Whether leidt een open ja/nee-alternatief of keuze in: I don't know whether she came betekent dat beide mogelijkheden — ze kwam wel of ze kwam niet — nog openstaan. Nederlands vertaalt dit meestal met of, niet met als. In veel indirecte vragen kan Engels ook if gebruiken, maar whether is syntactisch ruimer: het kan na een voorzetsel staan, een to-infinitief inleiden en expliciet met or not of een tweede alternatief worden verbonden.
I don't know whether she came to the meeting.
Ik weet niet of ze naar de vergadering is gekomen.
We haven't decided whether or not to go.
We hebben nog niet besloten of we zullen gaan.
The result depends on whether the backup was completed.
Het resultaat hangt ervan af of de back-up is voltooid.
Een ingebedde polaire vraag
Een vraag waarop yes of no een mogelijk antwoord is, heet een polaire vraag. Direct vraag je Did she come?; ingebed na know, ask, wonder, check, find out of be sure krijg je whether she came of, waar toegestaan, if she came.
| Directe vraag | Ingebedde whether-bijzin |
|---|---|
| Did she come? | I wonder whether she came. |
| Is the door locked? | Please check whether the door is locked. |
| Can we pay by card? | Do you know whether we can pay by card? |
Please check whether the back door is locked before you leave.
Controleer voordat je vertrekt even of de achterdeur op slot zit.
Do you know whether we can pay by card?
Weet je of we met de kaart kunnen betalen?
De ingebedde vraag heeft mededelende woordvolgorde. Er is geen inversie en geen extra do: whether she came, whether the door is locked, whether we can pay. Het vraagkarakter zit al in whether en in de selectie door het hogere predicaat.
Dit punt botst dubbel met Nederlandse overdracht. Nederlands gebruikt of én zet de persoonsvorm vaak later: of ze naar de vergadering is gekomen. Engels vertaalt of hier met whether/if, maar behoudt SVO: whether she came to the meeting.
Zie indirecte vragen voor andere ingebedde vraagwoorden en dezelfde mededelende woordvolgorde.
Whether en if: waar beide kunnen
Na veel werkwoorden die onzekerheid, onderzoek of ontbrekende kennis uitdrukken, zijn whether en if beide mogelijk:
I asked whether the pharmacy was still open.
Ik vroeg of de apotheek nog open was.
I asked if the pharmacy was still open.
Ik vroeg of de apotheek nog open was.
In zulke zinnen is if zeer gewoon in alledaagse spraak (informal/neutral). Whether klinkt soms iets zorgvuldiger of formeler (neutral/formal) en legt eerder nadruk op de twee alternatieven. Het verschil is vaak stilistisch, niet waarheidsvoorwaardelijk.
Gebruik whether als de zin zonder context dubbelzinnig kan zijn. Tell me if the alarm goes off wordt gemakkelijk als voorwaarde begrepen: ‘laat het me weten áls het alarm afgaat’. Tell me whether the alarm went off vraagt naar het antwoord op de vraag of het alarm is afgegaan. If heeft namelijk ook een conditionele functie; whether niet.
Tell me whether the alarm went off while I was outside.
Vertel me of het alarm afging toen ik buiten was.
Call me if the alarm goes off.
Bel me als het alarm afgaat.
Het Nederlandse contrast is hier helder: indirect-vragend of correspondeert met whether/if; voorwaardelijk als correspondeert met if. Vertaal whether dus nooit automatisch als als.
Na een voorzetsel: alleen whether
Wanneer de ingebedde vraag complement van een voorzetsel is, gebruikt standaard-Engels whether, niet if. Veelvoorkomende patronen zijn depend on whether, worry about whether, argue over whether en regardless of whether.
Our departure time depends on whether the roads are clear.
Ons vertrektijdstip hangt ervan af of de wegen vrij zijn.
They disagreed about whether the data should be made public.
