Engels en Nederlands gebruiken allebei hoofdletters aan het begin van een zin en bij eigennamen. In het Engels krijgen ook dagen, maanden, talen, nationaliteiten en het voornaamwoord I altijd een hoofdletter. Voor Nederlandstaligen zit het echte contrast bij dagen, maanden en I: het Nederlands schrijft maandag, oktober en ik klein, maar taal- en nationaliteitsnamen zoals Engels en Nederlandse al groot. Gewone beroepen en de meeste schoolvakken blijven in beide talen juist klein.
Leer de categorieën daarom als groepen, maar leer ook waar de talen wél overeenkomen. Monday en October volgen een Engelse kalenderconventie die het Nederlands niet heeft, terwijl Dutch net als Nederlands zijn hoofdletter behoudt als taalnaam en als adjectief. I is een afzonderlijke vaste spellingconventie. Met die driedeling hoef je geen lange lijst losse woorden te onthouden en voorkom je een te grove tegenstelling tussen Engels en Nederlands.
Begin van een zin en het voornaamwoord I
Het eerste woord van iedere volledige zin krijgt een hoofdletter. Dat geldt ook na een punt, vraagteken of uitroepteken wanneer daarna een nieuwe zin begint. Deze basisregel is in (informeel, neutraal, formeel en academisch) geschreven Engels gelijk.
The train is late again. We may miss our connection.
De trein heeft alweer vertraging. Misschien missen we onze aansluiting.
Het persoonlijke voornaamwoord I is altijd een hoofdletter, waar het ook staat. Ook in I'm, I've, I'd en I'll blijft de I groot. Het Nederlandse ik is normaal klein midden in een zin; dat patroon mag je niet op het Engels overdragen.
On Monday, I start my new job.
Maandag begin ik aan mijn nieuwe baan.
My sister and I are taking the early flight.
Mijn zus en ik nemen de vroege vlucht.
In (zeer informeel) chatverkeer schrijven sommige moedertaalsprekers i klein. Dat is een bewuste afwijking van de standaardspelling, geen alternatieve regel voor leerders.
Dagen, maanden en feestdagen
Alle namen van weekdagen en maanden krijgen een hoofdletter: Monday, Tuesday, January, February. In het Nederlands schrijven we maandag en januari klein, dus hier is interferentie zeer waarschijnlijk. Seizoenen zijn daarentegen meestal gewone woorden: spring, summer, autumn/fall, winter.
The office is closed on Monday, 14 October.
Het kantoor is gesloten op maandag 14 oktober.
We usually visit Scotland in summer.
We bezoeken Schotland meestal in de zomer.
Feestdagen en officiële gebeurtenissen gelden als namen en krijgen hoofdletters: Christmas, New Year's Day, International Women's Day. Kleine functiewoorden binnen langere officiële namen kunnen afhankelijk van de naam en stijl klein blijven.
Are you working between Christmas and New Year's Day?
Werk je tussen Kerstmis en Nieuwjaarsdag?
Talen, nationaliteiten en geografische herkomst
Namen van talen en nationaliteiten krijgen een hoofdletter, evenals daarvan afgeleide adjectieven: English, Dutch, French, European, Asian. Hier komt de Engelse standaardspelling juist grotendeels overeen met de Nederlandse: ook Engels, Nederlandse, Italiaanse en Belgische krijgen in het Nederlands een hoofdletter. Houd die hoofdletter in het Engels eveneens in al deze functies vast; behandel zulke woorden niet als gewone beschrijvende adjectieven zoals friendly of local.
She speaks Dutch at home and English at work.
Thuis spreekt ze Nederlands en op haar werk Engels.
We ordered Italian coffee from a Belgian supplier.
We bestelden Italiaanse koffie bij een Belgische leverancier.
Is he Dutch or German?
Is hij Nederlands of Duits?
Het woord english met een kleine letter is in standaardspelling dus niet correct wanneer de taal of Engelse herkomst wordt bedoeld. De hoofdletter markeert de relatie met een land, volk of taal; zij zegt niets over politieke waardering of nadruk.
Eigennamen en soortnamen
Een eigennaam identificeert een specifieke persoon, plaats, organisatie of instelling: Maya, Amsterdam, the United Nations, Oxford University. Een soortnaam benoemt een categorie: a woman, a city, an organization, a university. Alleen de eigennaam krijgt hoofdletters.
Dit onderscheid heeft meer gevolgen dan alleen spelling. De pagina over eigennamen en soortnamen laat ook zien hoe beide soorten naamwoorden zich met lidwoorden gedragen.
A doctor from St Thomas' Hospital called this morning.
Een arts van St Thomas' Hospital belde vanochtend.
Hier is doctor een beroep en dus klein; St Thomas' Hospital is de naam van één instelling. Het feit dat een woord belangrijk is, maakt het nog geen eigennaam.
The president met President Carter in Washington.
De president ontmoette president Carter in Washington.
Een titel wordt vaak groot wanneer hij direct vóór een persoonsnaam staat en als onderdeel van de naam functioneert: President Carter, Professor Ahmed, Dr Patel. Als algemene functie of losse beschrijving blijft hij klein: the president, a professor, the doctor. Stijlgidsen verschillen bij zeer hoge officiële titels, vooral in (formeel) institutioneel schrijven, maar deze basisonderscheiding is breed geldig.
Beroepen en schoolvakken
Gewone beroepen krijgen geen hoofdletter: a doctor, an engineer, a teacher, the managing director. Ook de meeste school- en studievakken blijven klein: mathematics, history, chemistry, economics. Dat geldt in neutrale en academische lopende tekst.
