De bezittelijke determinanten my, your, his, her, its, our en their staan vóór een zelfstandig naamwoord: my house, her job, its roof, our friends. Ze drukken vaak bezit uit, maar ook familie, lichaamsdelen, relaties en andere verbindingen. Anders dan in het Nederlands verandert hun vorm niet door het zelfstandig naamwoord; de Engelse keuze verwijst naar de bezitter.
De zeven vormen
| Persoon | Bezittelijke determiner | Voorbeeld |
|---|---|---|
| I | my | my house |
| you | your | your key / your keys |
| he | his | his coat |
| she | her | her job |
| it | its | its roof |
| we | our | our friends |
| they | their | their room |
My house is only a five-minute walk from the station.
Mijn huis ligt op maar vijf minuten lopen van het station.
Her job involves a lot of international travel.
Voor haar werk reist ze veel naar het buitenland.
The storm damaged the shed, but its roof stayed in place.
De storm beschadigde het schuurtje, maar het dak bleef zitten.
Our friends are coming over for dinner tonight.
Onze vrienden komen vanavond bij ons eten.
Een bezittelijke determiner kan niet zelfstandig staan. This is my book is goed, maar in This book is mine heb je het bezittelijke voornaamwoord mine nodig. De vormen worden systematisch naast elkaar behandeld op bezittelijke voornaamwoorden.
Is this your umbrella, or is it hers?
Is dit jouw paraplu, of is hij van haar?
Geen lidwoord naast een bezittelijke determiner
My, your, his, her, its, our en their bezetten dezelfde bepalende plaats in de naamwoordgroep als the en a/an. Daarom combineer je ze niet: my car, niet the my car; her idea, niet a her idea. De bezittelijke vorm maakt het zelfstandig naamwoord al voldoende bepaald.
I left my car at the office.
Ik heb mijn auto bij kantoor laten staan.
Their new neighbour brought them a cake.
Hun nieuwe buur bracht hun een taart.
Wil je een andere bepaling toevoegen, dan komt die na de bezittelijke determiner: my two sisters, our first apartment, his many excuses. Ook een bijvoeglijk naamwoord staat erna: your old bicycle.
Our first apartment had a tiny kitchen.
Ons eerste appartement had een piepkleine keuken.
Have you heard his latest excuse?
Heb je zijn nieuwste smoes gehoord?
De bezitter bepaalt his, her of its
Het Nederlands heeft zijn en haar, maar zelfstandige naamwoorden hebben bovendien grammaticaal genus en worden vaak met zijn hervat: het bedrijf en zijn klanten. In het Engels kies je in de kern op basis van de natuurlijke categorie van de bezitter, niet op basis van het bezit.
- een mannelijke persoon als bezitter: his
- een vrouwelijke persoon als bezitter: her
- een zaak, dier zonder gespecificeerd geslacht of abstract geheel: its
- een meervoudige bezitter: their
De echtgenoot in his wife is vrouwelijk, maar de bezitter is een man: ‘zijn vrouw’. De baan in her job heeft zelf geen geslacht; de werknemer naar wie her verwijst is vrouwelijk.
Daniel called his wife as soon as the train arrived.
Daniel belde zijn vrouw zodra de trein aankwam.
Maya enjoys her job, although the commute is long.
Maya vindt haar werk leuk, al is de reistijd lang.
The museum has changed its opening hours.
Het museum heeft zijn openingstijden gewijzigd.
Het Engelse its kan in het Nederlands dus zijn opleveren. Dat betekent niet dat his goed is voor museum: Engels kent aan museum geen mannelijke persoonlijke bezitter toe. Bij schepen, landen en organisaties komt personifiërend her traditioneel voor (literary), maar in hedendaags neutraal Engels is its de veilige en gebruikelijke keuze.
The company published its annual results on Friday.
Het bedrijf publiceerde vrijdag zijn jaarresultaten.
Their bij meervoud en bij enkelvoudig they
Their hoort vanzelfsprekend bij meer dan één bezitter: the neighbours and their dog. Het wordt daarnaast gebruikt bij enkelvoudig they wanneer het geslacht onbekend, onbelangrijk of niet-binair is. Dit is standaard in modern Engels en komt in alle registers voor; in zeer formele teksten kan een organisatie een eigen stijlvoorkeur hanteren.
Every applicant should bring their passport.
Iedere sollicitant moet zijn of haar paspoort meenemen.
Alex said their train had been cancelled.
Alex zei dat diens trein was uitgevallen.
In de eerste zin is every applicant grammaticaal enkelvoud, maar their voorkomt het omslachtige his or her en verwijst inclusief terug. Het werkwoord blijft bij het enkelvoudige onderwerp staan: Every applicant has..., niet have. Bezittelijke keuze en werkwoordscongruentie zijn twee afzonderlijke zaken.
Bezit is breder dan eigendom
De term ‘bezittelijk’ is handig maar te smal. Deze determinanten markeren allerlei relaties die als bij de referent horend worden voorgesteld:
- lichaamsdeel: my shoulder
- familie of sociale relatie: her brother, our doctor
- ervaring of handeling: their arrival, his decision
- deel-geheelrelatie: its roof, its handle
I hurt my shoulder while moving the sofa.
Ik heb mijn schouder bezeerd bij het verplaatsen van de bank.
Their arrival was delayed by heavy snow.
Hun aankomst liep vertraging op door hevige sneeuwval.
