de winter

Usages of de winter

Het regent in de herfst en het is koud in de winter.
It rains in autumn and it is cold in winter.
Ik houd van de zomer, maar de winter is te koud.
I love summer, but winter is too cold.
In de winter zien we veel sneeuw.
In winter we see a lot of snow.
In de winter sneeuwt het vaak in de bergen.
In winter it often snows in the mountains.
In de winter willen we schaatsen.
In winter we want to ice skate.
Schaats jij graag in de winter?
Do you like to ice skate in the winter?
De avond is in de winter erg gezellig.
The evening is very cozy in the winter.
De dakloze slaapt in de winter buiten.
The homeless person sleeps outside in the winter.
Die warme handschoenen zijn onmisbaar in de winter.
Those warm gloves are indispensable in the winter.
Alle vrijwilligers werken hard in de winter.
All volunteers work hard in the winter.
De directeur bezoekt het weeshuis in de winter.
The director visits the orphanage in the winter.
Wij hebben een hekel aan de winter.
We really dislike the winter.
Het koninkrijk Nederland is het koudst in de winter.
The Kingdom of the Netherlands is the coldest in the winter.
Ze is voor de winter voedsel aan het inslaan geweest.
She has been stocking up on food for the winter.

Learn de winter and more in Dutch

All course content and exercises are completely free — no paywalls, no trial periods, no signup needed.

  • ✓ Practice with interactive exercises
  • ✓ Track your progress with spaced repetition
  • ✓Learn at your own pace — completely free