeldFocus
help someone (to) organizehelp us organize the eventde handeling die de persoon uitvoert
help someone with organizinghelp us with organizing the eventde taak of het proces als werkpakket

De eerste versie is meestal bondiger. Help with is vooral nuttig als er een naamwoord staat of als iemand slechts een deel van een groter proces overneemt.

Betekenissen zonder expliciete ontvanger

Something helps betekent dat iets een situatie verbetert, ook als het probleem niet opnieuw wordt genoemd. It helps to… introduceert een nuttige gewoonte of voorwaarde. Het voorlopige it verwijst dan niet naar een concreet ding.

The pain medication helped for a few hours.

De pijnstiller hielp een paar uur.

It helps to write down your questions before the appointment.

Het helpt om je vragen vóór de afspraak op te schrijven.

Would a quieter room help?

Zou een rustigere kamer helpen?

Every little bit helps is een vaste, neutrale uitdrukking: iedere kleine bijdrage maakt verschil. Het werkwoord kan daarnaast rechtstreeks een gewenst resultaat als object krijgen in combinaties als help the economy of help digestion.

Can't help doing en can't help but do

In can't help doing something heeft help een afwijkende betekenis: iets niet kunnen laten of iets niet kunnen voorkomen. Hier is de gerund verplicht. Een tweede standaardpatroon is can't help but + kale infinitief. Beide zijn neutraal; de versie met but kan iets nadrukkelijker klinken.

I couldn't help laughing when the dog stole his hat.

Ik kon niet anders dan lachen toen de hond zijn hoed stal.

You can't help but admire her patience.

Je kunt niet anders dan bewondering hebben voor haar geduld.

Dit patroon moet je als een vaste constructie leren. Het volgt niet de gewone keuze tussen help do en help to do: I can't help to laugh heeft niet de bedoelde betekenis.

Help yourself en register

Help yourself to something is een vaste uitnodiging om zelf eten, drinken of een beschikbaar voorwerp te nemen. Het klinkt vriendelijk en informeel tot neutraal. Meervoud: Help yourselves. Letterlijk Nederlands help jezelf zou hier de pragmatische betekenis missen.

Help yourself to coffee while you wait.

Pak gerust koffie terwijl je wacht.

Help is in vrijwel alle registers bruikbaar. Assist is formeler en komt vooral voor in dienstverlening, instructies en officiële contexten; het is geen verbetering van gewoon help in alledaagse gesprekken. Zie voor beleefde vragen ook verzoeken formuleren.

Veelgemaakte fouten

1. With vóór de infinitief zetten

❌ Can you help me with carry this table?

Onjuist: na with komt een naamwoord of gerund, geen kale infinitief.

✅ Can you help me carry this table?

Kun je me helpen deze tafel te dragen?

2. Een gerund rechtstreeks na het object gebruiken

❌ She helped me filling out the application.

Onjuist in dit patroon: gebruik een infinitief, of voeg with toe vóór de gerund.

✅ She helped me fill out the application.

Ze hielp me de aanvraag in te vullen.

3. De ontvanger achter with plaatsen

❌ They helped with me the repairs.

Onjuist: de persoon is het directe object en staat vóór with.

✅ They helped me with the repairs.

Ze hielpen me met de reparaties.

4. Can't help met een to-infinitive bouwen

❌ I can't help to worry about him.

Onjuist voor niet kunnen laten: dit vaste patroon krijgt een gerund.

✅ I can't help worrying about him.

Ik kan het niet laten me zorgen om hem te maken.

5. De spelling van helping verdubbelen

❌ Priya is helpping at the front desk today.

Onjuist: de p wordt niet verdubbeld.

✅ Priya is helping at the front desk today.

Priya helpt vandaag bij de receptie.

Kernpunten

  • De vijf slots zijn help–helps–helped–helped–helping; helped eindigt op /t/.
  • Help someone do en help someone to do zijn beide standaard.
  • Gebruik help (someone) with + naamwoord/gerund voor een taak of onderwerp.
  • Help kan transitief, onovergankelijk en progressive zijn.
  • Leer can't help doing en help yourself to als afzonderlijke vaste patronen.

Related Topics

  • Werkwoordpatronen met gerund of infinitiefB1Leer welke Engelse werkwoorden -ing, een to-infinitief of beide selecteren en wanneer de complementvorm de betekenis verandert.
  • Vorm van de present continuousA1Leer de present continuous correct bouwen met am, is of are en een onveranderlijke werkwoordsvorm op -ing.
  • Vorm van de lijdende vormA2Bouw het Engelse passief met een passende vorm van be en het voltooid deelwoord, terwijl tijd en lexicale betekenis elk hun eigen plaats behouden.
  • Verzoeken formulerenA2Kies tussen een gebiedende wijs, can, could en would you mind op basis van afstand, moeite en je recht om iets te vragen.
  • Werkwoordreferentie: letA1Leer let voor toestemming en ruimte geven, met de kale infinitief, let's en be allowed to als passief alternatief.