Werkwoordreferentie: stand

Stand betekent in de kern staan: iemand of iets bevindt zich rechtop of op zijn steunvlak. Het is meestal intransitief en krijgt dan een plaatsbepaling, geen direct object. De combinaties stand up, stand for en can't stand hebben elk een eigen structuur en betekenis; die kun je niet rechtstreeks uit Nederlands staan voorspellen.

De vijf vormslots en uitspraak

SlotVormUitspraak (algemeen Amerikaans)Voorbeeld
base formstand/stænd/must stand
3e persoon enkelvoudstands/stændz/it stands
paststood/stʊd/we stood
past participlestood/stʊd/have stood
present participle / gerundstanding/ˈstændɪŋ/is standing

De onregelmatige reeks is stand–stood–stood. In stood verandert /æ/ in /ʊ/ en verdwijnt de /n/ uit de uitspraak én spelling. Stands eindigt op stemhebbend /z/. Voor standing komt -ing rechtstreeks achter de stam; er is geen extra d en geen verdubbeling.

I usually stand near the back.

Ik sta meestal achteraan.

We stood outside for twenty minutes.

We stonden twintig minuten buiten.

That old oak has stood here for more than a century.

Die oude eik staat hier al meer dan een eeuw.

Why are those people standing in the hallway?

Waarom staan die mensen in de gang?

She didn't stand near the stage.

Ze stond niet dicht bij het podium.

Vragen en ontkenningen in present en past gebruiken do/does/did + stand. Na did volgt de base form: Where did you stand? Perfecte vormen krijgen have/has/had + stood.

Een houding of positie uitdrukken

In zijn letterlijke kerngebruik is stand intransitief. Een voorzetselgroep noemt de plek: stand at the door, stand in line, stand by the window, stand on one leg. Engels gebruikt geen wederkerend voornaamwoord voor gewoon staan.

Please stand behind the yellow line.

Ga alstublieft achter de gele lijn staan.

A security guard stood by the entrance.

Er stond een beveiliger bij de ingang.

Can you stand on one foot for ten seconds?

Kun je tien seconden op één been staan?

Nederlands kiest vaak staan op basis van de oriëntatie van een ding: de fles staat in de koelkast; het nummer staat op de website. Engels gebruikt bij een concrete rechtopstaande positie soms eveneens stand, maar veel vaker het algemenere be of een contextspecifiek werkwoord.

The bottle is in the refrigerator.

De fles staat in de koelkast.

Your confirmation number is at the top of the email.

Je bevestigingsnummer staat bovenaan de e-mail.

The bottle stands in the refrigerator is grammaticaal, maar vestigt nadrukkelijk aandacht op de rechtopstaande positie en klinkt in een gewone mededeling gemarkeerd. A statue stands in the square is juist natuurlijk, omdat de verticale, opvallende aanwezigheid van het beeld relevant is. Vertaal Nederlands staan dus niet automatisch met stand.

💡
Vraag bij een Nederlands ding dat “staat” niet eerst naar het werkwoord, maar naar de Engelse boodschap. Alleen wanneer de rechtopstaande of opvallende positie telt, is stand waarschijnlijk; anders is be vaak natuurlijker.

Stand en be standing

De simple present benoemt een vaste positie, gewoonte of algemene situatie. De present continuous toont iemand of iets tijdelijk in die houding. Nederlands kan in beide gevallen eenvoudig staat gebruiken.

The statue stands in the center of the plaza.

Het standbeeld staat midden op het plein.

I'm standing outside the pharmacy right now.

Ik sta nu voor de apotheek.

Where does the band usually stand during the ceremony?

Waar staat de band gewoonlijk tijdens de ceremonie?

Have been standing past bij een toestand die eerder begon en nog voortduurt. Nederlands gebruikt met al of sinds vaak een tegenwoordige tijd.

We've been standing in this line since noon.

We staan al sinds twaalf uur in deze rij.

Stood beschrijft een afgesloten verleden periode. Has stood kan een langdurig bestaan tot nu toe presenteren, vooral bij gebouwen, monumenten en instituties. Zie onregelmatige verleden vormen en duur in de present perfect continuous.

Stand up: beweging, houding en steun

Stand up betekent letterlijk opstaan of gaan staan: de overgang naar een staande positie. Stand alleen kan de bestaande houding beschrijven. In Amerikaans Engels kan stand in een bevel ook de beweging impliceren, maar stand up is in alledaags gesprek explicieter.

Everyone stood up when the judge entered.

Iedereen stond op toen de rechter binnenkwam.

You don't need to stand up; I'll be gone in a second.

Je hoeft niet op te staan; ik ben zo weer weg.

Figuurlijk betekent stand up for someone/something iemand of iets verdedigen. Stand up to someone betekent weerstand bieden aan iemand die druk uitoefent. Beide zijn neutraal en gangbaar; ze gedragen zich als vaste partikelcombinaties.

She stood up for a coworker who was being blamed unfairly.

Ze nam het op voor een collega die onterecht de schuld kreeg.

He finally stood up to his manager.

