Collocaties met give

Het basisidee van give is overdracht: iemand krijgt iets van iemand anders. In collocaties hoeft dat ‘iets’ echter geen tastbaar voorwerp te zijn. Je kunt give a speech, give advice, give someone a chance en give a sigh zeggen. Het zelfstandig naamwoord bepaalt daarbij zowel de betekenis als de grammatica: is het telbaar, en vraagt de situatie om een ontvanger?

Give als licht werkwoord

In deze combinaties is give een licht werkwoord: het draagt wel grammaticale informatie zoals tijd en persoon, maar het zelfstandig naamwoord levert het grootste deel van de betekenis. She gave a speech beschrijft in zijn geheel de activiteit ‘ze hield een toespraak’. Je kunt de juiste combinatie daarom niet altijd uit een Nederlandse vertaling afleiden.

CollocatieKernbetekenisPatroonRegister
give a speecheen toespraak houdengive + a/the + telbaar objectneutraal
give adviceadvies gevengive + nulartikel + ontelbaar objectneutraal
give someone a chanceiemand een kans gevengive + ontvanger + zaakneutraal
give a sigheen zucht slakengive + a + telbaar gebeurteniswoordneutraal tot literair

Het lidwoord en het objectpatroon zijn dus geen losse details. Ze horen bij de collocatie. Meer achtergrond vind je bij telbare en ontelbare zelfstandige naamwoorden en werkwoorden met twee objecten.

💡
Leer een collocatie als een volledig bouwblok, inclusief lidwoord en mogelijke ontvanger: give a speech, maar give advice en give someone advice.

Give a speech: een begrensde gebeurtenis

Een speech is telbaar. Eén toespraak is een afzonderlijke, begrensde gebeurtenis en krijgt daarom meestal a; bij een al bekende toespraak gebruik je the. De vaste combinatie is give a speech, niet do a speech. Make a speech bestaat ook en kan wat nadrukkelijker of formeler klinken, maar give a speech is de veilige, neutrale keuze in Amerikaans Engels.

Our director is giving a short speech before lunch.

Onze directeur houdt vóór de lunch een korte toespraak.

Who gave the opening speech at the conference?

Wie hield de openingstoespraak op de conferentie?

Het lijdend voorwerp kan ook de inhoud of het type presentatie benoemen: give a talk, give a presentation en give a lecture. Ook daar presenteert give spreken als iets wat aan een publiek wordt aangeboden.

Maya gave a presentation on the new safety procedure.

Maya gaf een presentatie over de nieuwe veiligheidsprocedure.

In een vergadering klinkt het bijvoorbeeld zo:

I can give the update, but I'd rather not give the whole speech again.

Ik kan de stand van zaken toelichten, maar ik houd liever niet de hele toespraak opnieuw.

Give advice: ontelbaar in het Engels

Advice is in standaardengels ontelbaar, ook wanneer het Nederlands een advies gebruikt. Daarom zeg je give advice, zonder a, en niet give an advice. Voor één afzonderlijke aanbeveling gebruik je a piece of advice of je kiest het telbare woord suggestion.

My mentor gave me some useful advice before the interview.

Mijn mentor gaf me vóór het sollicitatiegesprek nuttig advies.

Can I give you one piece of advice?

Mag ik je één advies geven?

She gave us three practical suggestions for improving the proposal.

Ze gaf ons drie praktische suggesties om het voorstel te verbeteren.

De ontvanger kan direct vóór advice staan: give me advice. Een constructie met to is ook grammaticaal: give advice to new employees. De vorm met twee objecten is vaak compacter wanneer de ontvanger een kort voornaamwoord of een persoon is. De to-vorm is nuttig wanneer de ontvanger lang is of contrast krijgt.

The counselor gives advice to students who are applying for financial aid.

De studieadviseur geeft advies aan studenten die financiële ondersteuning aanvragen.

Let op het verschil met advise. Advice is een zelfstandig naamwoord; advise is een werkwoord: She advised me to wait. De uitspraak verschilt ook: advice eindigt op /s/, advise op /z/.

💡
Nederlands een advies verleidt je tot an advice. Engels telt niet advice zelf, maar eventueel pieces of advice of suggestions.

Give someone a chance: twee deelnemers na give

In give someone a chance benoemt het eerste object de ontvanger en het tweede wat die persoon krijgt. Het gewone patroon is give + person + a chance. Met een zelfstandig naamwoord kan ook give a chance to + person, vooral wanneer je de ontvanger contrasteert of er een lange woordgroep op volgt.

Give Elena a chance to explain what happened.

Geef Elena de kans om uit te leggen wat er is gebeurd.

The internship gave me a chance to use my Spanish every day.

De stage gaf me de kans om elke dag mijn Spaans te gebruiken.

