This, that, these en those kunnen zelfstandig naar personen, dingen, situaties en ideeΓ«n verwijzen. This is good bevat dus geen verzwegen Engels zelfstandig naamwoord dat zichtbaar moet worden gemaakt: this is zelf de kern van de naamwoordgroep. De vier vormen behouden het bekende onderscheid in getal en afstand: this/these voor wat de spreker als nabij presenteert, that/those voor wat als verder weg wordt geplaatst. Die afstand kan fysiek zijn, maar ook in tijd, gesprek of houding bestaan.
Het basissysteem
| Nabij | Verder weg | |
|---|---|---|
| enkelvoud | this | that |
| meervoud | these | those |
Alle vier vormen zijn neutraal en gebruikelijk in gesproken en geschreven Engels. De keuze drukt het perspectief van de spreker uit en niet alleen een meetbare afstand. Twee mensen bij dezelfde tafel kunnen verschillende vormen kiezen als zij hun aandacht anders richten.
This is good β you should try some.
Dit is lekker β je moet er wat van proeven.
Is that yours on the chair?
Is dat van jou, daar op de stoel?
These are still warm, but those have gone cold.
Deze zijn nog warm, maar die zijn koud geworden.
Who are those by the entrance?
Wie zijn die mensen bij de ingang?
Het werkwoord volgt het getal: this is, that is, these are, those are. In informele spraak wordt that is vrijwel altijd that's. Er is geen overeenkomstige standaardcontractie these're of those're in gewone schrijftaal, ook al kunnen die woorden in snelle spraak samenvloeien.
Zelfstandig of vΓ³Γ³r een zelfstandig naamwoord
De vormen zien er hetzelfde uit in twee grammaticale functies. Voor een zelfstandig naamwoord zijn ze aanwijzende determinanten: this book, those shoes. Zonder zo'n zelfstandig naamwoord zijn ze aanwijzende voornaamwoorden: This is heavy; those are wet.
This tastes better, but that has less sugar.
Dit smaakt lekkerder, maar daar zit minder suiker in.
Those biscuits are vegan; these contain butter.
Die koekjes zijn veganistisch; deze bevatten boter.
In that has less sugar staat that zelfstandig voor bijvoorbeeld een eerder aangewezen gerecht of drankje. In those biscuits bepaalt those juist het uitgedrukte zelfstandig naamwoord. De betekenis van nabijheid en getal blijft in beide functies gelijk. De determinatieve functie wordt uitgebreider behandeld bij this en that als determinanten.
Engels heeft vaak geen one/ones nodig na een zelfstandig aanwijzend woord. I prefer these is volledig. I prefer these ones komt vooral in Brits en informeel Engels voor en kan een expliciet contrast geven, maar these alleen is meestal korter en natuurlijker. Zodra een adjectief volgt, is one/ones wel nuttig: this red one, those cheaper ones. Zie one en ones als vervangwoorden.
Which gloves are yours? β These.
Welke handschoenen zijn van jou? β Deze.
I don't like the plain cups; I'll take those blue ones.
Ik vind de effen kopjes niet mooi; ik neem die blauwe.
Aanwijzen in de ruimte
Bij concrete voorwerpen en mensen kiest de spreker doorgaans this/these voor wat dichtbij, vastgehouden of centraal in de gezamenlijke aandacht is. That/those wijst naar een grotere fysieke afstand of naar iets buiten de onmiddellijke aandacht.
This is the key you need; that one opens the garage.
Dit is de sleutel die je nodig hebt; die daar opent de garage.
Could you pass me those on the top shelf?
Kun je me die op de bovenste plank aangeven?
Afstand is relationeel. In een winkel kan een verkoper this one zeggen over een jas die voor de klant ligt, ook als de jas niet letterlijk dichter bij de verkoper is. This brengt de referent als het ware naar het middelpunt van het gesprek; that houdt hem op enige afstand.
Bij mensen kan this iemand introduceren. Aan de telefoon en bij een ontmoeting gebruikt Engels This is Noor, waar Nederlands vaak met Noor of dit is Noor gebruikt. Om iemand bij de luisteraar of verderop te identificeren is that natuurlijk.
Hi, this is Noor from the dentist's office.
Hallo, met Noor van de tandartspraktijk.
That's my brother waiting by the ticket machine.
Dat is mijn broer die bij de kaartautomaat staat te wachten.
Who is this? is aan de telefoon neutraal, maar kan direct klinken. May I ask who's calling? is beleefder (formeel). Who are those? kan gewoon om identificatie vragen, maar those people kan bij verwijzing naar een sociale groep afstandelijk of afkeurend klinken. De context en intonatie bepalen dat pragmatische effect.
Afstand in tijd en gesprek
Aanwijzende vormen structureren ook tijd. This hoort vaak bij de huidige of komende periode die als nabij wordt gezien; that bij een afgesloten of verder verwijderde periode. Het Nederlands gebruikt vergelijkbare middelen, maar niet altijd dezelfde vorm in een idiomatische vertaling.
This has been a difficult week, but next week should be calmer.
Dit is een moeilijke week geweest, maar volgende week wordt hopelijk rustiger.
We lived in Ghent from 2016 to 2018. Those were happy years.
We woonden van 2016 tot 2018 in Gent. Dat waren gelukkige jaren.