Ze waren het er niet over eens of de gegevens openbaar moesten worden gemaakt. (formeel/neutraal)
Het voorzetsel selecteert de volledige vraag als zijn complement. Whether kan die nominale ingebedde vraag inleiden; conditioneel if kan niet gewoon na on, about, over of of staan. Dit is geen kwestie van beleefdheid maar van syntaxis.
Soms staat het voorzetsel niet onmiddellijk vóór de bijzin door een ander patroon: It depends whether ... komt vooral in Brits en informeel gebruik voor (regional: UK/informal). Voor algemeen en-US is It depends on whether ... de veilige vorm.
Whether plus to-infinitief
Whether kan rechtstreeks een niet-finiete keuze inleiden: whether to go, whether to wait, whether to tell her. If to go is niet mogelijk. Het onuitgesproken onderwerp wordt uit de context begrepen.
I can't decide whether to accept the offer or ask for more time.
Ik kan niet beslissen of ik het aanbod zal aannemen of om meer tijd zal vragen.
We discussed whether to cancel the outdoor event.
We bespraken of we het buitenevenement moesten afzeggen.
De constructie correspondeert vaak met Nederlands of ik/we moesten ... of of ik/we zou(den) .... Engels drukt persoon en tijd hier niet in de infinitief uit; de hogere zin en context leveren die informatie. Als verschillende personen bij de twee handelingen horen, heb je een finiete bijzin nodig: We discussed whether she should cancel the event.
Niet ieder werkwoord laat dezelfde complementen toe. Wonder whether to leave en decide whether to leave zijn natuurlijk; na ask kan I asked whether to leave betekenen dat ik om advies vroeg over mijn eigen vertrek. I asked her whether to leave is dubbelzinnig of onnatuurlijk als onduidelijk is wie zou vertrekken. Maak dan de deelnemers expliciet.
Or not en expliciete alternatieven
Met or not maak je de negatieve mogelijkheid zichtbaar. Direct na whether vormt whether or not een hechte eenheid; aan het einde kan or not meer spreektaalachtig klinken. Beide zijn correct.
Whether or not the landlord agrees, we need to put the repair request in writing.
Of de verhuurder nu wel of niet akkoord gaat, we moeten het reparatieverzoek schriftelijk indienen.
I haven't decided whether I'm going or not.
Ik heb nog niet besloten of ik ga of niet. (informeel/neutraal)
Bij if kan or not alleen losser aan het einde staan waar if überhaupt is toegestaan: I don't know if she's coming or not. De vorm if or not she's coming is ongrammaticaal. In formeel schrijven en na een voorzetsel kies je whether (or not).
Wanneer twee inhoudelijke opties tegenover elkaar staan, verbind je ze met or: whether to drive or take the train, whether she resigned or was dismissed. Dan betekent het contrast meer dan simpel ‘wel/niet’.
The article does not say whether the minister resigned or was dismissed.
In het artikel staat niet of de minister ontslag nam of werd ontslagen. (formeel)
Pas op met het bereik van het alternatief. I asked whether Maya or Leo would present vraagt welke persoon presenteert. I asked whether Maya would present or leave early vraagt welke handeling Maya verricht. Parallelle formulering maakt de bedoelde keuze leesbaar.
Whether als onderwerp en bij een naamwoord
Een finiete whether-bijzin kan zelf onderwerp zijn, vooral in formele of analytische stijl (formal/academic). In die positie is if in standaard-Engels niet mogelijk.
Whether the policy will reduce costs remains unclear.
Het blijft onduidelijk of het beleid de kosten zal verlagen. (formeel)
Gewoner is extrapositie of een ander predicaat: It remains unclear whether ... of We don't yet know whether .... De vooropgeplaatste vorm presenteert de hele open vraag als gespreksonderwerp.
Na vraagnaamwoorden als question, issue, debate is whether eveneens natuurlijk: the question of whether ..., a debate over whether .... Let op dat er vaak een voorzetsel tussen staat. De bijzin specificeert welke onbesliste kwestie bedoeld wordt.
