In give up, give in, give away, give back en give out herken je soms nog het basisidee van give: iets gaat van de ene persoon of toestand naar de andere. Toch kun je de betekenis niet betrouwbaar woord voor woord afleiden. Tijdens een wedstrijd betekent give up dat je niet meer probeert te winnen, terwijl give away a match kan betekenen dat je door een fout de overwinning weggeeft. Je moet dus zowel het partikel als het soort object leren.
De combinaties op deze pagina zijn normaal in alledaagse gesprekken (informal), maar de meeste passen ook in neutrale journalistieke en zakelijke taal. Alleen de precieze betekenis verschuift met de context.
Give up: stoppen, opgeven of prijsgeven
Give up betekent dat iemand niet verdergaat met een activiteit, gewoonte of poging. Met een zelfstandig naamwoord kan het object vóór of na up staan: give up tennis en give tennis up. Een voornaamwoord moet ertussen: give it up, nooit give up it. Dat patroon wordt uitgebreider behandeld bij scheidbare partikelwerkwoorden.
We were two goals behind, but we refused to give up.
We stonden twee doelpunten achter, maar we weigerden op te geven.
I gave up coffee for a month, but I missed it too much.
Ik ben een maand met koffie gestopt, maar ik kon het niet missen.
You've played tennis for years, so don't give it up now.
Je tennist al jaren, dus stop er nu niet mee.
Zonder object betekent give up eenvoudig ‘de strijd staken’ of ‘niet langer proberen’. De uitroep I give up! is bijzonder gewoon (informal). Give yourself up betekent daarentegen dat je je overgeeft aan de politie; het wederkerende voornaamwoord verandert dus de situatie.
After an hour of looking for the receipt, I gave up.
Na een uur naar de bon te hebben gezocht, gaf ik het op.
Met give up on someone or something zeg je dat je de hoop of je vertrouwen in succes verliest. Het voorzetsel on leidt hier zijn eigen complement in; je zegt dus don't give up on it, niet don't give it up wanneer je bedoelt dat je vertrouwen moet houden.
The first draft needs work, but don't give up on the novel.
De eerste versie moet worden verbeterd, maar geef de roman niet op.
Give in: toegeven of toegeven aan druk
Give in beschrijft dat weerstand eindigt. Het werkwoord is onovergankelijk: er volgt geen rechtstreeks object. De persoon, eis of verleiding waaraan iemand toegeeft, komt na to. Je zegt dus give in to pressure, niet give pressure in.
Neither team wanted to give in during the final minutes.
Geen van beide teams wilde in de laatste minuten toegeven.
The council eventually gave in to public pressure.
De gemeenteraad gaf uiteindelijk toe aan de publieke druk.
I asked for another biscuit until Dad gave in.
Ik bleef om nog een koekje vragen totdat papa toegaf.
Give up en give in lijken in het Nederlands soms allebei op opgeven, maar het perspectief verschilt. Bij give up stop je met een activiteit of doel; bij give in laat je je verzet varen tegenover iemand of iets.
We gave up trying to play because of the rain, but we didn't give in to their demands.
We stopten vanwege de regen met proberen te spelen, maar we gaven niet toe aan hun eisen.
Give away: weggeven, verraden of onthullen
De letterlijke betekenis van give away is iets gratis aan een ander geven. Het is scheidbaar: give away the old books, give the old books away, maar give them away. Bij een cadeau kan away benadrukken dat de oorspronkelijke eigenaar er afstand van doet.
We're giving away our old sofa because it won't fit in the new flat.
We geven onze oude bank weg omdat hij niet in de nieuwe flat past.
Don't give it away — your grandmother chose that gift especially for you.
Geef het niet weg — je oma heeft dat cadeau speciaal voor jou uitgekozen.
Met informatie betekent give away ‘onthullen’ of ‘verraden’. Het object kan een secret, ending, answer of identity zijn. Ook iemands gezicht, accent of gedrag kan onbedoeld informatie prijsgeven.
Don't give away the ending; I haven't seen the film yet.
Verklap het einde niet; ik heb de film nog niet gezien.
Her smile gave the secret away before she said a word.
Haar glimlach verraadde het geheim voordat ze iets zei.
He claimed he wasn't nervous, but his shaking hands gave him away.
Hij beweerde dat hij niet zenuwachtig was, maar zijn trillende handen verraadden hem.
In sporttaal betekent give the ball away dat je balbezit door een fout verliest (informal). Daardoor kan give the match away betekenen dat je de tegenstander door eigen fouten laat winnen.
