Irregular plurals (-eren)

QuestionAnswer
the egg
het ei
to fry / to bake
bakken
I am frying three eggs.
Ik ben drie eieren aan het bakken.
the farm
de boerderij
The children play on the farm.
De kinderen spelen op de boerderij.
In the autumn, the leaves fall.
In de herfst vallen de bladeren.
The children sing old songs.
De kinderen zingen oude liederen.
the calf
het kalf
the lamb
het lam
the meadow
de wei
The calves and the lambs stand in the meadow.
De kalveren en de lammeren staan in de wei.
the cattle
het rund
There are many cattle on that farm.
Er zijn veel runderen op die boerderij.
the farmer
de boer
The farmer takes photos of the calves.
De boer maakt foto's van de kalveren.
Our children play with the calves.
Onze kinderen spelen met de kalveren.
Do you see the lambs in the meadow?
Zie jij de lammeren in de wei?
The farmers fry eggs and look at the cattle.
De boeren bakken eieren en kijken naar de runderen.
the cow
de koe
The cows are standing in the meadow.
De koeien staan in de wei.
A cow gives milk.
Een koe geeft melk.
the pig
het varken
The farmer has a cow and a pig.
De boer heeft een koe en een varken.
The pig sleeps on the farm.
Het varken slaapt op de boerderij.

Contributors