WordeigenMeaningownPart of speechadjectivePronunciationCourseDutchLessonLittle words (mee, af, toe)Usages of eigenIk heb een eigen kamer.I have my own room.Zij heeft haar eigen fiets.She has her own bicycle.Ik daag mezelf uit en ik bepaal mijn eigen succes.I challenge myself and I determine my own success.