Dagen, maanden en seizoenen

Engels en Nederlands verdelen het kalenderjaar op dezelfde vertrouwde manier, maar schrijven en combineren de namen anders. Engelse dagen en maanden krijgen altijd een hoofdletter en staan voor een concrete dag meestal na on; maanden staan voor een algemene periode na in. Seizoenen krijgen gewoonlijk een kleine letter en kunnen, afhankelijk van hun functie, met in of zonder voorzetsel staan.

Dagen van de week: altijd een hoofdletter

De zeven dagen zijn Monday, Tuesday, Wednesday, Thursday, Friday, Saturday en Sunday. Ook midden in een zin begint elke naam met een hoofdletter. Dat is geen nadruk en ook geen keuze van de schrijver: kalendernamen functioneren in het Engels als eigennamen. Nederlands schrijft maandag en dinsdag juist klein, waardoor deze Engelse hoofdletter makkelijk wordt vergeten.

NederlandsEngelsMet voorzetsel
maandagMondayon Monday
dinsdagTuesdayon Tuesday
woensdagWednesdayon Wednesday
donderdagThursdayon Thursday
vrijdagFridayon Friday
zaterdagSaturdayon Saturday
zondagSundayon Sunday

Gebruik on wanneer je een gebeurtenis op een genoemde dag plaatst. Je kunt daar een dagdeel aan toevoegen: on Monday morning, on Friday night. Het geheel blijft één kalenderpunt.

I'll call you on Monday.

Ik bel je maandag.

The office closes early on Friday afternoons.

Het kantoor sluit op vrijdagmiddag vroeg.

De Nederlandse vertaling heeft vaak geen woord voor on: maandag is al genoeg. Toch is on in de Engelse zin nodig. De meervoudsvorm kan een gewoonte uitdrukken: on Mondays betekent ‘op maandagen’ of natuurlijker ‘elke maandag’. Mondays zonder on komt ook voor, vooral (informeel, regionaal: Noord-Amerika): Mondays, I work from home. Voor beginners is on Mondays de veiligste algemene vorm.

We have a team meeting on Wednesdays.

We hebben elke woensdag teamoverleg.

💡
Denk bij een dag aan een vakje op de kalender: een afspraak staat on dat vakje. Schrijf de naam in het Engels altijd met een hoofdletter.

Wanneer on verdwijnt

Na this, last, next en every gebruik je geen on. Deze woorden bepalen zelf al welke dag bedoeld is. On next Monday is mogelijk in sommige formele of contrastieve contexten, maar voor de gewone betekenis ‘volgende maandag’ is next Monday natuurlijker.

Are you free next Tuesday?

Ben je volgende week dinsdag vrij?

She works from home every Friday.

Ze werkt elke vrijdag thuis.

I saw him last Sunday.

Ik heb hem afgelopen zondag gezien.

Een lidwoord staat normaal evenmin voor een losse dagnaam: on Monday, niet on the Monday. The Monday after the conference is wel goed, want de nabepaling maakt één specifieke maandag herkenbaar. Hier gedraagt Monday zich als een nader bepaald tijdstip.

Maanden: hoofdletter en in

De maanden zijn January, February, March, April, May, June, July, August, September, October, November en December. Net als dagen krijgen ze altijd een hoofdletter. Voor een gebeurtenis ergens binnen een maand gebruik je in.

Classes start in September.

De lessen beginnen in september.

Her birthday is in February.

Ze is in februari jarig.

We usually visit Chicago in December.

We bezoeken Chicago meestal in december.

Waarom in en niet on? Een maand wordt hier voorgesteld als een langere periode waarin iets gebeurt. Een dag is daarentegen een begrensd kalenderpunt waarop iets plaatsvindt. Daarom krijg je het minimale contrast in September maar on September 8. Zodra de uitdrukking een volledige datum noemt, bepaalt de dag het voorzetsel.

The new store opens on September 8.

De nieuwe winkel opent op 8 september.

Ook bij maanden verdwijnt in na this, last, next en every: this March, last August, next January, every November. Een jaartal verandert het patroon niet: in September 2027. Bij een volledige datum blijft het on: on September 8, 2027. Meer over schrijfwijze en woordvolgorde staat op data schrijven en zeggen.

We're moving next April.

We verhuizen volgend jaar april.

💡
At wijst op een kloktijd, niet op een kalendermaand. Zeg dus at 9:00, maar in September.