In gesprek kan this nieuwe informatie aankondigen, terwijl that makkelijk teruggrijpt op iets dat al is gezegd. Een spreker kan bijvoorbeeld beginnen met Listen to this en daarna nieuws vertellen. Na de mededeling reageert de ander met That's surprising.
Listen to this: our train has been cancelled again.
Moet je dit horen: onze trein is alweer geschrapt.
You want us to leave at five? That's impossible.
Je wilt dat we om vijf uur vertrekken? Dat is onmogelijk.
Dit is geen absolute wet. This kan ook terugwijzen als de spreker een eerder idee levendig en centraal wil houden. That is echter de ongemarkeerde keuze om een zojuist gehoorde uitspraak als geheel te beoordelen.
That als samenvatting van een hele gedachte
That hoeft niet naar één zelfstandig naamwoord te verwijzen. Het kan een volledige voorafgaande uitspraak, gebeurtenis of situatie samenvatten. In That's what I mean omvat that de inhoud die net is besproken. Zo maakt het woord tekstverband zonder een lange zin te herhalen.
We need a plan that everyone can actually follow. That's what I mean.
We hebben een plan nodig dat iedereen echt kan volgen. Dat bedoel ik.
The landlord has raised the rent again, and that worries me.
De verhuurder heeft de huur opnieuw verhoogd, en dat baart me zorgen.
She apologised in front of the whole team. That took courage.
Ze bood haar excuses aan waar het hele team bij was. Daar was moed voor nodig.
Het Nederlands gebruikt hier afwisselend dat, dit, datgene of een bijwoord als daar. Engels houdt vaak eenvoudig that aan. Vooral in langere teksten helpt zo'n samenvattend that de lezer begrijpen dat de volgende opmerking over de hele voorgaande gedachte gaat en niet alleen over het laatste zelfstandig naamwoord.
Vergelijk it. It houdt vaak een al vastgestelde referent actief, terwijl that de referent opnieuw aanwijst of beoordeelt. Na I missed the last train klinkt That was annoying als commentaar op de gebeurtenis. It was annoying is ook mogelijk, maar presenteert de situatie meer als al lopend gespreksonderwerp. Zie it voor dingen, weer en afstand.
That in vaste gesprekspatronen
Een aantal zeer frequente patronen gebruikt zelfstandig that. Ze zijn meestal neutraal of informeel en worden vaak met that's uitgesproken.
That's all for today.
Dat was alles voor vandaag.
That's enough β let's go home.
Dat is genoeg β laten we naar huis gaan.
That's why I called you.
Daarom heb ik je gebeld.
That sounds much better.
Dat klinkt veel beter.
In That's why vertaalt Nederlands that niet met dat, maar de hele verbinding met daarom. Idiomatische vertaling gaat dus voor woord-voor-woordovereenkomst.
Veelgemaakte fouten
1. Enkelvoud en meervoud mengen
β This are the documents you asked for.
Onjuist: this is enkelvoud, maar documents en are zijn meervoud.
β These are the documents you asked for.
Dit zijn de documenten waar je om vroeg.
2. Ones toevoegen zonder functie
β οΈ Which keys are yours? β These ones.
Grammaticaal, vooral in informeel Brits Engels, maar hier vaak onnodig zwaar: these kan zelfstandig staan.
β Which keys are yours? β These.
Welke sleutels zijn van jou? β Deze.
3. Het verkeerde getal bij een verre referent kiezen
β Who is those standing by the gate?
Onjuist: those is meervoud en vraagt om are.
β Who are those standing by the gate?
Wie zijn die mensen die bij het hek staan?
4. That onnodig als zelfstandig naamwoord behandelen
β οΈ That thing is what I mean.
Grammaticaal, maar onnatuurlijk als alleen naar de vorige uitspraak wordt verwezen; thing voegt dan niets toe.
β That's what I mean.
Dat bedoel ik.
5. This letterlijk gebruiken bij een telefoonintroductie
β With Noor from the dentist's office.
Onjuist: Engels gebruikt geen letterlijke vertaling van βmet Noorβ als telefoonformule.
β This is Noor from the dentist's office.
Hallo, met Noor van de tandartspraktijk.
Kernpunten
This en that zijn enkelvoud; these en those zijn meervoud. Ze kunnen zelfstandig staan en hebben dan geen one/ones nodig, al is one/ones nuttig na een adjectief. Hun afstand is niet alleen fysiek: de vormen ordenen ook tijd, gespreksinformatie en houding. Vooral that kan een volledige eerdere uitspraak of gebeurtenis samenvatten, zoals in That's what I mean. Daardoor zijn aanwijzende voornaamwoorden niet alleen woorden om naar voorwerpen te wijzen, maar ook belangrijke middelen voor samenhang.
Related Topics
- This, that, these en thoseA1 β Kies de juiste Engelse aanwijzer op basis van getal, fysieke afstand en afstand in het gesprek.
- One en ones als vervangwoordenB1 β Leer hoe one en ones een telbaar zelfstandig naamwoord vervangen waar het Nederlands vaak alleen een verbogen adjectief gebruikt.
- It voor dingen, weer en afstandA1 β Gebruik it als verwijzend voornaamwoord en als verplicht onderwerp bij weer, tijd, afstand en uitgestelde zinnen.
- Voornaamwoordreferentie in langere tekstenC1 β Houd verwijsketens helder door antecedentafstand, getal, bezieldheid en discoursfocus bewust te sturen.