Het werkwoord get betekent lang niet altijd krijgen. In combinaties als get up, get on, get over, get by en get away draagt get vooral het idee van een verandering of overgang. Het partikel vertelt wát voor verandering: van bed naar staan, van buiten naar binnen, van ziek naar hersteld of van vastzitten naar ontsnappen. Daarom leer je deze combinaties het best als complete werkwoorden.
Waarom get zo veel betekenissen heeft
Get heeft vaak een lichte, algemene werkwoordskern: ‘in een nieuwe toestand of positie komen’. Het tweede woord maakt die overgang concreet. Vergelijk Nederlands komen in binnenkomen, rondkomen en wegkomen: ook daar verandert een klein deel van het werkwoord de hele gebeurtenis.
De vijf combinaties op deze pagina zijn gewoon in gesprekken en informele berichten (informal). Ze zijn niet plat of slordig; ze vormen de normale alledaagse woordkeus.
Get up: opstaan
Get up betekent meestal dat iemand uit bed komt of vanuit een zittende of liggende positie opstaat. In deze betekenis heeft het geen lijdend voorwerp. Tijd en persoon komen op get: I get up, she gets up, we got up.
I usually get up at half past six on weekdays.
Op werkdagen sta ik meestal om halfzeven op.
We got up early to catch the first train.
We stonden vroeg op om de eerste trein te halen.
Voor ‘iemand uit bed krijgen’ gebruikt Engels wel een object, maar dan staat het tussen de delen: get the children up. Dat is een andere grammaticale constructie.
Can you get the kids up while I make breakfast?
Kun jij de kinderen wakker maken en uit bed krijgen terwijl ik het ontbijt maak?
Get on: instappen, verdergaan of goed overweg kunnen
Bij openbaar vervoer betekent get on ‘instappen’. Je gebruikt get on bij een bus, trein, tram, vliegtuig of fiets, omdat je je erop of aan boord ervan bevindt. Bij een auto of taxi gebruikt Engels gewoonlijk get in.
We got on the bus just before the doors closed.
We stapten vlak voordat de deuren sloten in de bus.
Get in the taxi — it's starting to rain.
Stap in de taxi — het begint te regenen.
Get on with someone betekent ‘goed met iemand overweg kunnen’ (informal). In Amerikaans Engels hoor je hiervoor vaak get along with (regional: US). Het voorzetsel with hoort bij het patroon; de persoon staat erna.
Do you get on with your new flatmates?
Kun je goed overweg met je nieuwe huisgenoten?
Zonder een persoon als complement kan How are you getting on? vragen hoe het met iemand of met diens voortgang gaat (informal). Met with kun je de taak of situatie noemen waarop die voortgang betrekking heeft.
How are you getting on with the new job?
Hoe gaat het met je nieuwe baan?
Get over: herstellen van of iets verwerken
Get over beschrijft de overgang van een probleem naar herstel. Het kan gaan om een ziekte, teleurstelling, schrik of verbroken relatie. Het complement staat na over: get over the flu, get over it. Deze combinatie is in deze betekenis niet scheidbaar.
It took me a week to get over the flu.
Het kostte me een week om van de griep te herstellen.
She's still trying to get over the disappointment.
Ze probeert de teleurstelling nog steeds te verwerken.
Bij ernstige gebeurtenissen kan get over it ongevoelig klinken als bevel. De grammatica is goed, maar de sociale betekenis is hard (informal).
I'm sorry; I know you can't just get over it overnight.
Het spijt me; ik weet dat je het niet zomaar van de ene op de andere dag verwerkt.
Get by: zich redden of rondkomen
Get by betekent dat iemand met beperkte middelen toch verder kan. Het kan zonder aanvulling staan, maar get by on noemt het geld of de middelen en get by with noemt wat voldoende is voor een taak. De combinatie is gewoon in gesprekken (informal).
My Spanish isn't perfect, but I can get by.
Mijn Spaans is niet perfect, maar ik red me wel.
They can barely get by on one salary.
Ze kunnen nauwelijks rondkomen van één salaris.
We can get by with one suitcase for the weekend.
Voor het weekend redden we het wel met één koffer.
Nederlands heeft verschillende vertalingen — zich redden, rondkomen, genoeg hebben aan — omdat Engels één algemene overgang naar ‘net voldoende functioneren’ gebruikt.
