eigen

Usages of eigen

Ik heb een eigen kamer.
I have my own room.
Zij heeft haar eigen fiets.
She has her own bicycle.
Ik daag mezelf uit en ik bepaal mijn eigen succes.
I challenge myself and I determine my own success.
Hij bouwt aan zijn eigen succesvolle onderneming.
He is building his own successful enterprise.
De ondernemer zal zijn eigen onderneming wel beschermen.
The entrepreneur will probably protect his own enterprise.
Ik schrijf mijn eigen financiële zakenplan.
I am writing my own financial business plan.
Zij begint de onderneming met haar eigen kapitaal.
She is starting the enterprise with her own capital.
Een succesvolle ondernemer investeert zijn eigen geld.
A successful entrepreneur invests his own money.
Ik schrijf mijn eigen zakenplan, voor het geval dat de concurrentie toeneemt.
I am writing my own business plan, in case the competition increases.
Onze eigen boekhouder doet de boekhouding niet meer.
Our own accountant doesn't do the bookkeeping anymore.
Met mijn eigen kapitaal ben ik financieel onafhankelijk.
With my own capital I am financially independent.
Hij betaalt zijn eigen boekhouder met de verdiende winst.
He pays his own accountant with the earned profit.
Ik werkte gisteren aan mijn eigen zakenplan.
I worked on my own business plan yesterday.
Laten we de boekhouding zelf doen voor onze eigen onderneming.
Let's do the bookkeeping ourselves for our own enterprise.
Verliezen we ons eigen kapitaal?
Are we losing our own capital?
De concurrentie zal ons eigen financiële plan niet begrijpen.
The competition will probably not understand our own financial plan.
De ondernemer gebruikt zijn eigen middelen.
The entrepreneur uses his own resources.
Wij hebben onze eigen middelen voor het zakenplan.
We have our own resources for the business plan.
Iets slims doet me altijd aan mijn eigen geheugen denken.
Something smart always makes me think of my own memory.
Mijn eigen baas koopt altijd suikervrij snoep.
My own boss always buys sugar-free candy.
Mijn vriend volgt zijn eigen koolhydraatarme dieet.
My friend follows his own low-carb diet.
Slijp jij je eigen stenen?
Do you cut your own stones?
Is mijn eigen parel verkocht?
Has my own pearl been sold?
Zij draagt de armband om haar eigen pols.
She wears the bracelet on her own wrist.
Mijn eigen robijn is gestolen.
My own ruby has been stolen.

Learn eigen and more in Dutch

All course content and exercises are completely free — no paywalls, no trial periods, no signup needed.

  • ✓ Practice with interactive exercises
  • ✓ Track your progress with spaced repetition
  • ✓Learn at your own pace — completely free