Met this, that, these en those wijs je iets aan. Voor de keuze zijn twee zichtbare verschillen belangrijk: enkelvoud tegenover meervoud en dichtbij tegenover verder weg. Maar afstand is niet alleen een kwestie van meters. Met this kun je ook iets naar voren halen in het gesprek, terwijl that een eerdere uitspraak als één idee kan samenvatten of er emotioneel afstand van kan nemen.
Het basissysteem: getal en afstand
De vier vormen vullen samen een eenvoudig schema. This en that horen bij een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord of een ontelbaar zelfstandig naamwoord; these en those horen bij een meervoud.
| Dichtbij | Verder weg | |
|---|---|---|
| enkelvoud / ontelbaar | this | that |
| meervoud | these | those |
Could you sign this form before you leave?
Kun je dit formulier ondertekenen voordat je weggaat?
Who lives in that house at the end of the street?
Wie woont er in dat huis aan het einde van de straat?
These shoes are much more comfortable than my old ones.
Deze schoenen zitten veel lekkerder dan mijn oude.
Do you see those houses beyond the bridge?
Zie je die huizen aan de andere kant van de brug?
Het Engels laat getal in de aanwijzer zien: this book maar these books, that house maar those houses. Het Nederlands heeft een ander systeem: deze/dit en die/dat hangen ook af van het de- of het-woord. Engels kent dat grammaticale genusverschil hier niet. Zowel deze stoel als dit boek krijgt this; het getal en de afstand bepalen de vorm.
This book belongs to Maya, but these magazines are mine.
Dit boek is van Maya, maar deze tijdschriften zijn van mij.
Bij ontelbare woorden is de grammaticale vorm enkelvoudig. Je zegt daarom this information, that music en this water, niet these informations of those music. Zie voor telbaarheid ook telbare en ontelbare zelfstandige naamwoorden.
This information should remain confidential.
Deze informatie moet vertrouwelijk blijven. (formal)
Afstand is afhankelijk van het gezichtspunt
This/these presenteert iets als dicht bij de spreker; that/those presenteert het als verder weg. Dat is vaak fysieke afstand, maar de relevante plek kan bij de luisteraar liggen. Aan de telefoon kan iemand zeggen Is that your new laptop? wanneer de laptop bij de gesprekspartner staat. Vanuit het perspectief van de spreker is hij immers ‘daar’, niet ‘hier’.
Can you pass me that blue folder next to you?
Kun je me die blauwe map naast je aangeven?
Take these plates; I'll carry the glasses.
Neem jij deze borden; ik draag de glazen wel.
De keuze kan tijdens een handeling veranderen. Een verkoper pakt een jas van een rek en vraagt eerst Would you like to try on that jacket? Zodra de klant hem vasthoudt, kan die zeggen I like this jacket. Het voorwerp is hetzelfde; het gekozen gezichtspunt is veranderd.
Zelfstandig gebruik zonder naamwoord
Dezelfde vier woorden kunnen zonder volgend zelfstandig naamwoord staan. Dan functioneren ze als aanwijzende voornaamwoorden: This is mine; Those are expensive. De tegenstelling in getal blijft zichtbaar in het werkwoord: this is / these are en that is / those are.
This is delicious — did you make it yourself?
Dit is heerlijk — heb je het zelf gemaakt?
Those are the keys I was looking for.
Dat zijn de sleutels die ik zocht.
Let op het Nederlandse dat zijn bij een meervoud. Engels volgt het werkelijke getal en gebruikt those are. Voor een volledige behandeling van zelfstandig gebruik kun je verdergaan naar aanwijzende voornaamwoorden; hier staat vooral de keuze tussen de vier vormen centraal.
Afstand in tijd en verhaal
Een aanwijzer kan een moment dichtbij of verder weg plaatsen. This week is de week waarin de spreker zich bevindt; that week is een week waarover al verteld wordt. Op dezelfde manier klinkt these days als ‘tegenwoordig’, terwijl those days terugkijkt op een eerdere periode.
I'm working from home this week.
Ik werk deze week thuis.
That winter, the river froze for nearly two months.
Die winter vroor de rivier bijna twee maanden dicht.
We didn't have smartphones in those days.
In die tijd hadden we geen smartphones.
Bij telefoongesprekken en kennismakingen bestaan vaste, registerneutrale patronen. This is Noor stelt de spreker voor; Is that Bram? vraagt wie er aan de andere kant van de lijn is. I am Noor is grammaticaal, maar niet het gewone openingspatroon aan de telefoon.
Hi, this is Noor from the dentist's office. Is that Mr de Vries?
Goedendag, u spreekt met Noor van de tandartspraktijk. Spreek ik met meneer De Vries?
Discoursafstand: ideeën aanwijzen
Sprekers wijzen ook naar delen van een gesprek. This kan iets introduceren dat nu aandacht krijgt of nog komt. That verwijst vaak terug naar wat de ander of de spreker zojuist heeft gezegd. Het behandelt een hele mededeling als één aanwijsbaar idee.
Listen to this idea: we could take the night train instead.
Luister eens naar dit idee: we kunnen ook de nachttrein nemen.
The landlord has raised the rent again. That's surprising after all his promises.
De verhuurder heeft de huur alweer verhoogd. Dat is verrassend na al zijn beloften.
