Usages of ontspannen
Ik lees een boek om te ontspannen.
I am reading a book to relax.
Mijn vader wandelt in het bos om te ontspannen.
My father walks in the forest to relax.
Hij wandelt om het lichaam te ontspannen.
He walks to relax the body.
Niet alleen sport ik, maar ik ontspan ook door mijn smartphone te negeren.
Not only do I work out, but I also relax by ignoring my smartphone.
Als ik rijk was, zou ik alleen maar hoeven te ontspannen.
If I were rich, I would only need to relax.
Nu we een oppas hebben, kunnen we ontspannen.
Now that we have a babysitter, we can relax.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.