Usages of menen
Die betweter meent alles beter te weten.
That know-it-all claims to know everything better.
Hij overschat zichzelf en meent onfeilbaar te zijn.
He overestimates himself and claims to be infallible.
De manager meent tijdens de vergadering onfeilbaar te zijn.
During the meeting, the manager claims to be infallible.
Niemand is onfeilbaar, ook al meent hij perfect te zijn.
No one is infallible, even though he claims to be perfect.
Hij meent de waarheid te spreken, maar zijn claim is ongegrond.
He claims to speak the truth, but his claim is unfounded.
Zij meent een groot geheim te verbergen, maar haar claim is nep.
She claims to hide a big secret, but her claim is fake.
Hij meent superieur te zijn en probeert ons te kleineren.
He claims to be superior and tries to belittle us.
Ze menen het recht te hebben om hem te kleineren.
They claim to have the right to belittle him.
De docent meent de enige autoriteit te zijn.
The teacher claims to be the only authority.
Hij meent de fout ontdekt te hebben en wil iedereen corrigeren.
He claims to have discovered the mistake and wants to correct everyone.
Ze meent doorslaggevend bewijs te bezitten.
She claims to possess conclusive evidence.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.