Hij durfde eindelijk tegen zijn manager in te gaan.

Stand for en andere complementpatronen

Stand for + naam/idee betekent “staan voor, vertegenwoordigen”. Bij afkortingen betekent het “voluit betekenen”. De vraagvorm is What does X stand for?, niet What stands X for?.

What does USB stand for?

Waar staat USB voor?

This organization stands for equal access to education.

Deze organisatie staat voor gelijke toegang tot onderwijs.

In ontkennende zinnen kan not stand for something ook “iets niet tolereren” betekenen: We won't stand for intimidation. Zonder for neemt can't stand rechtstreeks een zelfstandig naamwoord, voornaamwoord of -ing-vorm als complement. Het betekent “niet kunnen uitstaan” (informal) en gaat niet over een fysieke houding.

I can't stand being interrupted when I'm speaking.

Ik kan er niet tegen als ik tijdens het spreken word onderbroken. (informal)

The principal won't stand for bullying.

De directeur tolereert pesten niet.

Na can't stand zijn zowel een -ing-vorm als, in veel contexten, een to-infinitive mogelijk. Can't stand waiting benadrukt de onprettige ervaring; can't stand to see animals suffer richt zich vaak op de confrontatie met de situatie. De -ing-vorm is het gewone patroon voor activiteiten.

💡
Houd drie lemma's uit elkaar: stand “staan”, stand up “opstaan/voor iemand opkomen” en stand for “vertegenwoordigen of voluit betekenen”. Het partikel bepaalt de valentie én de betekenis.

Vaste combinaties en register

Stand still is stilstaan; stand aside is opzijgaan of zich niet mengen; stand by kan klaarstaan om te helpen, bij een besluit blijven of afwachten betekenen. Stand out betekent opvallen. As it stands betekent “zoals de situatie nu is” en is neutraal tot (formal).

The bright red label really stands out on the shelf.

Het felrode etiket valt echt op in het schap.

As it stands, the proposal doesn't have enough votes.

Zoals het er nu voor staat, heeft het voorstel niet genoeg stemmen. (formal)

In stand trial, stand a chance en take a stand zijn de combinaties lexicaal vast. Stand trial is (formal/legal). Het zelfstandig naamwoord stand in take a stand is niet hetzelfde grammaticale gebruik als het werkwoord.

The former director will stand trial in May.

De voormalige directeur staat in mei terecht. (formal/legal)

Veelgemaakte fouten

1. Een regelmatige verleden vorm maken

❌ We standed near the exit.

Onjuist: de past van stand is stood.

✅ We stood near the exit.

We stonden bij de uitgang.

2. Staan bij dingen altijd letterlijk vertalen

❌ The password stands in the email.

Onnatuurlijk: de positie of oriëntatie is hier niet relevant.

✅ The password is in the email.

Het wachtwoord staat in de e-mail.

3. De progressive vergeten bij een tijdelijke momentopname

❌ I stand outside your building right now.

Onnatuurlijk in neutrale spreektaal voor een tijdelijke situatie die nu voortduurt.

✅ I'm standing outside your building right now.

Ik sta nu voor je gebouw.

4. De woordvolgorde van een vraag met stand for verkeerd maken

❌ What stands ATM for?

Onjuist: de vraag gebruikt does + onderwerp + stand for.

✅ What does ATM stand for?

Waar staat ATM voor?

5. Na did opnieuw stood gebruiken

❌ How long did you stood there?

Onjuist: did draagt de verleden tijd; daarna volgt stand.

✅ How long did you stand there?

Hoe lang stond je daar?

Kernpunten

  • De slots zijn stand, stands, stood, stood, standing.
  • Letterlijk stand is meestal intransitief; een voorzetselgroep noemt de plaats.
  • Vertaal Nederlands staan bij dingen niet automatisch met stand: Engels gebruikt vaak be.
  • Stand up benoemt de beweging naar een staande houding; stand for betekent vertegenwoordigen of voluit betekenen.
  • Can't stand + naamwoord/-ing betekent in informele taal “niet kunnen uitstaan”.

Related Topics

  • Onregelmatige past simpleA2Leer veelvoorkomende onregelmatige past-vormen herkennen en onthouden via vormfamilies en natuurlijke context.
  • Tijdelijke situatiesA2Leer hoe de present continuous een huidige situatie als tijdelijk, begrensd of afwijkend van de normale toestand presenteert.
  • Duur tot nu toeB1Gebruik de present perfect continuous voor activiteiten die vroeger begonnen en tot nu of zeer kort geleden voortduren.
  • In, on en at voor plaatsA1Kies in, on of at door een plaats te zien als ruimte, oppervlak of punt.
  • Overzicht van partikelwerkwoordenA2Leer hoe Engelse werkwoorden met partikels één betekeniseenheid vormen en hoe betekenis, klemtoon en zinsbouw elkaar aanvullen.
  • Werkwoordreferentie: sitA1Leer sit–sat–sat voor zitten, met natuurlijke plaatsbepalingen, aspectkeuze en veelgebruikte combinaties als sit down en sit through.