LectureItemsQuestionAnswerimpulsiveimpulsiefthe sale (clearance)de uitverkoopShe impulsively ordered clothes in the sale, only to never put them on.Zij bestelde impulsief kleren in de uitverkoop, om ze vervolgens nooit aan te trekken.the temptationde verleidingto resistweerstaanI cannot resist the temptation of the sale.Ik kan de verleiding van de uitverkoop niet weerstaan.He tries to resist the temptation, only to buy everything anyway.Hij probeert de verleiding te weerstaan, om vervolgens toch alles te kopen.to yieldzwichtenApparently one in three consumers yields to impulsive purchases.Blijkbaar zwicht één op de drie consumenten voor impulsieve aankopen.the bad buyde miskoopHe yielded to the trend, only to discover a bad buy.Hij zwichtte voor de trend, om vervolgens een miskoop te ontdekken.to end upbelandenEvery bad buy ended up in the back of the closet.Elke miskoop belandde achterin de kast.unusedongebruiktThe product ends up in the corner, only to remain unused.Het product belandt in de hoek, om vervolgens ongebruikt te blijven.the price taghet prijskaartjeThe bag remains unused, since the price tag is still attached to it.De tas blijft ongebruikt, aangezien het prijskaartje er nog aan hangt.to temptverleidenA cheap price tag tempts you, only to disappoint enormously.Een goedkoop prijskaartje verleidt je, om vervolgens enorm tegen te vallen.The shopkeeper only has to tempt you, and you impulsively buy everything.De winkelier hoeft je maar te verleiden, of je koopt impulsief alles.to give in totoegeven aanHe gives in to the temptation.Hij geeft toe aan de verleiding.We do not give in to the impulsive bad buy.Wij geven niet toe aan de impulsieve miskoop.Your questions are stored by us to improve Elon.ioPractice this lesson