Usages of beneden
Beneden drinken we thee.
Downstairs we drink tea.
Beneden is de keuken.
Downstairs is the kitchen.
Een astronaut valt niet naar beneden.
An astronaut does not fall down.
Het reuzenrad is te hoog om naar beneden te kijken.
The Ferris wheel is too high to look down.
Het grote anker ligt helemaal beneden.
The big anchor lies all the way downstairs.
Plotseling komt er een jongen naar beneden glijden.
Suddenly, a boy comes sliding down.
Met de blik naar beneden leunt de man over de tafel.
With his gaze downwards, the man leans over the table.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.