Met can + kale infinitief zeg je dat iemand nu het vermogen, de kennis of de praktische mogelijkheid heeft om iets te doen. Voor een algemene vaardigheid in het verleden gebruik je vaak could. Bij één specifieke, werkelijk geslaagde prestatie kiest Engels meestal managed to of was/were able to. Dat laatste onderscheid heeft geen vaste éénwoordtegenhanger in het Nederlands.
Can voor een huidige vaardigheid
Can beschrijft wat iemand weet of in staat is te doen. Het kan gaan om aangeleerde kennis, lichamelijk vermogen of een situatie die de handeling mogelijk maakt. Na can staat altijd de kale infinitief zonder to.
I can swim, but I don't enjoy cold water.
Ik kan zwemmen, maar ik houd niet van koud water.
Nora can speak Dutch and English fluently.
Nora kan vloeiend Nederlands en Engels spreken.
We can see the harbour from our bedroom.
We kunnen de haven vanuit onze slaapkamer zien.
In het laatste voorbeeld is can geen aangeleerde vaardigheid. Het betekent dat de omstandigheden zicht mogelijk maken. Engelse grammatica's noemen beide betekenissen ability, omdat in beide gevallen de vraag is of de handeling binnen iemands mogelijkheden ligt.
Voor vragen zet je can vóór het onderwerp; voor ontkenningen komt not er direct achter. De gebruikelijke korte ontkenning is can't.
Can your grandfather use a smartphone?
Kan je grootvader een smartphone gebruiken?
I can't hear you — could you speak up?
Ik kan je niet horen — kun je wat harder praten?
Could voor algemene vaardigheid in het verleden
Could beschrijft een vermogen dat gedurende een periode in het verleden bestond. Woorden als when I was young, at five, in those days maken dat tijdskader vaak duidelijk.
I could swim when I was five.
Ik kon zwemmen toen ik vijf was.
Before her injury, she could run ten kilometres without stopping.
Vóór haar blessure kon ze tien kilometer lopen zonder te stoppen.
My grandmother could remember every customer's name.
Mijn grootmoeder kon de naam van iedere klant onthouden.
Deze zinnen zeggen dat de vaardigheid beschikbaar was, niet dat één bepaalde poging noodzakelijk slaagde. She could run ten kilometres beschrijft haar algemene vermogen in die periode. Het is vergelijkbaar met she knew how to run that distance.
Could heeft dezelfde vorm bij alle personen en krijgt geen -s: I could, she could, they could. Na could staat weer de kale infinitief: could swim, niet could to swim.
Eén werkelijk succes: managed to en was able to
Wanneer je één concrete moeilijke handeling noemt en duidelijk maakt dat die werkelijk lukte, gebruikt bevestigend Engels meestal managed to of was/were able to. Managed to legt extra nadruk op inspanning, hindernissen of een onverwacht succes.
The door was blocked, but I managed to escape through a window.
De deur was geblokkeerd, maar ik wist via een raam te ontsnappen.
Although the tickets had almost sold out, we were able to get two seats together.
Hoewel de kaartjes bijna uitverkocht waren, konden we twee plaatsen naast elkaar krijgen.
After three attempts, the technician managed to restart the system.
Na drie pogingen wist de technicus het systeem opnieuw op te starten.
Nederlands kan in al deze gevallen simpelweg kon/konden gebruiken. Engels maakt in bevestigende verleden zinnen vaak verschil tussen ability en achievement:
| Betekenis | Gewone vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| algemene vaardigheid in een periode | could | She could read at four. |
| één specifieke geslaagde poging | managed to / was able to | She managed to read the damaged note. |
When he lived in Japan, he could read everyday signs.
Toen hij in Japan woonde, kon hij alledaagse opschriften lezen. (algemene vaardigheid)
The ink had faded, but he was able to read the address.
De inkt was vervaagd, maar hij kon het adres toch lezen. (één geslaagde prestatie)
Dit is een sterke voorkeur, geen mechanisch verbod op ieder specifiek could. Met waarnemings- en denkwerkwoorden als see, hear, smell, understand, remember is could heel normaal voor een concrete toestand: From the doorway, I could see that she was upset. De zin beschrijft wat op dat moment waarneembaar was, niet een doelgerichte prestatie na een poging.
Even from the back row, I could hear every word.
Zelfs vanaf de achterste rij kon ik elk woord horen.
Ontkenning: couldn't werkt wél bij één gelegenheid
Bij een mislukte poging is couldn't juist gewoon, ook als het om één specifieke gebeurtenis gaat. De ontkenning zegt dat het vermogen of de mogelijkheid op dat moment ontbrak; er wordt geen succesvolle prestatie beweerd.