I'm a doctor, and my partner teaches chemistry.
Ik ben arts en mijn partner geeft scheikunde.
Our son enjoys history but finds mathematics difficult.
Onze zoon vindt geschiedenis leuk, maar wiskunde moeilijk.
Een vaknaam krijgt wel een hoofdletter als hij een taalnaam bevat: English, Spanish, Mandarin Chinese. Ook een officiële cursus- of opleidingsnaam kan als titel hoofdletters krijgen.
I'm taking English and Introduction to Modern History this term.
Dit semester volg ik Engels en het vak Introduction to Modern History.
Hier is English als taalnaam groot. Introduction to Modern History is de officiële cursustitel; het gewone vak history in de eerdere zin bleef klein.
Titels van boeken, artikelen en koppen
In (neutraal en formeel) Engels bestaan twee gangbare systemen. Bij sentence case krijgt alleen het eerste woord en iedere eigennaam een hoofdletter: A short history of Dutch design. Bij title case krijgen de belangrijkste woorden hoofdletters: A Short History of Dutch Design. Kleine woorden als of, the en and blijven binnen veel title-case-stijlen klein.
Welke woorden precies groot worden, verschilt per stijlgids. Dat is een echte stijlkeuze zonder één universele regel. Wees vooral consequent binnen één document en volg bij publicatie de huisstijl.
I just finished A Short History of Dutch Design.
Ik heb net A Short History of Dutch Design uitgelezen.
Voor gewone tussenkoppen kiest modern (zakelijk en digitaal) Engels vaak sentence case. Maak niet automatisch ieder belangrijk klinkend woord groot.
Merknamen, afkortingen en bijzondere schrijfwijzen
Officiële namen bepalen soms hun eigen hoofdlettergebruik, zoals iPhone of eBay. Aan het begin van een zin kan zo'n vorm botsen met de gewone beginregel; herschrijf de zin zo nodig. Afkortingen als BBC, EU en NASA volgen hun vaste spelling.
Deze gevallen leer je als onderdeel van de naam. Ze veranderen de algemene regel niet: gewone woorden krijgen geen hoofdletter om ze extra gewicht te geven.
Correctietaak
Bekijk eerst de categorie van ieder gemarkeerd woord:
I have an English class on Monday.
Ik heb maandag Engelse les.
I is het voornaamwoord, English is een taalnaam en Monday is een dag: alle drie krijgen een hoofdletter.
My Dutch neighbour is a doctor.
Mijn Nederlandse buur is arts.
Dutch verwijst naar nationaliteit en krijgt een hoofdletter; doctor is een gewoon beroep en blijft klein.
We study French, biology, and history in secondary school.
Op de middelbare school krijgen we Frans, biologie en geschiedenis.
French is een taal; biology en history zijn gewone vaknamen.
Veelgemaakte fouten
Dagen en maanden klein schrijven
❌ The meeting is on monday in september.
Onjuist: namen van dagen en maanden krijgen in het Engels hoofdletters.
✅ The meeting is on Monday in September.
Juist: de vergadering is op een maandag in september.
Talen en nationaliteiten klein schrijven
❌ She is dutch, but she writes mainly in english.
Onjuist: nationaliteiten en talen krijgen hoofdletters.
✅ She is Dutch, but she writes mainly in English.
Juist: ze is Nederlands, maar schrijft voornamelijk in het Engels.
I klein schrijven
❌ My brother and i live in Utrecht.
Onjuist: het voornaamwoord I is altijd groot.
✅ My brother and I live in Utrecht.
Juist: mijn broer en ik wonen in Utrecht.
Een beroep onnodig groot schrijven
❌ I'm a Doctor at the local hospital.
Onjuist: een gewoon beroep is geen eigennaam.
✅ I'm a doctor at the local hospital.
Juist: ik ben arts in het plaatselijke ziekenhuis.
Alle schoolvakken groot schrijven
❌ We have Mathematics and History on Tuesday.
Meestal onjuist: gewone vaknamen blijven klein; alleen Tuesday is hier een naam.
✅ We have mathematics and history on Tuesday.
Juist: dinsdag hebben we wiskunde en geschiedenis.
Kernpunten
- Begin zinnen en eigennamen met een hoofdletter.
- Schrijf I, dagen, maanden, talen en nationaliteiten altijd met een hoofdletter.
- Schrijf seizoenen, gewone beroepen en de meeste schoolvakken klein.
- Onderscheid een officiële naam of titel van een algemene beschrijving.
- Bij titels van publicaties bestaan meerdere stijlen; volg één stijlgids consequent.
Related Topics
- Alfabet en letternamenA1 — Leer de Engelse namen van de 26 letters en spel namen, adressen en codes verstaanbaar.
- Eigennamen en soortnamenB1 — Leer hoe hoofdletters en lidwoorden Engelse eigennamen onderscheiden van soortnamen bij personen, instellingen en plaatsen.
- Titels, namen en naamvolgordeB2 — Leer hoe Engelse aanspreektitels met namen combineren en hoe je in brieven, gesprekken en internationale contexten de juiste vorm kiest.
- NationaliteitsadjectievenA2 — Gebruik hoofdletters en kies bewust tussen een onveranderlijk nationaliteitsadjectief, een taalnaam en een persoonsnaam.
- Lidwoorden bij eigennamenB1 — Leer welke Engelse eigennamen zonder lidwoord staan en welke naamtypen the vereisen.