Usages of de bespreking
Zij heeft een belangrijke bespreking voor te bereiden.
She has an important meeting to prepare.
Heeft ze tijd, of heeft ze een bespreking voor te bereiden?
Does she have time, or does she have a meeting to prepare?
Wij houden ons bezig met de bespreking.
We occupy ourselves with the meeting.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.