Partikelwerkwoorden met put

Het basiswerkwoord put betekent vaak ‘zetten’, ‘leggen’ of ‘plaatsen’, maar in put on, put off, put away, put down en put up with ontstaat een nieuwe, vaste betekenis. De eerste vier combinaties zijn in de betekenissen op deze pagina scheidbaar. Put up with bestaat uit drie delen en is juist niet scheidbaar. Vooral bij korte voornaamwoorden is dat verschil onmiddellijk zichtbaar: put it off, maar put up with it.

Objectplaatsing hoort bij het lemma

Bij een scheidbaar partikelwerkwoord kan een zelfstandig naamwoord meestal op twee plaatsen staan:

  • put on your coat of put your coat on;
  • put off the meeting of put the meeting off.

Een onbeklemtoond persoonlijk voornaamwoord moet tussen het werkwoord en het partikel staan: put it on, put it off, put them away. De volgorde put on it is in deze betekenissen niet mogelijk.

Bij put up with staat het complement juist na alle drie de delen: put up with the noise, put up with it. De afzonderlijke woorden geven die keuze niet betrouwbaar prijs. Objectplaatsing moet daarom samen met de betekenis worden geleerd.

💡
Schrijf op een woordkaart niet alleen put off = uitstellen, maar put something off / put it off. Noteer daarnaast put up with something / put up with it. Dat ene zinsframe voorkomt de meest voorkomende fout.

Put on: aantrekken of aanbrengen

Put on betekent bij kleding dat iemand iets aantrekt. Het beschrijft de handeling, terwijl wear de toestand erna beschrijft: je put on een jas en vervolgens wear je hem. Put on is neutraal en gewoon in alledaagse taal.

Put on your waterproof jacket; it's pouring outside.

Trek je waterdichte jas aan; het giet buiten.

I put my glasses on and finally saw the tiny print.

Ik zette mijn bril op en kon eindelijk de kleine lettertjes zien.

Your gloves are on the chair — put them on before we leave.

Je handschoenen liggen op de stoel — trek ze aan voordat we vertrekken.

Bij cosmetica en crèmes betekent put on ‘aanbrengen’. De grammatica blijft scheidbaar.

She put on some sunscreen before going into the garden.

Ze bracht wat zonnebrandcrème aan voordat ze de tuin in ging.

Put off: uitstellen of afschrikken

Put off betekent vaak ‘uitstellen’. Het verschilt grammaticaal van het Nederlandse scheidbare uitstellen: in een Engelse infinitief blijven put en off niet altijd naast elkaar, want een voornaamwoord komt ertussen. De combinatie is gebruikelijk in gesprekken en zakelijke e-mails (informal).

We had to put the picnic off because of the storm.

We moesten de picknick uitstellen vanwege de storm.

I know the conversation will be awkward, but don't put it off again.

Ik weet dat het gesprek ongemakkelijk wordt, maar stel het niet opnieuw uit.

Met een persoon als object kan put someone off ook ‘afschrikken’, ‘ontmoedigen’ of een afkeer bezorgen betekenen.

The long waiting list nearly put me off applying.

De lange wachtlijst weerhield me er bijna van een aanvraag te doen.

De aanvulling op die betekenis is vaak put someone off doing something. Nederlands gebruikt eerder iemand ervan weerhouden iets te doen; het Engelse off mag niet worden weggelaten.

Put away: opruimen of opbergen

Put away betekent dat je iets op zijn vaste plek legt of uit het zicht opbergt. Het is scheidbaar en zeer gewoon in huiselijke opdrachten (informal). Bij een zelfstandig naamwoord zijn beide posities mogelijk; een lang object staat vaak prettiger na away.

Could you put the groceries away while I start dinner?

Kun jij de boodschappen opruimen terwijl ik aan het eten begin?

These documents are confidential, so please put them away when you've finished.

Deze documenten zijn vertrouwelijk, dus berg ze op als u klaar bent.

Met geld betekent put money away ‘geld sparen’ (informal). Het ruimtelijke idee van veilig opbergen is hier abstract geworden.

We're putting a little money away each month for a new boiler.

We zetten elke maand een beetje geld opzij voor een nieuwe cv-ketel.

Put down: neerzetten of kleineren

In de meest letterlijke betekenis is put down ‘neerzetten/neerleggen’. De spreker ziet een beweging naar een oppervlak. Ook deze combinatie is scheidbaar.

That box looks heavy — put it down before you hurt your back.

Die doos ziet er zwaar uit — zet hem neer voordat je je rug bezeert.

Put someone down betekent ook ‘iemand kleineren’ (informal). De neerwaartse richting wordt dan figuurlijk: de spreker verlaagt de ander sociaal of emotioneel.