We should give a chance to applicants without formal experience as well.

We zouden ook kandidaten zonder formele ervaring een kans moeten geven.

Na chance verduidelijkt een to-infinitive meestal welke mogelijkheid iemand krijgt: a chance to explain, to learn, to recover. Give someone the chance gebruikt the wanneer het om een specifieke, al identificeerbare mogelijkheid gaat. Vergelijk give her a chance ‘geef haar eens een kans’ met give her the chance to lead the project ‘geef haar die concrete gelegenheid’.

Give a sigh: een lichamelijke reactie als gebeurtenis

Een sigh is telbaar: elke zucht kan als afzonderlijke gebeurtenis worden voorgesteld. Give a sigh is correct en komt vooral in verhalende of beschrijvende taal voor (neutraal tot literair). In alledaagse Amerikaanse spreektaal klinkt let out a sigh vaak natuurlijker. Met een bepaling benoem je het gevoel: a sigh of relief, a sigh of frustration.

Maya gave a sigh of relief when the test results arrived.

Maya slaakte een zucht van opluchting toen de testuitslagen binnenkwamen.

He let out a long sigh and closed his laptop.

Hij slaakte een diepe zucht en deed zijn laptop dicht.

Deze constructie lijkt op give a smile en give a laugh, maar collocaties met lichamelijke reacties zijn niet volledig productief. Je kunt niet elk Nederlands werkwoord zomaar vervangen door give + noun. Give a sigh leer je dus als gevestigde combinatie.

In een mentoringsgesprek

De vier patronen kunnen gemakkelijk samen voorkomen. Let vooral op de lidwoorden en op de plaats van de ontvanger.

You gave a compelling speech today, but let me give you some advice: give the audience a chance to ask questions.

Je hield vandaag een overtuigende toespraak, maar laat me je wat advies geven: geef het publiek de kans om vragen te stellen.

I know. I gave a sigh of relief when nobody challenged my final recommendation.

Dat weet ik. Ik slaakte een zucht van opluchting toen niemand mijn slotaanbeveling ter discussie stelde.

In de eerste zin hebben a speech en a chance een lidwoord omdat speech en chance telbaar zijn. Advice krijgt geen a. The audience staat als ontvanger direct na give. Dat ene fragment laat zien dat telbaarheid en valentie samen de vorm van de hele woordgroep bepalen.

Veelgemaakte fouten

Do gebruiken bij een toespraak

❌ I have to do a speech at the meeting.

Onjuist: Engels combineert speech hier niet met do.

✅ I have to give a speech at the meeting.

Ik moet tijdens de vergadering een toespraak houden.

Advice als telbaar behandelen

❌ She gave me an excellent advice.

Onjuist: advice is ontelbaar en krijgt geen a of an.

✅ She gave me an excellent piece of advice.

Ze gaf me een uitstekend advies.

De ontvanger op de verkeerde plaats zetten

❌ The coach gave a chance me to start.

Onjuist: een kort ontvangersobject staat vóór a chance, of volgt met to.

✅ The coach gave me a chance to start.

De coach gaf me de kans om in de basis te beginnen.

Een onnodig voorzetsel vóór een voornaamwoord

❌ Could you give to me some advice?

Onnatuurlijk in deze neutrale context: bij twee objecten staat me direct na give.

✅ Could you give me some advice?

Kun je me wat advies geven?

Kernpunten

  • Give a speech benoemt een telbare spreekgebeurtenis; do a speech is geen gewone Engelse collocatie.
  • Advice is ontelbaar: give advice, give some advice of give a piece of advice.
  • Give someone a chance heeft meestal een ontvanger gevolgd door het overgedragen ‘ding’.
  • Give a sigh is correct (neutraal tot literair); let out a sigh is vaak gewoner in gesprek.
  • Kies dus niet alleen het werkwoord: sla werkwoord, lidwoord en objectpatroon samen op.

Related Topics

  • Make of doA2Gebruik make voor creëren en een uitkomst en do voor taken en activiteiten, maar leer frequente combinaties als vaste chunks.
  • Collocaties met have en takeA2Leer vaste combinaties met have en take voor maaltijden, ervaringen, handelingen en tijd, inclusief belangrijke Amerikaanse en Britse verschillen.
  • Telbare en ontelbare zelfstandige naamwoordenA2Zie hoe telbaarheid de keuze voor enkelvoud, meervoud, a, many en much bepaalt en met de betekenis kan veranderen.
  • Werkwoorden met twee objectenB1Leer wanneer Engelse werkwoorden een ontvanger en een zaak als twee objecten kunnen uitdrukken en wanneer een to-constructie verplicht is.
  • Volgorde van direct en indirect objectB1Kies tussen het dubbele-objectpatroon en een to-bepaling op basis van werkwoord, informatieverdeling en lengte.