Seizoenen: meestal klein

De gewone seizoensnamen zijn spring, summer, fall, autumn en winter. Anders dan dagen en maanden zijn dit in de regel gewone zelfstandige naamwoorden en krijgen ze dus een kleine letter. Fall is de gebruikelijke Amerikaanse naam voor de herfst; autumn is ook in Amerika bekend, maar is veel gebruikelijker in Brits-Engels. Beide zijn neutraal.

Voor een seizoen als periode is in heel gewoon. Met the kan ook: in winter en in the winter zijn beide correct. Zonder the klinkt het seizoen vaker als een algemeen terugkerend jaargetijde; met the kan de spreker iets meer denken aan de concrete winterperiode. In alledaags Amerikaans-Engels is in the winter zeer gebruikelijk, ook voor algemene uitspraken.

The sun sets early here in winter.

Hier gaat de zon in de winter vroeg onder.

We go hiking in the fall.

In de herfst gaan we wandelen.

The garden is beautiful in spring.

De tuin is prachtig in het voorjaar.

Zonder voorzetsel staat een seizoensnaam wanneer hij zelf onderwerp of lijdend voorwerp is: Winter is long here; I love summer. Ook na this, last, next en every gebruik je geen in: last winter, next summer.

Summer is my busiest season at work.

De zomer is voor mij de drukste periode op het werk.

They bought the house last winter.

Ze hebben het huis afgelopen winter gekocht.

Een hoofdletter is alleen nodig als het woord deel is van een officiële naam of titel, zoals the Winter Olympics. In creatieve of literaire personificatie kan Winter bewust een hoofdletter krijgen (literair), maar dat is geen gewone kalenderspelling.

Eén systeem in een oogopslag

Soort tijdGewoon patroonVoorbeeld
dagon
  • hoofdletter
on Monday
maandin
  • hoofdletter
in September
volledige datumon
  • hoofdletter
on September 8
seizoen als periodein (the)
  • kleine letter
in (the) winter
seizoen als onderwerp/objectgeen voorzetselI love winter
na last/next/this/everygeen tijdsvoorzetselnext Monday

Veelgemaakte fouten

De Nederlandse kleine letter overnemen

❌ The meeting is on monday.

Onjuist: de Engelse naam van een dag krijgt altijd een hoofdletter.

✅ The meeting is on Monday.

De vergadering is maandag.

At voor een maand gebruiken

❌ School starts at September.

Onjuist: een maand is een periode en krijgt in.

✅ School starts in September.

De school begint in september.

Het verkeerde voorzetsel bij een dagdeel kiezen

❌ I'll see you in Monday morning.

Onjuist: een benoemde dag met dagdeel krijgt on, niet in.

✅ I'll see you on Monday morning.

Ik zie je maandagochtend.

Een seizoensnaam onnodig kapitaliseren

❌ We stay home more in Winter.

Onjuist in gewone tekst: winter is geen kalender-eigennaam.

✅ We stay home more in winter.

In de winter blijven we vaker thuis.

Een voorzetsel na next laten staan

❌ We're leaving in next Friday.

Onjuist: next neemt de tijdsbepaling rechtstreeks bij zich.

✅ Our flight leaves next Friday.

Onze vlucht vertrekt volgende week vrijdag.

Kernpunten

  • Schrijf dagen en maanden met een hoofdletter: Monday, September.
  • Gebruik on bij dagen en volledige data, maar in bij maanden.
  • Schrijf seizoenen meestal klein; gebruik in (the) winter voor de periode en geen voorzetsel in I love winter.
  • Laat on en in weg na this, last, next en every.

Related Topics

  • Kloktijden zeggenA1Zeg Engelse kloktijden met digitale lezingen, past en to, en gebruik noon, midnight, a.m. en p.m. zonder dubbelzinnigheid.
  • Data schrijven en zeggenA2Schrijf en spreek Engelse data volgens Amerikaanse en Britse conventies en voorkom dubbelzinnige cijferdatums.
  • Duur en frequentieA2Druk uit hoelang en hoe vaak iets gebeurt met for, every, once, twice, times, a en per.
  • In, on en at voor tijdA1Kies in, on of at met een voorspelbare hiërarchie van periode, kalenderdag en tijdstip.
  • Hoofdletters in het EngelsA1Gebruik Engelse hoofdletters bij zinnen, namen, dagen, maanden, talen, nationaliteiten en I.