Get away: wegkomen of er even tussenuit gaan
Get away kan letterlijke afstand uitdrukken: iemand verlaat een gevaarlijke of drukke plek. Het kan ook betekenen dat je een korte vakantie neemt (informal). Met from noem je waarvan iemand wegkomt; zonder aanvulling blijkt dat vaak al uit de context.
The dog got away before I could close the gate.
De hond ontsnapte voordat ik het hek kon sluiten.
We'd love to get away for a few days in May.
We zouden er in mei graag een paar dagen tussenuit gaan.
I couldn't get away from the office until seven.
Ik kon pas om zeven uur weg van kantoor.
Get away with something is een langere, vaste combinatie met de betekenis ‘ergens ongestraft mee wegkomen’. Die constructie volgt de regels voor drieledige partikel-voorzetselwerkwoorden.
Een reisdag met vijf get-combinaties
In deze korte dialoog dragen de partikels de belangrijkste gebeurtenis. De Nederlandse vertaling wisselt daardoor steeds, hoewel het Engelse werkwoord gelijk blijft.
Mila: I got up at five because our flight left at eight.
Mila: Ik stond om vijf uur op omdat onze vlucht om acht uur vertrok.
Jonas: Did you get on the airport bus near your house?
Jonas: Ben je bij jou in de buurt op de luchthavenbus gestapt?
Mila: Yes. I get on really well with the driver, so he saved us two seats.
Mila: Ja. Ik kan heel goed met de chauffeur overweg, dus hij hield twee plaatsen voor ons vrij.
Jonas: Lucky you. I'm only just getting over that cold, so the early start was hard.
Jonas: Jij boft. Ik ben nog maar net van die verkoudheid aan het herstellen, dus dat vroege vertrek was zwaar.
Mila: At least we can get by with hand luggage and get away for the weekend.
Mila: We redden het in elk geval met handbagage en kunnen er een weekend tussenuit.
Veelgemaakte fouten
1. Get overal als krijgen vertalen
❌ I stand up at seven on weekdays.
Onjuist als je bedoelt dat je uit bed komt — stand up betekent vanuit een stoel of andere positie gaan staan.
✅ I get up at seven on weekdays.
Op werkdagen sta ik om zeven uur op — vertaal get up als volledige combinatie.
2. In gebruiken bij groot openbaar vervoer
❌ We got in the train at Utrecht.
Onnatuurlijk — bij een trein gebruikt Engels gewoonlijk get on.
✅ We got on the train at Utrecht.
We stapten in Utrecht in de trein.
3. Get over scheiden voor een voornaamwoord
❌ You'll get it over soon.
Onjuist voor ‘je zult het snel verwerken’; get over blijft hier bij elkaar.
✅ You'll get over it soon.
Je zult het snel verwerken.
4. With weglaten bij een relatie
❌ I get on my new manager.
Onjuist — voor ‘overweg kunnen met’ is with nodig.
✅ I get on with my new manager.
Ik kan goed overweg met mijn nieuwe manager.
5. Een middel rechtstreeks na get by zetten
❌ We can get by one salary.
Onjuist — gebruik on bij het inkomen waarvan je rondkomt.
✅ We can get by on one salary.
We kunnen rondkomen van één salaris.
Belangrijkste punten
- Get geeft vaak een overgang aan; het partikel bepaalt het soort gebeurtenis.
- Get up is opstaan, get on instappen of verdergaan, get over herstellen, get by zich redden en get away wegkomen.
- Leer de aanvulling mee: get on with, get over something, get by on en get away from.
- De natuurlijke Nederlandse vertaling verandert per combinatie. Begin dus nooit automatisch bij get = krijgen.
Related Topics
- Overzicht van partikelwerkwoordenA2 — Leer hoe Engelse werkwoorden met partikels één betekeniseenheid vormen en hoe betekenis, klemtoon en zinsbouw elkaar aanvullen.
- Onscheidbare partikelwerkwoordenB1 — Leer waarom het object na combinaties als look after, run into en come across blijft staan, ook als het een voornaamwoord is.
- Drieledige partikel-voorzetselwerkwoordenB2 — Leer hoe vaste combinaties als put up with en look forward to zijn opgebouwd en waarom je hun delen niet vrij kunt verplaatsen.
- Partikelwerkwoorden met goB1 — Leer hoe go on, go out, go off, go through en go over voortgang, activiteit, activatie en inspectie uitdrukken.
- Partikelwerkwoorden met comeB1 — Begrijp hoe come across, come up with, come out, come round en come down to ontdekking, ideeën en resultaten uitdrukken.