Usages of huren
We hebben gisteren een boot gehuurd.
We rented a boat yesterday.
De boot is geweldig. We hebben hem gehuurd.
The boat is great. We rented it.
Ik wil een vlucht boeken, maar ik heb een auto gehuurd.
I want to book a flight, but I have rented a car.
Op zaterdag huren wij de zaal.
On Saturday we rent the hall.
Mijn broer huurt een dure studentenkamer.
My brother is renting an expensive student room.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.