I tried the key twice, but I couldn't open the door.
Ik probeerde de sleutel twee keer, maar ik kon de deur niet openen.
Because of the fog, the pilot couldn't land safely.
Door de mist kon de piloot niet veilig landen.
Wasn't/weren't able to kan hier ook. Het is iets langer en kan de feitelijke uitkomst extra benadrukken: We weren't able to contact her. Didn't manage to benadrukt dat een poging niet slaagde.
We didn't manage to finish before the deadline.
Het lukte ons niet om vóór de deadline klaar te zijn.
Andere tijden: be able to
Can heeft geen infinitief to can, geen future-vorm will can en geen perfect-vorm have canned in de betekenis ‘kunnen’. Gebruik daarom be able to wanneer de grammaticale omgeving een infinitief, toekomst of voltooide vorm vereist. De verschillende vormen staan uitgebreider bij be able to en be allowed to.
I'd like to be able to work from home twice a week.
Ik zou graag twee dagen per week thuis kunnen werken.
You'll be able to collect the keys after three.
Je kunt de sleutels na drie uur ophalen.
She hasn't been able to sleep properly since the move.
Ze heeft sinds de verhuizing niet goed kunnen slapen.
In de tegenwoordige tijd kan be able to ook, maar can is meestal korter en natuurlijker in gewone gesprekken: I can help tonight klinkt gewoner dan I am able to help tonight. De langere vorm kan nadruk leggen op de feitelijke mogelijkheid of formeel klinken (formal).
Could buiten verleden vaardigheid
Could kan ook een beleefd verzoek, een huidige mogelijkheid of een denkbeeldige uitkomst uitdrukken. Dan is het niet de gewone verleden tijd van can.
Could you send me the link again?
Zou je me de link nog eens kunnen sturen? (beleefd, registerneutraal)
We could take the bus instead.
We zouden in plaats daarvan de bus kunnen nemen. (mogelijke optie)
De tijdscontext voorkomt meestal verwarring. At five, I could swim gaat over verleden vaardigheid; We could swim after lunch kan een voorstel voor later zijn.
Veelgemaakte fouten
1. Could gebruiken voor iedere eenmalige geslaagde prestatie
❌ The window was tiny, but yesterday I could escape through it.
Onnatuurlijk voor één werkelijk geslaagde ontsnapping; could beschrijft eerder vermogen dan de behaalde uitkomst.
✅ The window was tiny, but yesterday I managed to escape through it.
Het raam was klein, maar gisteren wist ik erdoor te ontsnappen.
2. To na can zetten
❌ My daughter can to read already.
Onjuist: na can staat de kale infinitief.
✅ My daughter can read already.
Mijn dochter kan al lezen.
3. Will can vormen
❌ I'll can help you tomorrow.
Onjuist: can heeft geen vorm na will.
✅ I'll be able to help you tomorrow.
Ik kan je morgen helpen.
4. Managed to voor een algemene jeugdvaardigheid gebruiken
❌ When I was a child, I managed to speak French.
Misleidend: dit klinkt als één moeizaam behaald succes, niet als een blijvende vaardigheid.
✅ When I was a child, I could speak French.
Toen ik kind was, kon ik Frans spreken.
Kernpunten
- Gebruik can voor huidige vaardigheid of praktische mogelijkheid.
- Gebruik could voor een algemene vaardigheid gedurende een verleden periode.
- Gebruik bij één concrete geslaagde prestatie meestal managed to of was/were able to.
- Couldn't is wel normaal voor één specifieke mislukte poging.
- Gebruik be able to waar can geen infinitief-, toekomst- of perfectvorm heeft.
Related Topics
- Overzicht van modale werkwoordenA2 — Leer hoe Engelse modale hulpwerkwoorden worden gevormd en hoe ze mogelijkheid, noodzaak en houding uitdrukken.
- Be able to en be allowed toA2 — Vul de ontbrekende vormen van can en may aan met be able to voor vermogen en be allowed to voor toestemming.
- Afgeronde gebeurtenissen in de past simpleA2 — Leer wanneer een afgesloten tijdvak of afgeronde reeks gebeurtenissen de Engelse past simple vereist.
- Can, could en may voor toestemmingA2 — Kies can, could of may volgens de richting van toestemming, de machtsverhouding en het register.
- Modaal hulpwerkwoord plus voltooide infinitiefB2 — Combineer een modal met have en een voltooid deelwoord om conclusies, mogelijkheden, verwachtingen en kritiek over het verleden uit te drukken.