In de tweede zin heeft that geen zelfstandig naamwoord als antecedent. Het vat de volledige mededeling the landlord has raised the rent again samen. Nederlands gebruikt hier eveneens vaak dat, maar het belangrijke Engelse inzicht is breder: de spreker kiest een discoursafstand. This is important kan de aandacht trekken voor wat volgt; That's important beoordeelt doorgaans wat net genoemd is.
This is important: never share your recovery code.
Dit is belangrijk: deel je herstelcode nooit.
You kept a copy of the receipt? That's useful.
Heb je een kopie van de bon bewaard? Dat komt goed uit.
That kan ook houding uitdrukken. I don't like that tone zet de toon van de ander op afstand en klinkt afkeurend. I like this idea haalt een voorstel juist binnen de eigen aandachtsruimte. Die gevoelswaarde komt voort uit dezelfde nabijheidsmetafoor; het is geen apart rijtje om uit het hoofd te leren.
Nieuwe en gedeelde referenten in een verhaal
In informele verhalen kan this een nieuw persoon of ding levendig introduceren. I met this woman on the train betekent dan niet noodzakelijk ‘deze vrouw hier’; de spreker haalt een nog onbekende verhaalfiguur naar het middelpunt. Dit gebruik is vooral gesproken en informeel (informal). Het gewone a woman is neutraler.
I met this woman on the train who knew my old maths teacher.
Ik ontmoette in de trein een vrouw die mijn vroegere wiskundeleraar kende. (informal)
That kan juist een al gedeelde herinnering oproepen. In Do you remember that little café near the station? verwacht de spreker dat de luisteraar kan bepalen welk café bedoeld wordt. Het lijkt daarmee op bepaald the, maar that voegt een expliciet aanwijzend perspectief toe.
Do you remember that little café near the station?
Weet je dat kleine café bij het station nog?
This story begins on a cold evening in November.
Dit verhaal begint op een koude novemberavond.
De aanwijzer helpt zo de gezamenlijke aandacht organiseren: this introduceert of activeert, that haalt vaak iets uit eerder gedeelde kennis terug. Dat verschil is geen absolute regel, maar verklaart waarom fysieke afstand alleen niet alle natuurlijke keuzes voorspelt.
Vaste patronen in gesprek
In informeel gesproken Engels wordt that veel gebruikt in reacties: That's great, That's a shame, That's enough. This komt vaak voor bij een presentatie, demonstratie of verhaal waarmee de spreker de luisteraar dichterbij haalt.
That's a shame — I was hoping you'd come with us.
Wat jammer — ik hoopte dat je met ons mee zou gaan. (informal)
You'll love this: Eva finally got the job.
Dit vind je geweldig: Eva heeft eindelijk die baan gekregen. (informal)
Bij personen kan this iemand introduceren: This is my colleague Sam. That man over there wijst iemand op afstand aan. Gebruik these people en those people voor meervoudige groepen; people is grammaticaal meervoud, ook al bevat het geen meervouds-s.
These people are waiting for the same train as us.
Deze mensen wachten op dezelfde trein als wij.
Veelgemaakte fouten
1. Een enkelvoudige aanwijzer bij people
❌ This people need more time.
Onjuist: people is meervoud, dus this past er niet bij.
✅ These people need more time.
Deze mensen hebben meer tijd nodig.
2. These kind zonder getalscongruentie
❌ I don't buy these kind of products.
Onjuist in verzorgde standaardtaal: these is meervoud, maar kind staat in het enkelvoud.
✅ I don't buy these kinds of products.
Ik koop dit soort producten niet.
Ook this kind of product is goed. Houd het raam gelijk: this kind of these kinds. These kind of komt wel voor in spontane informele spraak (informal), maar geldt niet als verzorgde standaardvorm.
3. Nederlands grammaticaal genus naar het Engels kopiëren
❌ These book is really helpful.
Onjuist: book is enkelvoud; het Nederlandse dit/deze-verschil bestaat niet in het Engels.
✅ This book is really helpful.
Dit boek is erg nuttig.
4. Het verkeerde getal in zelfstandig gebruik
❌ That are the houses I told you about.
Onjuist: houses is meervoud en vereist those are.
✅ Those are the houses I told you about.
Dat zijn de huizen waarover ik je vertelde.
Kernpunten
- This/that is enkelvoud; these/those is meervoud.
- This/these presenteert iets als dichtbij, that/those als verder weg.
- Die afstand kan fysiek zijn, maar ook in tijd, gesprek of houding bestaan.
- That kan een hele eerdere mededeling samenvatten: That's surprising.
- Koppel this kind aan enkelvoud en these kinds aan meervoud; people vraagt these/those.
Related Topics
- Bezittelijke determinantenA1 — Gebruik my, your, his, her, its, our en their vóór een zelfstandig naamwoord en kies de vorm op basis van de bezitter.
- Congruentie met zelfstandige naamwoordenB1 — Leer hoe het getal van een Engels zelfstandig naamwoord de werkwoordsvorm, aanwijzer en latere verwijzingen bepaalt.
- Enkelvoud en regelmatig meervoudA1 — Leer hoe Engelse telbare zelfstandige naamwoorden enkelvoud en regelmatig meervoud vormen, inclusief de drie uitspraken van -s.
- Aanwijzende voornaamwoordenA1 — Leer hoe this, that, these en those zelfstandig verwijzen naar nabije, verre en eerder genoemde zaken.
- The en gedeelde referentieA1 — Gebruik the wanneer de luisteraar de bedoelde persoon, zaak of groep uit de context kan identificeren.