We didn't give up, but two careless passes gave the match away.
We gaven niet op, maar door twee slordige passes gaven we de wedstrijd uit handen.
Give back: teruggeven of iets terugdoen
Give back heeft meestal een duidelijke overdracht in omgekeerde richting: iets keert terug naar de eigenaar. Een zelfstandig object kan aan beide kanten van back staan; een voornaamwoord staat ertussen. Met to kun je de ontvanger toevoegen.
Could you give the keys back to Noor before you leave?
Kun je de sleutels aan Noor teruggeven voordat je vertrekt?
Thanks for lending me your charger — I'll give it back tomorrow.
Bedankt dat ik je oplader mocht lenen — ik geef hem morgen terug.
Figuurlijk kan give back betekenen dat iemand tijd, geld of hulp aan een gemeenschap schenkt (informal). Het vaste patroon is vaak give back to the community.
She volunteers at the food bank because she wants to give back to the community.
Ze doet vrijwilligerswerk bij de voedselbank omdat ze iets voor de gemeenschap wil terugdoen.
Give out: uitdelen, verspreiden of ophouden met werken
Met een object betekent give out ‘uitdelen’ of ‘verspreiden’. Het is dan scheidbaar: give out the leaflets, give the leaflets out, give them out. Dit is normaal in gesprekken en neutrale instructies.
Volunteers gave out water at the finish line.
Vrijwilligers deelden bij de finish water uit.
Please give these forms out before the meeting starts.
Deel deze formulieren alsjeblieft uit voordat de vergadering begint.
Zonder object kan give out betekenen dat een machine, lichaamsdeel of voorraad het begeeft of opraakt (informal). Deze betekenis is niet scheidbaar, omdat er geen lijdend voorwerp is om te verplaatsen.
My phone battery gave out halfway through the journey.
De batterij van mijn telefoon begaf het halverwege de reis.
Her knees nearly gave out after the final climb.
Haar knieën begaven het bijna na de laatste klim.
Veelgemaakte fouten
1. Een voornaamwoord na het hele scheidbare werkwoord zetten
❌ I don't use this bike, so I'm going to give away it.
Onjuist — een voornaamwoord moet tussen give en away staan.
✅ I don't use this bike, so I'm going to give it away.
Ik gebruik deze fiets niet, dus ik ga hem weggeven.
2. Give up it gebruiken
❌ The course is hard, but don't give up it.
Onjuist — bij scheidbaar give up staat it in het midden.
✅ The course is hard, but don't give it up.
De cursus is moeilijk, maar geef hem niet op.
3. To vergeten na give in
❌ They refused to give in the pressure.
Onjuist — pressure is geen rechtstreeks object van give in.
✅ They refused to give in to the pressure.
Ze weigerden aan de druk toe te geven.
4. Give away gebruiken voor gewoon teruggeven
❌ I'll give away your book tomorrow.
Onjuist als het boek teruggaat naar de eigenaar — give away betekent weggeven.
✅ I'll give your book back tomorrow.
Ik geef je boek morgen terug.
Belangrijkste punten
- Give up is stoppen of opgeven; give in is je verzet staken en vaak toegeven aan.
- Give away kan een bezit weggeven of informatie verraden; het object bepaalt de lezing.
- Give back brengt iets terug naar de eigenaar; give out deelt iets uit of beschrijft dat iets het begeeft.
- Bij een scheidbare combinatie staat een voornaamwoord verplicht tussen werkwoord en partikel: give it up, give it away, give it back en give it out.
Related Topics
- Overzicht van partikelwerkwoordenA2 — Leer hoe Engelse werkwoorden met partikels één betekeniseenheid vormen en hoe betekenis, klemtoon en zinsbouw elkaar aanvullen.
- Scheidbare partikelwerkwoordenB1 — Leer waar naamwoorden en voornaamwoorden staan bij scheidbare combinaties als turn off, pick up en write down.
- Onscheidbare partikelwerkwoordenB1 — Leer waarom het object na combinaties als look after, run into en come across blijft staan, ook als het een voornaamwoord is.
- Partikelwerkwoorden met bringB1 — Ontdek hoe bring up, bring about, bring back en bring forward onderwerpen, oorzaken, herinneringen en planning uitdrukken.
- Partikelwerkwoorden met putB1 — Gebruik put on, put off, put away, put down en put up with met de juiste betekenis en objectplaatsing.