Bij lichaamsdelen en kleding gebruikt Engels vaak een bezittelijke determiner waar Nederlands in een vaste constructie de bezitter impliciet kan laten. Nederlands hij stond met de handen in de zakken wordt bijvoorbeeld he stood with his hands in his pockets. In sommige werkwoord-voorzetselconstructies gebruikt Engels juist the: She grabbed him by the arm. Dat is een apart patroon, geen vrije uitwisseling tussen the en his.
She closed her eyes and took a deep breath.
Ze deed haar ogen dicht en haalde diep adem.
Eén vorm kan meerdere individuele relaties omvatten
Bij een meervoudig onderwerp betekent een bezittelijke determiner niet automatisch dat alle betrokkenen samen één ding bezitten. The children put on their coats betekent normaal dat ieder kind zijn of haar eigen jas aantrok. De context verdeelt their coats over de kinderen. Hetzelfde geldt voor We showed our passports: doorgaans heeft iedere reiziger een eigen paspoort.
The children put on their coats and went outside.
De kinderen trokken hun jas aan en gingen naar buiten.
We showed our passports at the border.
We lieten bij de grens onze paspoorten zien.
Bij één gezamenlijk bezit kan precies dezelfde vorm staan: They sold their house. Alleen kennis van de situatie vertelt of er één gedeeld huis of meerdere huizen zijn. Engels codeert in their het getal van de bezitters, terwijl het zelfstandig naamwoord het getal van het bezit toont; het legt niet vast hoe bezitters en bezittingen onderling verdeeld zijn.
Sara and Leo sold their house before moving abroad.
Sara en Leo verkochten hun huis voordat ze naar het buitenland verhuisden.
Die flexibiliteit bestaat ook in het Nederlands, maar wordt makkelijk gemist wanneer je Engelse vormen woord voor woord analyseert. Vertrouw op het zelfstandige naamwoord en de context, niet op our/their alleen.
Your en algemene instructies
Your kan één of meer aangesproken personen betreffen; Engels heeft geen apart standaardmeervoud zoals Nederlands jullie. De context maakt het verschil. In instructies kan your bovendien algemeen zijn: het spreekt iedere lezer rechtstreeks aan.
Please keep your receipt until you leave the building.
Bewaar uw bon totdat u het gebouw verlaat. (formal)
Have you all packed your bags?
Hebben jullie allemaal je koffers ingepakt?
Vormen als you guys' of y'all's bestaan regionaal en informeel (regional: North America) (informal), maar zijn niet nodig om standaard your te begrijpen of te gebruiken.
Its tegenover it's
Its is bezittelijk en heeft geen apostrof. It's is altijd een samentrekking van it is of it has. Dat lijkt onlogisch naast Anna's coat, maar de persoonlijke bezittelijke woorden his, hers, yours, ours, theirs krijgen evenmin een apostrof. De apostrof in it's markeert weggelaten letters, niet bezit.
The phone is useful, but its battery doesn't last all day.
De telefoon is handig, maar de batterij gaat niet de hele dag mee.
It's been unusually quiet today.
Het is vandaag ongewoon rustig geweest.
Veelgemaakte fouten
1. Een lidwoord én een bezittelijke determiner gebruiken
❌ I can't find the my car keys.
Onjuist: the en my kunnen niet samen de bepalende positie innemen.
✅ I can't find my car keys.
Ik kan mijn autosleutels niet vinden.
2. Her kiezen omdat het bezit vrouwelijk is
❌ Mark is waiting for her wife outside.
Onjuist als Mark een man is: de bezitter, niet wife, bepaalt de vorm.
✅ Mark is waiting for his wife outside.
Mark wacht buiten op zijn vrouw.
3. His gebruiken voor een zaak omdat Nederlands zijn heeft
❌ The hotel has raised his prices.
Onjuist: hotel is een zaak en krijgt neutraal its.
✅ The hotel has raised its prices.
Het hotel heeft zijn prijzen verhoogd.
4. Een apostrof in bezittelijk its zetten
❌ The tree lost it's leaves in the storm.
Onjuist: it's betekent it is of it has.
✅ The tree lost its leaves in the storm.
De boom verloor zijn bladeren in de storm.
Kernpunten
- Zet my, your, his, her, its, our, their vóór een zelfstandig naamwoord.
- Combineer ze niet met the of a/an.
- Kies his, her of its op basis van de bezitter, nooit op basis van het bezit.
- Modern enkelvoudig they heeft their: Every guest should bring their ticket.
- Its is bezittelijk; it's betekent it is of it has.
Related Topics
- Whose als determinerB1 — Gebruik whose vóór een zelfstandig naamwoord om bezit te bevragen of een bezitsrelatie in een relatieve bijzin te leggen.
- Bezittelijke voornaamwoordenA1 — Leer hoe mine, yours, his, hers, ours en theirs zelfstandig bezit uitdrukken, zonder zelfstandig naamwoord of apostrof.
- OnderwerpsvoornaamwoordenA1 — Leer de Engelse onderwerpsvormen I, you, he, she, it, we en they en wanneer een zichtbaar onderwerp verplicht is.
- Apostrof bij bezitB1 — Plaats de Engelse bezitsapostrof correct bij enkelvoudige, regelmatige meervoudige en onregelmatige meervoudige bezitters.
- Beslisboom voor Engelse lidwoordenB1 — Kies systematisch tussen a/an, the en het nulartikel via telbaarheid, getal, identificeerbaarheid en generieke betekenis.