The committee considered the question of whether remote voting should be allowed.
De commissie boog zich over de vraag of stemmen op afstand moest worden toegestaan. (formeel)
Whether kan ook ‘ongeacht of’ betekenen
In een vrije bijwoordelijke constructie kan whether A or B betekenen dat de uitkomst onder beide alternatieven geldt: Whether you agree or disagree, please read the proposal. Dit is niet langer het object van know of ask, maar een concessief kader: de hoofdzin blijft waar ongeacht de keuze.
Whether you agree or disagree, please let everyone finish speaking.
Of je het er nu mee eens bent of niet, laat iedereen alsjeblieft uitpraten.
Whether or not kan hetzelfde doen: Whether or not it rains, the event will go ahead. In deze betekenis is if geen equivalent, want if it rains noemt maar één voorwaarde. Whether or not it rains omvat uitdrukkelijk beide werelden.
Whether or not it rains, the ceremony will take place outdoors.
Of het nu regent of niet, de ceremonie vindt buiten plaats.
Veelgemaakte fouten
Whether als Nederlands als vertalen
❌ Call me whether the train is delayed.
Onjuist voor een voorwaarde; whether betekent hier niet als.
✅ Call me if the train is delayed.
Bel me als de trein vertraging heeft.
✅ Tell me whether the train was delayed.
Vertel me of de trein vertraging had.
Vraagvolgorde in de bijzin gebruiken
❌ I wonder whether is the shop still open.
Onjuist: een ingebedde vraag heeft mededelende woordvolgorde.
✅ I wonder whether the shop is still open.
Ik vraag me af of de winkel nog open is.
If na een voorzetsel zetten
❌ It depends on if the supplier can deliver today.
Niet de verzorgde standaardconstructie: na on gebruik je whether.
✅ It depends on whether the supplier can deliver today.
Het hangt ervan af of de leverancier vandaag kan leveren.
If vóór een to-infinitief gebruiken
❌ We haven't decided if to wait.
Onjuist: alleen whether kan hier rechtstreeks een to-infinitief inleiden.
✅ We haven't decided whether to wait.
We hebben nog niet besloten of we zullen wachten.
Or not op de verkeerde plaats na if zetten
❌ I don't know if or not she received the message.
Onjuist: if or not vormt geen eenheid.
✅ I don't know whether or not she received the message.
Ik weet niet of ze het bericht wel of niet heeft ontvangen.
Kernpunten
- Whether opent een polaire vraag of een expliciet alternatief; Nederlands vertaalt dit meestal met of.
- Een ingebedde vraag heeft gewone woordvolgorde: whether she came, niet whether did she come.
- Whether en if kunnen beide na veel werkwoorden, maar whether is nodig na een voorzetsel, vóór een to-infinitief en als onderwerp.
- Whether or not kan een expliciete ja/nee-keuze of ‘ongeacht of’ uitdrukken.
- Conditioneel if betekent Nederlands als; indirect-vragend whether/if betekent Nederlands of.
Related Topics
- Overzicht van Engelse bijzinnenB1 — Herken finiete en niet-finiete Engelse bijzinnen en zie hoe ze als naamwoordgroep, bepaling of beschrijving in een grotere zin functioneren.
- That-bijzinnenB1 — Gebruik that-bijzinnen als object, onderwerp en complement, met natuurlijke Engelse woordvolgorde en correcte weglating van that.
- Indirecte vragenB1 — Bouw beleefde en ingebedde Engelse vragen met mededelende woordvolgorde en if of whether.
- KeuzevragenA2 — Gebruik or en intonatie om in het Engels tussen echte alternatieven te laten kiezen.
- First conditionalA2 — Druk een reële toekomstige mogelijkheid uit met present in de if-zin en will, can, may of een andere passende vorm in de hoofdzin.