He keeps putting his colleagues down whenever they suggest something new.

Hij kleineert zijn collega's steeds wanneer ze iets nieuws voorstellen.

Put an animal down is een verzachtende uitdrukking voor een dier laten inslapen. Deze betekenis is gevoelig maar niet grof; ze komt in gesprekken en bij de dierenarts voor.

The vet said the kindest option was to put the dog down.

De dierenarts zei dat het de meest humane keuze was om de hond te laten inslapen.

De context bepaalt dus welke betekenis bedoeld is. Put the dog down kan letterlijk ‘zet de hond neer’ betekenen of, in een veterinaire context, ‘laat de hond inslapen’. Dit is echt lexicale dubbelzinnigheid; er bestaat geen woordvolgordetest die de betekenissen scheidt.

Put up with: verdragen

Put up with betekent ‘verdragen’ of ‘accepteren hoewel het vervelend is’. De combinatie is conversationeel (informal) en bestaat uit werkwoord + partikel + voorzetsel. Het complement staat altijd na with.

I don't know how you put up with that noise every night.

Ik begrijp niet hoe je dat lawaai elke nacht verdraagt.

The printer jams constantly, but we put up with it because a replacement is expensive.

De printer loopt voortdurend vast, maar we verdragen het omdat een vervanger duur is.

Je kunt de combinatie niet scheiden als put it up with of put the noise up with. Meer over deze opbouw staat op de pagina over drieledige partikel-voorzetselwerkwoorden.

💡
Vergelijk de twee patronen hardop: put it off ‘stel het uit’ tegenover put up with it ‘verdraag het’. Het voornaamwoord maakt de structurele tegenstelling hoorbaar.

Drie korte dialogen

Kleding

Leah: Is it cold outside? — Amir: Very. Put your scarf on, and don't take it off on the platform.

Leah: Is het koud buiten? — Amir: Erg. Doe je sjaal om en doe hem op het perron niet af.

Put on beschrijft het aantrekken; het voornaamwoord it staat in de tweede combinatie eveneens vóór het partikel van het scheidbare take off.

Planning

Manager: Shall we put off the launch? — Designer: If we put it off again, we'll miss the holiday season.

Manager: Zullen we de lancering uitstellen? — Ontwerper: Als we hem opnieuw uitstellen, missen we de feestdagenperiode.

Het zelfstandig naamwoord staat na off; het voornaamwoord staat verplicht ertussen. Beide verwijzen naar dezelfde betekenis.

Tolerantie

Eva: Why do you put up with the drilling? — Mo: I put up with it because the neighbors will finish tomorrow.

Eva: Waarom verdraag je dat geboor? — Mo: Ik verdraag het omdat de buren morgen klaar zijn.

Hier staat zowel het zelfstandig naamwoord als het voornaamwoord na with: de drieledige combinatie blijft intact.

Veelgemaakte fouten

1. Een voornaamwoord na off zetten

❌ We need to put off it until Monday.

Onjuist — bij het scheidbare put off moet it tussen put en off.

✅ We need to put it off until Monday.

We moeten het tot maandag uitstellen.

2. Put up with behandelen als een scheidbaar werkwoord

❌ I can't put this noise up with.

Onjuist — het complement staat na de hele combinatie put up with.

✅ I can't put up with this noise.

Ik kan dit lawaai niet verdragen.

3. Put on verwarren met wear

❌ I am putting on a blue coat all day.

Onjuist als je de toestand bedoelt; putting on is de handeling van aantrekken.

✅ I am wearing a blue coat today.

Ik draag vandaag een blauwe jas.

4. Het partikel bij ‘opruimen’ weglaten

❌ Please put your clothes before dinner.

Onjuist — put heeft een plaats of partikel nodig; voor ‘opruimen’ is dat away.

✅ Please put your clothes away before dinner.

Ruim je kleren voor het eten op.

5. De delen van put down rond een voornaamwoord verkeerd plaatsen

❌ Don't put down him in front of the team.

Onjuist voor ‘kleineer hem niet’; het voornaamwoord staat tussen put en down.

✅ Don't put him down in front of the team.

Kleineer hem niet waar het team bij is.

Belangrijkste punten

  • Put on, put off, put away en put down zijn hier scheidbaar: put it on/off/away/down.
  • Put up with is drieledig en onscheidbaar: put up with it.
  • Een partikel kan een letterlijke richting uitbreiden naar een abstracte betekenis, maar de precieze betekenis blijft per lemma geleerd.
  • Betekenis alleen is niet genoeg: sla bij elke combinatie ook de objectplaatsing op.

Related Topics